<?xml version='1.0' encoding='UTF-8'?><?xml-stylesheet href="http://www.blogger.com/styles/atom.css" type="text/css"?><feed xmlns='http://www.w3.org/2005/Atom' xmlns:openSearch='http://a9.com/-/spec/opensearchrss/1.0/' xmlns:georss='http://www.georss.org/georss' xmlns:gd='http://schemas.google.com/g/2005' xmlns:thr='http://purl.org/syndication/thread/1.0'><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498</id><updated>2011-07-08T02:03:57.527+02:00</updated><title type='text'>pauline molen</title><subtitle type='html'>woorden kunnen een veld in trilling brengen</subtitle><link rel='http://schemas.google.com/g/2005#feed' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/posts/default'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default?max-results=100'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/'/><link rel='hub' href='http://pubsubhubbub.appspot.com/'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><generator version='7.00' uri='http://www.blogger.com'>Blogger</generator><openSearch:totalResults>34</openSearch:totalResults><openSearch:startIndex>1</openSearch:startIndex><openSearch:itemsPerPage>100</openSearch:itemsPerPage><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-1652820711831713305</id><published>2009-11-25T23:10:00.002+01:00</published><updated>2009-11-25T23:25:19.157+01:00</updated><title type='text'>pauze</title><content type='html'>Het is donker in Amsterdam. Hollands herfstdonker. Ik houd wel van Hollandse herfst. &lt;br /&gt;Ik ben nog licht genoeg om niet in dat duister te verdwalen. Ook genoeg gewicht om niet te verwaaien of te verregenen.  En niet te vergeten: leve de fiets!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik kreeg een mail van iemand die dit blog volgde en wachtte op wat komen ging vanuit Amsterdam. Ze wacht nu al een dikke maand. Ik schaam mij een beetje. De stad overspoelt mij met woorden, met kranten, bladen, televisie, verhalen, nog weer nieuwe boeken, gebabbel en geroddel, geschreeuw onder mijn raam in de nacht.  En veel tekst van veel schrijfstudenten.  Waarom een blog schrijven in Amsterdam? Is hier niet al te veel tekst, te veel van alles? Moeten we hier niet vooral eens ons mond houden? Zwijgen en luisteren. Kijken. Of vragen stellen! Vragen naar wat verdwijnt onder al het geratel. Vragen naar mensen die niet gehoord worden. Luisteren dus. Nog meer zwijgen en luisteren. En daarna misschien iets zeggen. Met weinig woorden. Iets geruststellends. Iets wijs liefst. Héél graag een beetje wijsheid. Mijn God, waar is de wijsheid in dit land gebleven..?! &lt;br /&gt;Wijsheid vraagt tijd voorbij de waan. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In een weblog schrijf je op een dag een stukje, op een latere dag weer een stukje. Ik kon kort van stof zijn, dan weer lang. Ik kon eens uitwijken of teruggrijpen. Ik volgde de stroom van de rivier, mijn impulsen, herinneringen, soort van noodzaken. Vertelde als ik mij geroepen voelde. Wat ik ontmoette als een vraag om iets op te antwoorden. &lt;br /&gt;Hoe leef je daar, in het primitieve? Hoe koud wordt het, hoe heet? Welke dieren omringen je? Komt er ooit iemand langs? Ben je er nooit bang? En dan alle dagen samen? Fijne vakantie gehad? &lt;br /&gt;Ja, ‘prettige vakantie’ zeggen mensen nog vaak als ik naar het zuiden ga.&lt;br /&gt;Ik voel me nu in Amsterdam vaak op vakantie...&lt;br /&gt; Al die gestelde en ongestelde vragen waren genoeg om een beetje te hooi, beetje te gras te vertellen. Zonder enige weblog-snelheid of weblog-alledaagsheid. Me vaak afgevraagd of ik wel op de juiste plek zat met niet vluchtig willen zijn en toch via dat vlugge medium voorbijvliegen. &lt;br /&gt;Tussen het proberen en aftasten, tussen ‘is geweest’ en ‘zou kunnen’, tussen hooi en gras, groeide wel een verhaal. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het verhaal dat onder de regels door een vorm zocht, gaat over een vrouw die een lange weg aflegt om de onafwendbare obstakels in het leven van de liefde het hoofd en beter nog: het hart te bieden, met een man aan haar zij die nooit gewoon past en klopt. Zijzelf is de vrouw die de man niet genoeg lijkt. Toch is het deze man die haar inspireert, haar raakt, die zij wil kennen als geen ander, die zij precies nodig heeft, juist omdat hij ‘on-houd-baar’ is. En hij kan van huis en bed op zwerftocht gaan, omdat zij duurzaam is. Wat ze elkaar ook doen, ze blijven op de een of andere manier zorgzaam voor elkaar. &lt;br /&gt;Haar leven mét hem en zonder hem, het eindeloos zoeken naar de vorm, naar de droom, naar waarheid, van het rusteloze en de angst voor verlies en eenzaamheid naar de eenvoud van het thuiskomen.  En dat iedere keer weer, nooit vanzelfsprekend, altijd weer geworstel en het werk doen. Liefdewerk. En wéér thuis mogen komen. Nog altijd. Het is een verhaal uit duizenden, uit miljoenen. En toch. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik denk dat ik dat verhaal maar eens echt moet proberen te vertellen. Niet met een paar flitsen, niet dat beetje hink-stap-sprong erdoorheen, maar completer. Ik zeg niet ‘compleet’, want ik denk niet dat dat kan. Maar wel vollediger, ruimer, preciezer. Het lijkt mij een geluid voor nu, over die precaire onderneming in de liefde en in het delen van het leven, die verder reikt dan het klassieke patroon. Omdat ik bij lange lánge na niet de enige ben, die zoekt. Omdat er een leven is naast en ná wat ‘ontrouw’ en ‘de ander’ genoemd wordt in een relatie.  Omdat ‘vreemdgaan’ een verschrikkelijk woord is dat opengebroken moet worden, als je het mij vraagt. Omdat ‘overspel’ nog altijd volslagen vanzelfsprekend als een ontoelaatbaar en verfoeilijk spel wordt gezien en die absoluut negatieve klank onuitroeibaar lijkt. Omdat we erover denken als over daders en slachtoffers. Maar dat is allemaal maar het begin, de oppervlakte, het terrein van het taboe. &lt;br /&gt;Ik schreef vlak voor ik vertrok van de molen naar Amsterdam, een laatste stuk over het onderwerp, dat ik ‘de kunst van het minnen’ had genoemd. Ik had er lang naar gezocht. Ik waagde het in dit blog op te nemen. Meer dan daarvoor probeerde ik ook iets te zeggen over seksualiteit. Een paar weken later moest ik ontdekken dat het eenvoudig niet goed was. Ik had veel te veel hooi ineens op mijn vork willen steken. Het verhaal was niet helder, had niet de juiste toon, was niet gerijpt. Ik nam het terug. &lt;br /&gt;Wijsheid kost tijd. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als ik het zuiver en juister wil vertellen, waar begin ik dan aan? Heel dat weefsel van draden tussen haar en hem, een verleden, familie, de lessen. Ik zou zo graag willen weten, waaraan ik dan begin. Is dat niet hetzelfde als willen weten waar je uitkomt? Daar kom je dus nooit uit. Ik moet dat vergeten. Het gaat niet om de bestemming, maar om de wandeling...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik zal het gaan vertellen. Ik ben zover.&lt;br /&gt;Het speelt al zo lang in mijn kop en al even lang wilde ik er steeds vanaf, maar dat helpt niet, mij niet, niemand niet. Ik sloeg steeds op de vlucht, stelde uit. Kreeg dromen van te laat en alles verloren. Dat soort ellende. Maar de angst wordt daar stiekem alleen maar groter van.  Een diepe angst die ik al jaren koester (ik geloof echt dat wij mensen goed zijn in het koesteren van onze angst) voor het schrijven, voor de zinloosheid van woorden achter elkaar zetten en de wereld in gooien. Oké, dragen dan, of zachtjes erin duwen, de deur uit. Ja maar... &lt;br /&gt;Bang ben ik voor gezeur of arrogantie. En dan mijn vermeende zekerheid dat ik ook mensen tegen het hoofd  of erger: tegen het hart zal stoten en die me dat zullen laten weten. Of die ik dan overal vermoed in een grote lege stilte. Op alles volgt immers leegte en stilte. Ik ben voor alles bang.  &lt;br /&gt;Maar juist daarom. Het is mijn belangrijkste motief, mijn beweeg-reden. Er is maar één antwoord op de angst voor het schrijven en dat is schrijven mét de angst. Zoals er maar één antwoord is op de angst om te mislukken en dat is de angel uit het mislukken halen door te durven vallen.  Loslaten dus, want wat is durven vallen anders? &lt;br /&gt;Gewoon het werk gaan doen en verder niks.&lt;br /&gt;Ik droom ervan om niet meer in angst te zwijgen en te schrappen, noch te roddelen of te roepen. Daarom wil ik het vertellen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Door deze zomer dit blog te schrijven, kon ik rustig beseffen dat dit nu het werk is dat voor me ligt. &lt;br /&gt;Grote dank aan mijn lezers en vooral diegenen die mij een reactie stuurden. Jullie aanwezigheid en weerklank hielp mij erbij te blijven. Jullie reacties hebben mij als een vraag bereikt. Een vraag om almaar scherper na te denken, te kiezen en los te laten. Een vraag ook om een vervolg.  U hebt misschien geen idee hoe belangrijk dat voor me is. Een vraag is benzine. Een onmisbaar hulpmiddel om de angst te overwinnen.  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tenslotte moet ik zeggen dat Tony er alles aan gedaan heeft om mij aan dit blog te houden. Amsterdam of geen Amsterdam, ik moest niet stoppen, niet weglopen. Weten dat ik er iets of iemand mee diende. Ik neem zijn aandrang serieus, maar ik heb aanhoudend het sterke gevoel dat dit verhaal niet van stukje naar beetje op een scherm bij de lezer moet verschijnen. Niet alle scherven al aan de muur hangen vòòr ze een mozaïek vormen en als geheel gezien kunnen worden. Noch door mezelf noch door u. &lt;br /&gt;Zoeff, daar gaat dit blog!&lt;br /&gt;Vooralsnog.&lt;br /&gt;Het is al sinds jaar en dag zeker, dat niets zeker is, dus geef ik dit fragment de titel die intussen al aardig de lading aan het dekken was: &lt;br /&gt;P A U Z E&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-1652820711831713305?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/1652820711831713305/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/11/pauze.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/1652820711831713305'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/1652820711831713305'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/11/pauze.html' title='pauze'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-2274179847858445715</id><published>2009-10-16T18:52:00.003+02:00</published><updated>2009-10-16T19:46:52.294+02:00</updated><title type='text'>met titel: Amsterdam</title><content type='html'>en toen vertrok ze&lt;br /&gt;in haar tas een voorraad licht&lt;br /&gt;om uit te delen&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-2274179847858445715?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/2274179847858445715/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/10/met-titel-amsterdam.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/2274179847858445715'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/2274179847858445715'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/10/met-titel-amsterdam.html' title='met titel: Amsterdam'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-8789862127704779102</id><published>2009-10-02T10:50:00.004+02:00</published><updated>2009-10-06T22:01:18.707+02:00</updated><title type='text'>adieu, voisine</title><content type='html'>Als je in de zomer door de vallei rijdt, langs de enige weg omhoog, dan passeer je wel af en toe een klein bordje met een klein zijweggetje, maar je krijgt geen idee hoeveel huizen er nog in het groen verborgen liggen. Pas in de winter ontdek je overal alleenstaande huizen en kleine hameaus (gehuchten) op de hellingen. Mensen hebben zich daar teruggetrokken en leven met weinig luxe en weinig gemak, maar met veel stilte en veel privé. Of noem het eenzaamheid. Want dat is het ook. Een vriend hier zei ooit: je wordt verliefd op dit landschap of je rent weg. Voor de meeste mensen is het te rauw om in te wonen. De verliefden omarmen het maar dat wil niet zeggen dat hun leven van hun leien dakje gaat... &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het huis het dichtst bij het onze is verlaten. De oude bewoner woonde allang in de stad toen wij hier kwamen. Hij had de kracht niet meer om hierheen te komen en hij had te weinig familie om zijn huis te onderhouden. Tenslotte stierf hij en zo ook de enige achterneef die er nog eens naar omkeek en niemand schijnt overgebleven of geïnteresseerd om het als erfenis in ontvangst te nemen. Het klassieke Cevenolse huis met het leistenen dak is nu in alle rust voetje voor voetje en steen voor steen aan het instorten. Dat doet pijn aan de ogen, maar we zijn niet bij machte daar iets aan te doen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Naast dat huis woont 'la voisine', zoals we haar al jaren noemen. Of ze woonde daar, we weten het niet meer. De hele winter hebben we haar niet gezien en deze zomer verschenen van tijd tot tijd mensen die haar huisje voor een paar vakantieweken leken te hebben gehuurd. Voisine woonde hier al zo'n 25 jaar en was absoluut verliefd op deze plek. Hoewel ze regelmatig een tijdje verdween en zelfs een periode overwoog om naar Spanje of de Canarische eilanden te emigreren, kwam ze altijd terug. Ik kan hier toch niet weg, zei ze dan, en doelde op de magische aantrekkingskracht van de plek, waaraan ze zo gehecht was. Maar de onverzettelijke hardheid van de natuur gingen haar vaak niet in de kouwe kleren zitten en konden haar grimmig maken. Maar altijd was ze op een dag weer open. Dan hielpen we elkaar, hielden elkaar af en toe gezelschap met verhalen en begrip, kwamen overeen hoe we met het water omgingen of hoe laat we wel of niet met de schetterende Landrover konden passeren. Zulke dingen. Het viel ons wel op hoe ze de hele vallei bij elkaar kon roddelen en tegelijkertijd beweren van niemand te willen weten, omdat ze het zelf wel uitzocht. Ze kon zelfs ineens ontembaar boos zijn omdat we stenen van haar gestolen zouden hebben, maar dan uitten wij spontaan onze oprechte verbazing en lieten haar betijen tot de rust terug was. &lt;br /&gt;Ze was pas echt uitdagend vrolijk als ze een man ontmoet had, altijd een misschien wel moeilijke maar fantastische kunstenaar, die wie-weet-wie-weet weleens DE man kon zijn die haar eenzaamheid zou komen stukslaan. Na iedere mislukte poging om een relatie tot bloei te brengen, was niet alleen haar huisje te klein, iedereen in een straal van pakweg vijfhonderd meter stond steevast in de weg. En ze droomde weer van gelukkig worden ver van hier. Dan wilde ze haar huisje verkopen voor een zo belachelijk hoge prijs, dat je er donder op kon zeggen dat het niet zou lukken. Vervolgens was ze daar dan eigenlijk weer blij om en bleef zitten waar ze zat.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voisine was dus een eigen-aardige, een extreme. Soms leek ze 'matteklap', wat niet helemaal vreemd is bij een te lang eenzaam leven. Overal woont dan een potentiële vijand, want iemand moet het gedaan hebben, al die onverdiende kou, al die chaos in de botten. Buren zijn dankbare wezens om naar te wijzen. Maar achter het slordig onvrouwelijk voorkomen, met haar uitgegroeide permanent en haar schelle harde stem, haar eigenzinnige onwrikbare overtuigingen en haar boosheid, school haar grote kinderlijke liefde voor het licht en het water, voor de geschiedenis van deze streek, voor ruwe mannen en hun kleine hart, voor het duistere binnen van haar huisje en de spinnen die er woonden. Ze kon lachen om zichzelf en dan aten we als klassieke buurvrouwen een halve taart op, dronken een fles leeg en spraken elkaar moed in bij ons geploeter. &lt;br /&gt;Voisine was een uitdaging van een buurvrouw. Je wist nooit hoe de vlag zou hangen, maar ze was gewoon Voisine en ze hoorde erbij. Ze was een beetje als de zomer en de winter, ik mocht haar wel.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De juiste afstand en de juiste verbondenheid houden met de mensen om je heen, het is niet gemakkelijk. Met Voisine vonden we nooit het goede midden. Vooral Tony moest het zo nu en dan ontgelden. Dan begon ze plots te schelden en op iedere vraag of verontschuldiging besloot ze dan geen stom woord meer te zeggen. Als we dat wilden begrijpen, dachten we algauw: misschien omdat hij een man is en niet te pakken, misschien omdat hij zich hier alleen redt met al het uiterlijk en innerlijk ongemak, misschien omdat hij niemand nodig lijkt te hebben en zij hetzelfde probeerde... Als het ijs niet smolt en niets hielp, kreeg ze van Tony wel een of ander lik op stuk en na een periode van afkoelen, was er altijd weer vriendelijke toenadering gekomen en wat meer op onze hoede geraakt, hadden we er het vergeten en vergeven voor over, want een goede relatie met je buren is hier nog belangrijker dan in de stad. Als je schoorsteen door de storm van je dak vliegt, een muurtje door de vloedgolf van regenwater ineenstort of als je alleen bent en op een gladde rots een gat in je gezicht valt en een dokter nodig hebt... van tijd tot tijd ben je maar al te dankbaar dat je je buur kunt aanspreken en dat die gewoon zonder vragen in gang schiet. We zijn met weinig, dus we zijn extra kostbaar voor elkaar.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen, op een onopvallende zaterdagochtend, lag er een brief in de bus. Een brief van de burgemeester waarin stond dat er aanhoudend zoveel klachten uit de directe omgeving over Tony waren geuit, dat hem dringend verzocht moest worden zich toch eens in te zetten voor een betere verhouding met de mensen in de buurt. &lt;br /&gt;???&lt;br /&gt;Bam! &lt;br /&gt;We begonnen te roepen van verontwaardiging, we lazen hem nog eens en nog eens, die brief, we stelden ons alle mogelijke vragen en we begrepen er niets van. We dachten dat we het eigenlijk met iedereen aardig konden vinden en als het niet altijd aardig was, dan was het dat tot dan toe wel altijd geworden, als het erop aan kwam. Ja, we wisten van mensen die elkaar tot goeie vijanden hadden gemaakt, maar wij kenden die vijanden en dronken en babbelden met de een en met de ander. We hebben nogal gewillige oren. Onze relatieve vreemdelingenstatus geeft ons de kans een beetje boven het dorpsgewoel te staan, terwijl we geen buitenstaanders zijn die er niet bij horen. Eerder integendeel. Maar alles is veranderlijk. Of verraderlijk...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na drie bezoeken van Voisine had de burgemeester geen andere weg gezien om haar geklaag het hoofd te bieden dan haar te verzoeken haar relaas op papier te zetten, dan kon hij doen wat de reglementen hem voorschreven te doen: een officieel verzoek aan Tony sturen om zijn gedrag te veranderen, zodat de gemeenschap geen last meer van hem hoefde te hebben. Hij kreeg inderdaad die brief van haar en deed daarna het nodige om 'van het gezeur af te zijn.' Na een paar dagen bekomen van de schrik, belde Tony hem op. De burgemeester mocht hem de oorspronkelijke klachtenbrief niet sturen of geven maar wel laten inzien. In het gemeentehuis heeft hij wekelijks spreekuur, in een kamertje van anderhalf bij vier meter, een soort gang dus, en eenmaal daar beland, sloeg Tony pas echt achterover. Een eindeloze reeks misdragingen, van allerlei aard met de data erbij tot in jaren terug, stonden hem van het papier aan te gapen. Ondertekend: Voisine. Het ging natuurlijk over water, over stenen, over brandhout, over de weg, over geluid, over taal, nou ja, over alles waarover buren en dorpsgenoten op de campagne traditioneel (kunnen) botsen. Voisine schetste de autoriteiten de volstrekte onmogelijkheid om nog adem te halen met zo'n buurman op tweehonderd meter afstand. Wat misschien nog het meest toesloeg was de mededeling dat ze ook de politie had moeten inlichten, met dezelfde brief, om bescherming te vragen, want nu ze eindelijk haar ware beklag moest doen, zou de verschrikkelijke buur zeker wraak komen nemen en was ze niet meer veilig. Tony wist niet meer of hij moest vrezen of lachen. Zeker was dat hij een spiegel kreeg die hij nog niet kende. &lt;br /&gt;De burgemeester stelde hem gerust en vertelde verhalen over hameaus waar het minstens zo 'erg' aan toeging, zo niet nog vele malen grimmiger. Hij zei erbij dat hij geen andere weg had gezien om het zuigen van aandacht en energie van Voisine het hoofd te bieden, want tegen haar praten om de zwarte stormen te luwen had geen enkele zin gehad. 'Zo is ze, zo kennen we haar al jarenlang,' zei hij geruststellend tegen Tony, 'trek het je niet teveel aan. Ik kan het alleen niet meer opbrengen de helft van mijn tijd bezig te zijn met mensen die het niet kunnen laten om anderen zwart te maken, om redenen die ik niet eens meer weten wil. Je hebt geen idee hoezeer ik hier word aangesproken op ruzies en meer dan ruzies in hameaus, waar ik tenslotte niets aan kan doen. In mijn eigen hameau is het zo bar en boos dat je er niet zou willen wonen. Ik trek me terug in de formele weg. Ik moest je die brief schrijven en ik moet je nu met lege handen naar huis sturen.'&lt;br /&gt;Wat ga je daar thuis dan mee doen?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tony zag er geen brood in om Voisine nog op te zoeken. En Voisine zocht hem niet meer op. Ik overwoog om op haar af te stappen als ik haar zou treffen, al wist ik niet precies wat ik zeggen zou, hoe ik openen moest. &lt;br /&gt;Maar Voisine was niet thuis en is nooit meer thuisgekomen. Ze heeft zichzelf hier weggepest. Ik wist niet dat het bestond, maar je kunt niet alleen anderen wegpesten, je kunt ook jezelf wegpesten. Het vallen in de kuil die je voor een ander dacht te graven. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Je kunt hier, geholpen door de harde schoonheid van de plek, vrede vinden met de eenzaamheid waaraan we uiteindelijk allemaal liever zouden ontsnappen en met de angst in jezelf dat er niet genoeg voor je is, van eten of water of warmte, dat je niet genoeg zult hebben en nooit genoeg zult zijn. Je kunt ook zichtbaar of onzichtbaar hol worden van binnen of te vol van jaloezie en ijl geworden dromen. Dan word je dof en zuur en om niet te verkommeren moet je je naar buiten keren. Goedschiks of kwaadschiks. Om je koers te veranderen. Als je verwelkt en je verliest je bladeren, dan wil je nog wel wachten op een nieuw seizoen, maar als het winter blijft en maar winter blijft en nergens zie je de lente komen, wat dan?  Als onze koers echt veranderen moet, omdat we anders stikken, en niets helpt, dan willen we op een dag nog wel eens gaan slaan. Ik weet hoe we gaan slaan. Je wilt niet slaan. Je moet slaan. Je moet van je plek. Je moet uit je verstopping, uit die verdroging, uit dat onophoudelijk rammen van de storm op je deur. Het beest moet de buik uit. Iets moet je doen om adem te halen. Iets moet je forceren om wat op slot sloeg los te breken, open te beuken. Er is altijd een verhaal. Er is altijd een verdediging. Er is altijd een verklaring. Ook als je hem niet kent. Zwart is hard. Schimmel moet weggesneden. Lijken begraven, verbrand. Je zit in een klein huisje, ergens in de bergen, en niemand heeft jou nodig. Als je dan jaren je best doet en er komt toch geen lente, dan komt die dag dat je begint te slaan. En je kunt heel vertrouwd worden met slaan en ervoor zorgen dat je zelf totaal niet ziet dat je slaat. Je kunt zelfs zo goed leren slaan, dat het slaan zelf onzichtbaar wordt. De wereld zit daar vol mee, barst ervan uit haar voegen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoe dan ook, het is Voisine gelukt hier weg te komen, zonder de man van haar leven te vinden (heb ik maar van horen zeggen..), zonder te emigreren en zonder het bordje 'te koop' in de tuin. &lt;br /&gt;Ik bedoel dit niet cynisch. Ik heb geen leedvermaak. Ik vind het jammer. We hebben te weinig gelachen en te weinig van elkaar geleerd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met mensen, je weet het nooit. Ik houd niet van mensen, zeggen wij elkaar soms. We menen dat eigenlijk ook. Mensen maken je onvrij. Ze bezetten je. We zijn zelf al mensen, we hebben onze handen al vol aan onszelf. We zijn zo'n ingewikkeld soort. We moeten er al zo hard aan werken om onze energie te behouden om de teugels over onszelf als kleine mens niet te verliezen. We doen natuurlijk ons best van mensen te houden, maar dat lukt toch pas echt op het moment dat we onszelf even helemaal niet in de weg zitten. Als we voor een moment onaantastbaar kunnen zijn omdat we transparant zijn, nergens aan verkleefd en tegelijk helemaal hier in onze vorm zijn. De voeten op de aarde, het hoofd hoog en open. Eerlijk gezegd is dat vrij zeldzaam. Ondertussen bewegen we ons onder de valleibewoners en vooral Tony is iemand die de afgelopen jaren met veel vrolijkheid en open hart door het sociale hoofdstuk wandelt. Maar dat doet niets af aan zijn inzet en training om hier onafhankelijk en autonoom te zijn en te blijven. Hem kennende snap ik best dat veel mensen hier niet veel van hem snappen... Misschien is hij voor sommigen verraderlijk?&lt;br /&gt;In de affaire Voisine moest hij veel geduld hebben, nadenken, slikken en vooral geconcentreerd en subtiel blijven kijken om erachter te komen wat hij van zichzelf in die spiegel van haar zag. Het heeft geen zin te ontkennen dat je er zelf bij was als mensen tegen jou in het harnas gejaagd zijn. Natuurlijk had hij veel zin om te vloeken en moest hij veel zwijgen maar ook praten om een beeld op het netvlies te krijgen dat paste bij het verhaal. Veel keus was er niet. Een dikke jas van onverschilligheid aantrekken, daar word je tenslotte niet warm van. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eigenlijk is het hier dus allemaal gewoon hetzelfde als waar dan ook. Het midden zoeken tussen sociaal zijn en eenzaam,.. nee, zowel het een zijn als het ander, zowel  deelnemen als terugtrekken, zowel verdragen als op je strepen staan, zowel gerespecteerd kunnen worden als benijd of verguisd.  Het ziet er iets anders uit dan in een willekeurige Hollandse stad, maar het werk is hier niet anders. Het is hier gewoon een dorp van jewelste. Sterker nog. Al die hameaus zijn ingedikte dorpjes. Met 10 mensen op een kluit wonen is kwetsbaarder dan met 100 of 1000. Zo beschouwd ligt de franse campagne vol met tijdbommetjes. Sommige huizen als dat van ons liggen redelijk los van een kluitje en dat geeft meer privé. Dat heeft zijn voordelen, maar dat blijkt dus maar relatief.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Je hebt altijd jezelf nog, kun je denken. Kun je voelen. Kun je zelfs voelen zonder rancune, zonder gemis. Maar welk zelf is dat?&lt;br /&gt;Ik vind het het allermoeilijkste, dat ik steeds meer moet ontdekken dat ik dát zelf, dat kleine menselijke zelf dat je in zulke botsingen zuigt, dat je raakt en opwindt en in het gevecht wil trekken tot je stijf staat in je gelijk of omvalt van de klappen, dat aantrekken en afstoten, het zuigen van energie, het verliezen in emotionaliteit... ik wil het helemaal niet meer hebben. Ik ken het net als iedereen, maar ik wil niet meer mee. &lt;br /&gt;Ik weet nog niet hoe ik me vriendelijk moet blijven verbinden en toch dat opgewonden en opwindende zelf erbuiten moet laten, asociaal en ontoegankelijk voor het hele spel van menselijke 'inter-dingen'. Sociaal én eenzaam zijn. Alweer de paradox. Ik weet niet hoe, maar ik weet dat ik dat wil. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Adieu, Voisine. Het ga je goed.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-8789862127704779102?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/8789862127704779102/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/10/adieu-voisine.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/8789862127704779102'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/8789862127704779102'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/10/adieu-voisine.html' title='adieu, voisine'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-5917582822146663473</id><published>2009-09-26T23:32:00.002+02:00</published><updated>2009-09-27T00:46:38.440+02:00</updated><title type='text'>verloren</title><content type='html'>Mijn vriendin H. voelt zich verloren. Ze schrijft me vanuit de grote stad. Ik luister veel gesprekken af, zegt ze, en ik stel me het terras voor waar we vaak samen zitten en waar ze nu uren alleen zit. De mensen praten maar, zegt ze, over wanneer het weer weekend is en in het weekend over de maandag dat ze weer moeten werken. Ze zijn er niet, ze zitten in de toekomst, alleen maar daar. Praten om te praten, het wordt steeds moeilijker. Ik weet precies wat ze bedoelt. Dat gevoel van niet veel meer te melden hebben. Je zoekt mensen op om ertussen te zitten, terwijl je je ervan afgescheiden voelt, maar steeds weer alleen zijn doet je hoofd op hol slaan en maakt je bang, al weet je soms niet waarvoor. Dat gevoel van verlorenheid dat je niet kunt oplossen door onder de mensen te gaan. En toch doe je dat. Alle krijgers kennen dat. Het is een fundamentele oefening in eenzaamheid, waaraan we niet kunnen ontkomen, omdat we mensen zijn die hun oorspronkelijke stem willen vinden. We moeten de weg vinden die enkel van ons is en daarvoor moeten we ook tussen de ontelbare wezens om ons heen zoeken. Doelloos tussen de mensen zitten en verloren zijn, steeds maar weer, tot we een draadje en nog een draadje vinden om onze eigen weg te weven, ik geloof dat niemand van ons eraan ontkomt. &lt;br /&gt;Misschien gaat het ooit voorbij. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Juist in die dagen dat we elkaar schreven over dat gevoel van verlorenheid, gebeurde het. &lt;br /&gt;Het was opgehouden met regenen, er was wat licht in het zuiden, de flanken van de berg waren weer tevoorschijn gekomen, precies dezelfde flanken die twee dagen eerder in de wolken waren verdwenen. Alles was stil, behalve het water. De waterval was voller, met een forser gebruis markeerde hij de stilte.&lt;br /&gt;Ik sta onder de douche en plots zie ik een vreemd beest aan de overkant van het water tussen het struikgewas en de zware vermoeide bomen. Van achter het badkamerraam kijken we opgewonden toe. Spontaan beginnen we te fluisteren. &lt;br /&gt;'Het is een geit' zegt Tony en ik direct erbovenop: 'welnee, dat is toch geen geit, zie jij hoorntjes of knobbels op die kop?' &lt;br /&gt;'Nou.. ja, misschien wel ja.., die kop is bijna zwart!'. Hij tuurt met zijn neus tegen de ruit.&lt;br /&gt;'Ja, maar de vórm van die kop. Bestaan er geen schapen met zwarte oren? Het heeft de kroezige vacht van een schaap, een beetje weinig wit, maar toch..,' ga ik eigenwijs verder. &lt;br /&gt;'Een schaap? Welnee, dat kan geen schaap zijn. Het is veel te groot voor een schaap. Het is misschien een wilde geitensoort, van de andere kant van de berg. Ik heb ervan gehoord.'&lt;br /&gt;De 'schaapgeit' krijgt ons in de gaten. Het staat plots onbeweeglijk, staart ons aan. Wij staren vriendelijk terug. &lt;br /&gt;'Die kop is toch echt een schapekop, denk ik eigenwijs. 'Kijk! Er zit iets oranjes aan zijn oor, een hoe-heet-zoiets, een merkteken, je weet wel, het is niks geen wilde!' &lt;br /&gt;'Daar heb je gelijk in, verdomd.' &lt;br /&gt;We lopen naar buiten. Als het dier niet wild is, kunnen we er gerust een beetje tegen gaan praten. 'Hey, Charley!' begint Tony. 'Wat doe jij daar? Waar kom je vandaan, jij. Kunnen we een beetje praten..?' Nog steeds staat hij (of zij..) ons onbewogen aan te kijken.&lt;br /&gt;'Ik blijf er een schaap in zien,' begin ik nog eens. &lt;br /&gt;Wat doet het er eigenlijk toe?&lt;br /&gt;'Het is een geit, het is echt geen schaap.'&lt;br /&gt;Ineens draait het beest zich van ons af en begint rustig hier en daar wat groen te trekken en te knabbelen. Het kan hem of haar duidelijk geen zier schelen wat ons bezighoudt. &lt;br /&gt;'Die staart! Zie je die lange staart,' roep ik uit, 'wat is dat merde voor een beest?'&lt;br /&gt;Nooit een schaap gezien met zo'n lange dunne staart.' &lt;br /&gt;'Maar ook geen geit...'&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Onverstoord kauwend wandelt het beest weg en verdwijnt achter een rotsblok. We wachten nog even, turen tussen de bomen maar hij is verdwenen. We willen zoeken op het net naar de identiteit van het beest, maar we hebben geen bereik, na het onweer van de dag ervoor is het signaal weg.&lt;br /&gt;'Hij was zo groot als een paard!', zegt Tony. 'Welnéé,' reageer ik, 'hij was misschien een meter hoog.' 'Bokken kunnen heel groot zijn.' &lt;br /&gt;'Dat weet ik ook, bokken kunnen kolossaal zijn, maar hij met die kop... Van wie of welke kudde zou hij kunnen zijn? Wie houdt hier nog schapen in de buurt?'&lt;br /&gt;'Niemand meer, zover ik weet' zegt Tony, 'maar ik zal eens wat rond bellen.'&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Regelmatig zwerven hier jachthonden in de buurt rond, meestal verloren gelopen na een zondagse jachtpartij en achtergelaten door de jagers. Ze zijn moe, uitgehongerd, hees van het blaffen en in de winter verkleumd van de kou. Die willen nog wel eens aankloppen, als honger of kou hen teveel wordt. Om hun nek hebben ze altijd een telefoonnummer van hun baas. Volgens de traditie krijg je een stuk everzwijn voor de zorg, want het kan wel even duren voor de jager kans ziet zijn hulpje op te halen. We hebben eens een ongelooflijk treurige lobbes van een bibberende hond hier gehad, die luisterde naar de naam Oscar. Toen hij hier aan kwam, waren we onmiddellijk plat voor de ontzaglijk meelijwekkende ogen van het beest. De meest trouwe smekende ogen die ik bij een dier ooit heb gezien. De overgave waarmee hij er ellendig aan toe was en zijn trillende eenzaamheid in onze handen legde, was ontroerend. Teetje de poes wou hem absoluut niet binnen hebben, dus moesten we Oscar buiten laten in een doos met een deken en drie blikken kattenvoer, in een pak sneeuw.  We leden er bijna even hard onder als Oscar zelf. Hij hield niet op met bibberen en janken. Toen hebben we de woede van onze dierbare poes op de hals gehaald en Oscar een plekje gegeven onder de trap óp die warme deken. Zijn baasje, slager in het dorp, kwam hem pas de volgende dag ophalen. Zonder zakje everzwijn, maar dat was eigenlijk maar gelukkig, want zwijn is geen favoriete lekkernij voor ons. &lt;br /&gt;Gedwee liet Oscar zich meetrekken en in de 4x4 stoppen. Zijn baas had er duidelijk de pee in dat hij zo'n eind moest komen rijden voor zijn hond. En Oscar zag er bepaald niet naar uit dat hij talent had voor de jacht. Hij leek eerder geboren te zijn om een beetje tussen een kudde schapen te scharrelen en er hier en daar eentje op de vingers te tikken als hij te ver uit het zicht raakte, dan zenuwachtig op zoek te gaan naar neergeschoten wild. Bij ons heeft hij iets achtergelaten, de goede oude lobbes, want iedere jachthond die we sindsdien horen blaffen ergens op de bergflank of die bij ons aankomt om thuisgebracht te worden, noemen we sindsdien een Oscar. Maar eerlijk gezegd heeft geen van hen ons ooit zo geraakt als de ware Oscar, de verloren hond. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De eerste telefoontjes voor het 'schaapgeitbeest' leverden niets op – geen schapen meer of niemand thuis – en aangezien het dier was verdwenen, lieten we het er even bij. &lt;br /&gt;Maar de volgende dag staat ze plots pal achter de molen ijzig kalm een hapje te eten. En dan begint haar bezoek pas echt en vindt haar hoogtepunt in pontificaal een kwartiertje in de badkamer staan en door het raam naar buiten kijken, precies waar wij haar voor het eerst bespeurden. Ze is nu definitief een schaap, definitief een vrouwtje en onmiskenbaar zwanger. Doodstil staat ze op haar hoge poten voor de douche op het blauwe matje. Met de lange dunne staart mept ze vliegen van zich af als een paard. Ik staar met eenzelfde gespannen aandacht als waarmee zij daar onbeweeglijk staat, naar haar strakke dikke buik en en zie het lammetje daarbinnen bewegen onder de golvende blauwgeaderde huid. Een zwaar zwanger schaap in de herfst in mijn badkamer. Pourquoi pas?&lt;br /&gt;Ik stel me al de bevalling van een lam voor, waarbij ik dus helemaal niet weet of en wat en wanneer  ik iets zou moeten doen, maar pourquoi pas? &lt;br /&gt;Daarna wandelt ze rond, de trappen op en af, overal etend, overal schijtend. Dan legt ze zich te slapen op een schaduwrijk plekje, terwijl Teetje met dikke staart in het raam van de molen zit en haar stevig in de gaten houdt. Zo blijft ze uren rond het huis en op een gegeven moment wordt het al zo gewoon dat Tony en ik rustig verder gaan met ons werk en het schaap schijt ook rustig verder. Totdat ze de molen binnen wil gaan en Tony de deur voor haar neus dichtdoet. Als ik naar binnen wil, moet ik haar bij de nek pakken en flink kracht zetten om haar voor de deuropening weg te trekken en om te keren. Het lijkt wel een ezel, denk ik. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tenslotte belt Tony een boer in Montselgues, het dorpje boven op het plateau, die schapen schijnt te houden. De man is hogelijk verbaasd, want hij mist geen enkel dier in zijn kleine kudde. Het nummer op het merkteken van het schaap zegt hem niets. &lt;br /&gt;'En wat moeten we nu doen?' vraagt Tony en de man antwoordt eenvoudig dat hij ook geen idee heeft. 'Hoe lang kan een schaap zich alleen redden?' &lt;br /&gt;'Een paar maanden, als het moet,' zegt de man, 'pas alleen op voor uw tuin, want daar blijft dan wel niets van over.' &lt;br /&gt;'En als ze moet bevallen?'  &lt;br /&gt;'Dan bevalt ze. Ja, en als de winter invalt, tja, dan wordt het zwaar. Dat redden die beesten niet.'&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Diezelfde avond verdween het schaap. We hebben haar niet meer gezien. Bizar genoeg kwam er een paar dagen later wel even op een middag eenzelfde lange-staart-schaap voorbij. Hij passeerde gewoon en verdween voorbij de bocht in de weg omhoog. Het was er één zonder dikke buik. In al die jaren nooit eerder zo'n beest gezien en nu wandelen ze voorbij of het de normaalste zaak van de wereld is. Of kwam deze even langs om ons aan het andere verloren schaap te herinneren? Of aan alle verloren schapen? Verloren? Ze zagen er bepaald niet verloren uit. Ze bleven hoe dan ook stevig op hun poten staan, ze bleven eten, bleven schijten en wandelden weer eens verder als het hen uitkwam. Ze hadden voorlopig niemand nodig. &lt;br /&gt;Als ze moeten bevallen, bevallen ze en als de winter komt, komt de winter, zegt de nuchtere kenner.&lt;br /&gt;Nu ik dit opschrijf begin ik bijna te twijfelen of ik dat tweede schaap echt heb gezien. Of dacht ik steeds aan het zwangere schaap en of het allemaal wel goed met haar ging?&lt;br /&gt;Ik blijf een beetje met een raadsel achter. Het raadsel van de verloren schapen, die verdomd eigenzinnig en zelfstandig blijken te zijn. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik schrijf mijn lieve vriendin H.: houd moed, verlaat de stad als ze op je valt, pak een boom of ga even gillen op de hei. Zoek iemand op die niet teveel vraagt en niet teveel kwijt moet. Laat ons niet teveel van elkaar vragen en teveel aan elkaar kwijt moeten.&lt;br /&gt;En ik vertel haar natuurlijk over het verloren schaap.&lt;br /&gt;In haar antwoord lees ik:&lt;br /&gt;'Soms droom ik wel eens dat ik bij jullie ben. Het is alsof ik er dan geweest ben en dan kan ik weer voort.'&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-5917582822146663473?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/5917582822146663473/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/09/verloren.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/5917582822146663473'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/5917582822146663473'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/09/verloren.html' title='verloren'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-686476627485280496</id><published>2009-09-20T19:52:00.004+02:00</published><updated>2009-09-22T02:20:55.918+02:00</updated><title type='text'>goede steen</title><content type='html'>Dat het hier niet zo veel uitmaakt, wat of je vandaag of morgen doet of misschien niet doet, kan heel aangenaam lijken. Je kunt vroeg opstaan en de handen uit de mouwen steken, je kunt ook blijven liggen, naar de regen luisteren, terug in slaap vallen. Het werk wacht wel, het kan altijd wachten. Dat is okay. Sommig werk wacht al jaren. Het is er omdat het zich heeft laten zien in het dromen, daarna is het wachtend werk geworden, maar het is vrij, het kan ook niet gebeuren. Het is altijd al goed zoals het is. &lt;br /&gt;Vòòrdat wij hier aardig naïef met dromen begonnen, hadden anderen hier zitten dromen en met de handen aangepakt, maar die mensen hebben het na hooguit een paar jaren opgegeven of moeten opgeven. Hun dromen waren vervlogen en wij kunnen ons daar van alles bij voorstellen. Dat kan gebeuren en dat is óók goed. &lt;br /&gt;Ooit moet hier zelfs niets geweest zijn. Geen huis, geen haard, geen menselijk leven, geen brood, geen bed. Ook dat was goed. &lt;br /&gt;Toen bouwden mensenhanden een molen en die maalde de kastanjes. Daarna kroop er een ziekte in de bomen en joeg de vruchten en de mensen weg. De seizoenen sloegen toe en er groeide een ruïne. Zo was er weer (bijna) niets. Ook goed.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat je ook doet, het is goed, zeggen de bladeren in de bomen. De eerste gevallen bladeren op de grond bevestigen dat doodleuk. Het is allemaal goed. Het is niet zo belangrijk, zegt de adelaar boven ons hoofd, of de badkamer deze zomer eindelijk in mooi Marokkaans stucwerk wordt gestoken of het volgend voorjaar. Het is okay als er nog geen betere opslagplaats voor het brandhout komt. Geen man overboord als het betonnen terras nog even niet betegeld en ommuurd wordt. Wanneer dat gillend zilveren 'isolatieplafond' bedekt wordt met.. juist, met wat dan? Als wij eronder kunnen slapen, zal niemand ervan wakker liggen. &lt;br /&gt;Zomer geeft zich over, herfst glijdt binnen.&lt;br /&gt;Dat gaat allemaal zo en dat is allemaal goed.&lt;br /&gt;We zijn vrij. In de vrije natuur.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Goede berg, goede noten aan een goede boom, goede spinnen in hun goede web, goede regen na goede hitte. De eekhoorn is schattig, de frelon (de grote pas-op-broer van de wesp) is gevaarlijk, de zwart-rode rups een lust voor ons oog. Voilà, daar gaan we. Iedere smaak, iedere sensatie, elk oordeel komt van ons. Het miniemste spoor van opwinding, ergernis of blijdschap, wij zijn het. Het is gewoon: berg, noten aan boom, spinnen in web, regen na hitte. Zonder oordeel weerspiegelen de motten tegen het raam ons doen en laten. &lt;br /&gt;Waar we ook kijken, we kijken in de spiegel. Waar we ook naar luisteren, het is onze eigen stem, het gekrakeel in ons hoofd. We kunnen op onze botten zitten bijten, maar we worden altijd weer teruggestuurd naar ons eigen gekrakeel.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En dan komt het op een dag toch weer hard aan, dat het niet erg veel uitmaakt of we nu schrijven of dat we daklatten in de lak zetten. En het gaat nog een beetje verder: het doet er ook niet zoveel toe of dat dan lukt of dat het mislukt. Dat je niet verwachten kan dat je er op vooruit gaat, als er veel en vooral moois uit je handen komt. Dat is toch hard voor ons? Voor hetzelfde geld schieten we er met ons werk zelfs niets méér mee op dan wanneer we rustig blijft zitten, een babbeltje slaat met een toevallige passant of gewoon met de poes en ons niet druk maken als de mensen zouden vragen wat we vandaag hebben gedaan. Niets, zeg je dan, ik heb rustig gezeten, een babbeltje geslagen met een toevallige passant en ook nog met de poes en me niet druk gemaakt of jullie zouden vragen wat ik met mijn dag heb gedaan. Zoiets kan ons goed van slag maken. Of minstens ongerust. &lt;br /&gt;Zo vervuld als we kunnen zijn van de eindeloze rijkdom en wijsheid van de natuur om ons heen, zo verloren kunnen we ons voelen als onhandige mens. &lt;br /&gt;Bij al wat we gedaan en gelaten hebben, knippert de schemering nog geen fractie van een seconde met zijn ogen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wij moeten op eigen houtje door onze beelden heen. Die hele weelderige bende ideeën van hoe we zijn en wie we waren en waarvandaan en al die gevaren die we zien en die hoop die we koesteren. Dat kan maar voortwoekeren en nooit is het gewoon goed. Als een molensteen kan die ballast op onze nek hangen. En hoe krijgen we die steen ooit van zijn plek? &lt;br /&gt;Ik heb hier gezien dat rotsblokken kunnen breken of van hun plaats geraken. En dan heb ik het niet over het geweldwerk van met een grote Makita-boor ertegenaan denderen en met kunst- en vliegwerk kleinere brokken maken. Ik heb het ook niet over handzame stenen die zo uit het landschap komen, waarmee we hier ook gebouwd hebben, waarvan sommige gescheurd blijken of poreus en dus niet zo bikkelhard als je denken zou. Nee, ik bedoel serieuze rots.&lt;br /&gt;Er ligt hier vlakbij een groot blok graniet in stukken. Hij ligt als een puzzel in elkaar en valt maar niet uiteen. Die moet op de een of andere manier gebarsten zijn. Zomaar. Aan ons oog onttrokken, maar waarachtig wel echt in gruzelementen geraakt. Ook is er een koei van een rotsblok aan de rand van het water die tien jaar geleden tegen de andere blokken aanlag en er nu van gescheiden ligt met een gleuf ertussen van minstens 25 centimeter. Kleine plantjes hebben de kracht gehad om te groeien tegen de macht van het rotsblok in. Water, een miniem stroompje, een druppel regen kan hetzelfde doen. Ze zijn in staat om millimeter voor millimeter tonnen steen van hun plek te duwen. En dat is graniet! Dat is zo hard dat je morsdood bent als je er met je kop tegenaan knalt. Een zaadje en een zandkorrel tegenover een rotsblok. En niemand die haast heeft...&lt;br /&gt;Een jaar of wat geleden werden we op een nacht wakker van een onwaarschijnlijk donderend geraas. Of de wereld verging. Daarna doodse stilte. De volgende dag bleek dat er een enorm rotsblok los was gekomen op de hellende granieten oever van de Thines en naar beneden gerold tegen een eenzelfde gevaarte aan. Het moment dat zoiets loskomt en gaat, geen seconde eerder, geen minuut later, dat laatste draadje waaraan het gehangen heeft met héél dat gewicht in héél de eeuwenoude orde zoals die was. Wat een spanning! Wat geweldig! Plotseling is alles anders. Het blok past zich aan. Het water past zich aan. De lege ruimte waar de steen verdwenen is, ligt er even geschrokken bij, maar razendsnel beginnen plantjes en mossen te groeien en alles vindt in geen tijd een nieuw evenwicht. Of er nooit iets is gebeurd.&lt;br /&gt;Tegenwoordig speur ik in het landschap naar gebarsten stenen. Ik vind het zo bemoedigend om te zien, dat wat we voor onwrikbaar houden toch in stukken kan.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-686476627485280496?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/686476627485280496/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/09/goede-steen.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/686476627485280496'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/686476627485280496'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/09/goede-steen.html' title='goede steen'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-1721257035919508495</id><published>2009-09-13T23:23:00.002+02:00</published><updated>2009-10-23T23:39:36.835+02:00</updated><title type='text'>zonder titel 6</title><content type='html'>plots de zomer voorbij&lt;br /&gt;een nieuw blikken licht valt &lt;br /&gt;op de berg en mij&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-1721257035919508495?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/1721257035919508495/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/09/zonder-titel-6.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/1721257035919508495'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/1721257035919508495'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/09/zonder-titel-6.html' title='zonder titel 6'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-2989751783452405582</id><published>2009-09-09T15:16:00.002+02:00</published><updated>2009-09-10T00:23:50.469+02:00</updated><title type='text'>knoop</title><content type='html'>Er ligt een knoop voor haar deur. Ze wil naar binnen, zegt ze, maar er staat een reus van een knoop en hij blokkeert haar deur van boven tot onder. Er moet iets gebeuren. Deuren zijn er om open en dicht te doen, om langs in en uit te gaan. Die knoop moet opzij. Die knoop moet weer weg. Gisteren was er ook geen knoop. Niks gezien. Ze sluit haar ogen en denkt de knoop weg te kunnen denken, maar ze ziet alleen maar die knoop daar. Ze kent hem zo godvergeten donders goed. Dat voelt ze. Ze voelt zich nogal thuis bij die knoop. Maar akelig thuis. Duister thuis. Hij moet weg, ze wil naar binnen. En naar buiten als ze zin heeft en weer naar binnen. Ze gaat hem wegdenken, ze heeft die knoop toch al heel vaak weggedacht. Goochelen. Doorademen en oplossen. Zij kan heel goed goochelen, scherp denken en doorademen. En die knoop kan ook heel goed oplossen. Dat is werken, voor allebei, maar het kan. Getemde knoop. Onzichtbaar achter de berg gestald. Ze kan heel goed doen of de knoop er niet is en de knoop kan dat ook. Zijn kans afwachten achter een vrolijke avond of onder een vertrouwd gezelschap verstopt. &lt;br /&gt;Ze opent haar ogen en daar is ie weer, pal voor haar deur. Minstens zo groot als zijzelf. En ook zo oud als zij, denkt ze erbij. Deze keer is het menens, schiet het door haar heen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ze had zich erin getraind hem achter de berg te duwen. Ja, hij rolde soms te voorschijn, of vaak eigenlijk, steeds vaker. Hij groeide. Haar angst voor de knoop ook. Tot nu toe had ze hem kunnen temmen, soms hardhandig, soms heel behendig, slim, sluw eigenlijk, zonder veel spieren te vertrekken, in alle vriendelijkheid. Ze was goed geworden in het uit het zicht houden van de knoop. Verdacht goed, mag ze wel zeggen. Ook in het inschakelen van andere mensen om haar knoop naar een onzichtbare plek weg te werken, was ze een kei geworden.  &lt;br /&gt;Maar nu barricadeerde de knoop dus haar deur en eerlijk gezegd, of ze wilde of niet - en ze wilde het niet - ze was woest van wanhoop. Ze had geweten dat hij steeds sterker werd, dus ze moest nu niet doen of ze verrast of overvallen was. Maar toch. Hoe meer ze hem had weggeduwd, hoe strakker de kluwen draden zich in elkaar had vastgedraaid, hoe moeilijker het geheel nog te ontwarren was. Ze realiseerde zich met een klap dat niet zij de knoop getemd had, maar dat de knoop haar had getemd. Dat de knoop nog slimmer was dan zij. En met een veel langere adem zich iedere keer weer neervlijde waar of ie maar wilde. Altijd uit haar buurt als zij oplettend was en altijd dichtbij als ze een beetje liep rond te slapen.&lt;br /&gt;Vroeger kon ze nog geloven dat knopen er niet meer waren als je ze opzijgeschoven had en niet meer zag. Weinig origineel, maar in al haar slimheid was ze net zo dom als de meeste andere mensenkinderen. De knoop hing nu al een tijdloze tijd lang ergens in haar energieveld rond, maar ze had steeds weer kans gezien zich erlangs heen te wurmen door te duwen, te smeken, te pesten of te paaien. Of misschien langs andere misleidingen, ze weet het zelf niet. Hoe dan ook, ze had zich altijd kunnen dubbelvouwen en door een onmogelijk gaatje kunnen piepen. &lt;br /&gt;Later, toen ze de knoop was gaan herkennen, was ze er steeds weer lustig van overtuigd geweest dat ze hard werkte aan het ontwarren en dat je toch al wel kon zien dat de knoop een beetje kleiner werd. Maar de knoop zelf haalde haar altijd in. Ze had ook al geprobeerd om vriendschap te sluiten, de knoop mee te sleuren op haar rug, naar hem te luisteren, hem in bad te doen, eten te geven, een plekje te geven in haar bed. Steeds weer moest ze ontdekken dat al wat ze deed en bedoelde te doen, deel werd van het rad dat ze voor haar ogen draaide. De knoop nam het allemaal in zich op en bleef rustig de knoop. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar zoals in alle sprookjes en verhalen gingen jaren voorbij of misschien zelfs eeuwen en toen was er zo'n dag dat ze niet lenig en soepel genoeg meer was om zich dubbel te vouwen en alle zorgzaamheid om de knoop in haar levensruim te erkennen vruchteloze routine was geworden. De knellende knoop had zich voor haar deur geposteerd en het was gedaan met de ogenschijnlijke vrijheid om in en uit te gaan zoals het haar uitkwam. Deze dag viel precies samen met het volle besef dat die kluwen nooit uit zichzelf uit wandelen zou gaan om achter de berg te verdwijnen en niet meer terug te komen. Ze schrok van de gedachte dat ze daar eigenlijk nog altijd op hoopte. Ze was onbeschrijfelijk aan de knoop gewend geraakt, maar ze wilde ook niet altijd maar weer woest en wanhopig raken en steeds weer moeten wurmen. Het werd zo zonde van de tijd. En al die blauwe plekken, dat bloed, de schade, de schande. Ze kon opnieuw proberen weg te lopen, een blokje om, een straatje verder, een grens over, dat had ze immers al zo vaak gedaan, maar het had haar eigenlijk niets verder gebracht, het hoorde gewoon bij de gewoonte. Het luchtte hooguit even op en dan verscheen de knoop doodleuk weer om haar te melden dat hij nooit verdwenen was, wat ze ook had mogen hopen en dromen. Dus ook die gedachten aan ontsnappen begonnen de wanhoop te voeden. Ze wist niets te doen om zich van de knoop te bevrijden, terwijl het meer dan ooit het enige was wat haar te doen stond. Een draad maakte zich los uit de kluwen en greep haar bij de arm. Een andere draad schoot toe en wond zich om haar voet. Welke kant kon ze op? Ze zou de hele kluwen moeten meesleuren, als dat al kon. &lt;br /&gt;Ze snapte het wel en ze gaf het moedeloos toe: ze had zoveel tegen de knoop aangeduwd, ze had er zoveel aan zitten peuteren en erover gepiekerd en geleuterd, dat het verschil tussen haar en de knoop vervaagd was. Vaak zag ze alleen maar knopen, soms sprak ze zelfs als een knoop. Ze was gaan geloven dat ze zelf een knoop geworden was of altijd al geweest was en dat er voor haar geen knopeloos bestaan in zat. Ze was zo gehecht geraakt aan die gedachte dat ze wel begreep dat ze het nu zonder geloof moest stellen. Wat haar dan weer nog wanhopiger maakte. &lt;br /&gt;Vandaag was de gevreesde dag. Het was zij of de knoop. Wilde ze nog ooit haar dagen vloeiend aaneengeregen zien en zichzelf niet in stukken, dan had ze een koord nodig. En jawel, ze stond oog in oog met een koord. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ze zocht naar een begin. Het uiteinde van de draad. Of van één van de draden, ze had er immers geen idee meer van hoeveel draden er verweven waren geraakt op al die wegen die ze was gegaan. Ze zocht, maar een begin kon ze niet vinden. Er was dus geen beginnen aan. Toen dook uit haar schoenen een stem op: &lt;br /&gt;'Ik mag dan diep in je sokken verstopt zitten, ik ben er wel,' fluisterde een oud en vermagerd beetje moed haar toe. 'Leuk hoor,' antwoordde ze, 'maar wat heb ik aan jou als je je daar beneden tussen mijn tenen schuilhoudt?' 'Dan niet,' gooide de moed haar direct voor de voeten terug en begon maar meteen in rook op te gaan. 'Ho!' riep zij, 'Wacht even. Sorry. Ik denk wel dat ik je nodig heb. Kun je me helpen?' 'Te laat,' piepte de moed, die er niet mee zat om haar met eigen munt terug te betalen voor alle keren dat zij hem in de steek gelaten had. Bovendien voelde hij er wel iets voor zich ergens rustig terug te trekken. &lt;br /&gt;'Nee! Alsjeblieft? Niet weggaan, niet nu, niet deze keer! Ik zal goed voor je zorgen.' Maar moed was weg en het bleef stil.&lt;br /&gt;Geloof was al gesmolten, moed was nu dus ook verdwenen, vertrouwen dat in haar mouwen woonde, zag er ook al helemaal geen brood meer in om toe te schieten en geduld was al jaren te veel op de proef gesteld en dientengevolge eenvoudig op. Wat was er nog over? Om eerlijk te zijn: niets. Niets was over. Een verhaaltje. Alleen maar een simplistisch verhaaltje. De zon, de maan, de wind af en toe. Zo van die dingen die blijven, wat we ook doen. Die waren er nog wel, maar zij wist eigenlijk niet hoe die te gebruiken om een knoop van een kilometer verwarring los te krijgen. Er was niemand in de verste verte in de buurt, behalve de eeuwige buurman maar die had wat anders aan zijn hoofd en in zijn handen ook trouwens. Die kende de klappen van haar zweep. Die hield haar maar eens even wijselijk voor gezien. Ze vroeg niets, want ze wist dat hij wijselijk gelijk had. &lt;br /&gt;Zo stond ze ervoor. Erin feitelijk. &lt;br /&gt;De berg keek haar aan en vertrok geen spier. Geen spier.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-2989751783452405582?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/2989751783452405582/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/09/knoop.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/2989751783452405582'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/2989751783452405582'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/09/knoop.html' title='knoop'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-7374724580040791496</id><published>2009-09-01T18:04:00.004+02:00</published><updated>2009-09-01T23:01:04.630+02:00</updated><title type='text'>met handen en voeten</title><content type='html'>Ik heb een hekel aan lichamelijk werk. Ik hou helemaal niet van berg op berg af. Ik heb nooit zin in zweten en hijgen, pijn in de kuiten, kapotte, uitgedroogde handen, schrammen, blauwe plekken, vuile haren, vuile kop sowieso. Ik haat het ertegenop zien, het tóch eraan beginnen, dat eeuwige geduld beoefenen en volhouden, nog een schepje erbovenop zelfs. Ik gruw van het gebrek aan ervaring en dus nooit iets perfect krijgen. Altijd schoonheidsfouten. Of meer dan schoonheidsfouten. Altijd dat 'je kunt zien dat het handwerk is..', haha. Ik zou willen gillen als we dan weer zeggen hoe goed we iets voor elkaar hebben gebokst. Ik wil niets met mijn handen en voeten voor elkaar boksen. Ik wil zitten en een beetje denken, een beetje praten. &lt;br /&gt;Ik zou liefst altijd willen klagen. Want het is namelijk altijd te zwaar. Ik weet dat dat lichamelijke gedoe mij niet past. Ik weet dat gewoon. Het is mijn ding niet. Zo heet dat. Ik ben niet van dat lekker lichamelijk. Ik mag dan lui zijn. Dan ben ik lui. Ik wil lui zijn. Ik adoreer lui zijn. Ik hou van straks. Ik hou van het werk van anderen. Mooi werk. Goed gedaan werk. Vakwerk. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ja, ik weet het wel van gezondheid en evenwicht en zo. Van goed moe zijn en goed slapen. Ik heb ook al echt ervaren dat het zacht maakt. Jaja. Het is waar. Het maakt zacht, dat hard werken. Als ik mij niet opwind, word ik er vriendelijk van. Weerstand verdwijnt. Diepe ademhaling. Warme spieren. Geen energie meer over om het hoofd bijeen te houden. Intussen vlindertjes zien ronddansen. Tussendoor een blik op de wolken. In de verte gerommel aan het zwerk, onweer op komst. Sterke vrouw uithangen. Wat is het toch goed voor een mentaal mens om de handen uit de mouwen te steken. De hele armen, zeg maar. &lt;br /&gt;Op een avond zeggen we zelfs dat 'die stomme communisten misschien niet helemaal zo stom waren, toen ze bedachten dat ook die intellectuelen af en toe maar eens flink de modder in moesten om de boer uit te hangen met die verfijnde handjes...'. We hebben hier geen fitness nodig, geen sportschool, geen hometrainer. Gelukkig voor mij, want ik haat fitness, sportscholen en hometrainers. Ik heb, godbetert, nog eens echt zo'n huisfiets-ellendeling gehad, in mijn onnozele 'goede-voornemen'-mentaliteit in de stad. Je kunt die krengen voor een habbekrats tweedehands kopen, allemaal als nieuw, nauwelijks gebruikt, hoe zou dat toch komen..? Een modern mens hoeft geen flikker meer met zijn lijf aan te pakken, als ie er tenminste niet zijn job van heeft gemaakt om bv. schepen in te laden of zoiets, dus moet ie naar een speciaal daartoe ingerichte zweetschool om zijn noodzakelijke inspanning voor dat verheven lichaam te doen. Met je eigen energie en spieren een beetje hout hakken voor de warmte in je eigen keuken is een totaal bizarre aangelegenheid geworden, tenzij voor een avonturenvakantie of dat soort van ook weer als modern betitelde survival-uitstapjes. &lt;br /&gt;Excusez.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het mag waar zijn, dat mijn gezondheid mij aardig vindt. Dat die geniet van mijn inspanning. En dat het leger wordt daarboven, zodat ik bij het uitrusten en bijkomen plek heb voor nieuwe zichten. Ja, dat is waar. Ik kan in de auto zitten, na een tijdje van dat lekker lichamelijk doe-werk, blij dat ik niet hoef te bewegen, terwijl alles om mij heen wel flink voorbij beweegt. En dan het ruimere veld zien. Prachtige vergezichten in mijn eigen leven of doorkijkjes in de wereld om mij heen. Zwaar lichaam, licht stuur, heerlijke bergwegen, schitterende uitzichten, onverbeterlijke lichtval en dan alles begrijpen. Simpelweg denken dat ik alles begrijp. Of minstens gewoon genoeg begrijp. Dat er niets hoeft te veranderen. Dat alles ook mag veranderen. Want dat zal het ook wel doen, natuurlijk. Zeker weten. Allemaal okay. Zwaar lichaam daar, een soort 'ik' hier. Daar goed geaard, hier lekker los. En dan in mijn hoofd erg mooie regels schrijven. Kleine, zuivere zinnen. Niet te veel, niet te zwaar, niet te heftig, niet te dramatisch, niet te mooi...&lt;br /&gt;Dan is zelfs dat werk, dat met die handen en die voeten, voor even geen enkel obstakel. Ik ben bereid nog verder te gaan. Diep erin. Alles eruit. Met daarbovenop nog dat spreekwoordelijke schepje. Als ik daarna maar even mag zweven.&lt;br /&gt;Ik weet maar al te goed, dat ik niet ver ga komen, met dat voor-wat-hoort-wat. &lt;br /&gt;Het vangt mij in de vicieuze cirkel van inspanning naar beloning naar inspanning enzovoort. Ondertussen hou ik een stiekeme hekel aan dat fysiek aanpakken. Ik bedoel, ik zal erover ophouden en ik zal niet op de vlucht slaan en met gepaste ijver die armen uit die mouwen... maar merde, ik hou er niet van. Mijn ding niet. Ik hou er gewoon niet van. Al die moeite...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ja, ik geef toe. Er is nog iets. Ik heb dat wel gezien die middag. Dat er meer mogelijk is, om zo te zeggen. Dat er ook een opening zit. In het gezwoeg. In dat lichamelijk gaan. Ik zag Tony die boven zijn krachten ging. Of met zijn krachten omhoog, zal ik zeggen. Ik keek mijn ogen uit. Ik denk, dat gaat niet goed gaan. Een serie pakketten hout een helling op tillen waar een gezonde Hollander simpelweg U tegen zegt. Te veel, te heet, te hoog, te lang achter elkaar. Té is nooit goed, behalve... &lt;br /&gt;Ik geef de pakketten aan, die ik van het dak van de Landrover naar beneden schuif. Lekker zwaar dus. Goed aangeven! Opletten! En nog één, nog één. Hij naar boven met die handel. Kaarsrecht met die kilo's op de schouder. Eerst die te grote stap, dan die lijn omhoog, dan die zwiep om niet tegen dat boompje te knallen, met een zwaai dat pak van de schouder, een zwiep en een zwaai maar zie hoe beheerst. Ook dat neerleggen op de andere pakketten. Omdraaien, twee drie stappen terug naar de helling, ritmisch afdalen. Aanpakken. In één keer in balans op die schouder. Het is te zwaar, ik weet hoe zwaar het is en hij gaat door. Hij heeft niets bedacht. Hij heeft de grens gevoeld en de kans gezien en toen gekozen. Ergens, in dat hoofd, nee, in die handen, voeten, schouder, aandacht. 'Ca va?', zeg ik, zeker drie keren. 'Ca va', zegt ie vlak. Hij gaat door. Ik zie hoe goed het er uitziet. Het vloeit. Iets neemt het over. Hij tilt alles ergens doorheen. Het wordt getild. Niets is meer te zwaar. Het ene pakket na het andere zweeft naar boven. Een kompleet parket. Er is geen zwoegen. Het volhouden voorbij. Jawel, het ís volhouden. Maar het is niet dat lichaam dat het loopt vol te houden, het is de geest die volhoudt. De gespannen snaar. Het vlijmscherp beoogd doel. Het is de concentratie. Overgave. &lt;br /&gt;Ik heb het gezien. Het kon niet en het kon toch.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-7374724580040791496?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/7374724580040791496/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/09/met-handen-en-voeten.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/7374724580040791496'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/7374724580040791496'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/09/met-handen-en-voeten.html' title='met handen en voeten'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-3543315811373478373</id><published>2009-08-28T22:50:00.004+02:00</published><updated>2009-08-29T00:41:56.899+02:00</updated><title type='text'>wat is er dat voor één?</title><content type='html'>Een week alleen hier. &lt;br /&gt;De zintuigen zijn onmiskenbaar scherper, alsof ik extra alert moet zijn op wat in mijn territorium binnenkomt en het mogelijk op mij gemunt heeft. Ikzelf heb niet het gevoel voor iets of iemand bang te hoeven zijn, maar mijn zintuigen lijken daar heel anders over te denken. Ze gedragen zich dierlijk en duwen me geregeld naar de deur om scherp in het rond te kijken of er ongewone beweging te bespeuren valt. Ik hoor een beest dat ik niet kan thuisbrengen en later ook niet meer na kan doen. Een enkele keer moet ik terug naar de keuken om er zeker van te zijn dat er niets meer op het vuur staat of iets anders ongeregelds aan de hand is, want er zijn geuren die ik niet kan thuisbrengen. &lt;br /&gt;Ik ben moeiteloos waakzaam en ik geniet daarvan. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar hoe kan ik eigenlijk zeggen alleen te zijn. De adelaars boven de Geest van de berg maken trage cirkels en achten hoog boven mij en houden me in de gaten. Ik hoor andere in de bomen verstopte vogels die ik niet bij namen ken, behalve de vrolijke specht die steeds in de middag hamertje tik begint te spelen. Op een van de dagen, waarvan ik weer eens vergeet welke dag van de week het is, trap ik AAHHHhh.. bijna op een klein opgerold slangetje, dat midden op een brede traptree ligt, precies daar waar je natuurlijkerwijs je voet zet in je vloeiende tred van kamer naar molen. Dood? Een halve meter ervandaan zit Teetje de poes nadrukkelijk niets te zeggen. Ik vraag of zij hier meer van weet, maar ze blijft zwijgen. Is ie dood?, vraag ik nog eens en bekijk het beestje van zo dichtbij mogelijk. Ze kijkt dan ook nog maar een keer naar het slangetje. Tenslotte zegt ze alleen 'als je maar uitkijkt en er niet op gaat staan..', waarna ze zich omdraait en een tikkeltje arrogant wegwandelt. Tegen de avond is het diertje verdwenen. De rest is gissen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Driemaal heb ik een dikke libelle uit de badkamer gered, vòòr ze zich te pletter vloog tegen de grote ruit of van hitte en vermoeienis gewoon ter vensterbank was gestort. Dan waren er mieren in alle maten, sprinkhaantjes van klein en grijs - in de zwevende sprong lichten ze feloranje op van onder dat camouflagepak - tot grote lichtgroene, die wel in een pot verf lijken te zijn gevallen, van kop tot kont en alle poten en sprieten in hetzelfde jonge frisse groen. &lt;br /&gt;Verder heel veel vliegertjes die graag over mijn scherm wandelen of keurig over de bovenrand ervan paraderen, piepklein roestbruin en kordaat, ragfijn zwart en nerveus of heel fragiel van wit paarlemoer, dansend onder het licht van mijn lamp. Dat leeft allemaal! Dat heeft allemaal een hart en een spijsvertering. En de drift om te overleven. Het fladdert, kruipt, springt, steekt, siddert om mij heen. Ze horen bij de avond als de sterren. Ik schrik alleen op van de nachtvlinders, die donzig zijn en wel viervoudige vleugels lijken te hebben, zo'n wild gefladder brengen ze voort. Ze zeilen bij verrassing je blikveld binnen en gedragen zich of ze er geen idee van hebben hoe ze daar weer uit weg kunnen komen. &lt;br /&gt;Als ik bij schemering vanuit mijn kamer naar buiten loop moet ik oppassen want er woont een enorme forse pad onder één van de grote stenen voor mijn deur. 's Avonds maakt hij graag een wandelingetje. Hij is al zo'n 12-15 cm als hij in elkaar zit, maar wanneer hij begint te lopen met zijn geweldige kikkerpoten is ie minstens twee keer zo lang. Hij roept diep ontzag in mij op en ik blijf vanzelf even rustig wachten tot hij het terrasje is overgestoken. Soms blijft hij even doodstil zitten en dan luisteren we naar elkaar zonder iets te zeggen. Je kunt je geen vriendelijker en beleefder buurman wensen. &lt;br /&gt;In de molen woont al tijden een naakte slak. Of misschien een familie Slak, maar dan spreken ze wel erg goed af wie er welke avond op pad mag. Vijf van de zeven avonden schuift er ergens heel langzaam een vochtige kleine drol door de keuken. 's Ochtends lopen glanzende slijmsporen over het vloerkleed, soms ook over de poten en de zitting van een stoel. Dat veeg je weg met niks en het laat ook niks na. Geen idee waarom, maar we komen niet op de gedachte om het ondefinieerbaar onappetijtelijke logge beestje maar eens buiten te zetten. Misschien is Slak gewoon heel gelukkig met een dak boven het hoofd. &lt;br /&gt;Dan hebben we een eekhoorn die weet waar de hazelaar staat(!), er zijn marters die we herkennen aan hun uitwerpselen van 'kersenpitten', ook als het kersenseizoen allang voorbij is en natuurlijk de zwijnen, in overvloed. En soms, heel heel soms een ree, maar die heb ik hier zelf nog niet gezien en daarvoor ben ik jaloers op Tony...&lt;br /&gt;Af en toe, in het zomerseizoen, hoor je een mensenstem. Soms horen we al stemmen vòòr ze te horen zijn. Verscherpte zintuigen. Wandelaars, vissers, zwemmers. Hoe dan ook: toeristen. Ook wij hebben een stem, we fluisteren, zingen, schertsen of schelden, we kunnen ook gillen, maar we maken onszelf wijs dat de stemmen van toeristen andere stemmen zijn. We willen graag geloven dat onze stem hoort bij het gesjirp van de krekels, het grommen van de zwijnen en het zwijgen van de hagedissen. Hoe dan ook, alleen met al die zichtbare en onzichtbare beesten en beestjes om mij heen, hoor ik scherper dan normaal mijn eigen stem daarbinnen. Meer dan ooit besef ik hoe bezeten ik ben van een volkomen zinloze poging om mijn leven een andere loop te laten nemen dan zij heeft. Ik matig me aan dat ik nog veel moet vertellen en veel schrappen, van alles afleren, een hoop aanleren, nog veel goed moet doen en nog veel beter, ik moet in ieder geval, alsjeblieft, zeker weten, nog altijd worden wie ik ben... &lt;br /&gt;'Zie die daar zitten,' sjirpten de krekels, gromden de zwijnen en lieten de hagedissen weten in hun sprakeloosheid, 'wat is er dat voor één?'&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De herfst heeft zich aangekondigd: de eerste dikke spin kuiert over mijn geel gekalkte muur. Welterusten.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-3543315811373478373?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/3543315811373478373/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/08/wat-is-er-dat-voor-een.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/3543315811373478373'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/3543315811373478373'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/08/wat-is-er-dat-voor-een.html' title='wat is er dat voor één?'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-8155060946191663192</id><published>2009-08-27T09:01:00.001+02:00</published><updated>2009-08-27T09:03:25.295+02:00</updated><title type='text'>zonder titel 5</title><content type='html'>wolken bedekken&lt;br /&gt;heel de tijdloze hemel&lt;br /&gt;zonder te vragen&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-8155060946191663192?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/8155060946191663192/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/08/zonder-titel-5.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/8155060946191663192'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/8155060946191663192'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/08/zonder-titel-5.html' title='zonder titel 5'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-6950646592821665016</id><published>2009-08-22T17:40:00.006+02:00</published><updated>2009-08-22T18:49:15.154+02:00</updated><title type='text'>helpen hulp geholpen</title><content type='html'>Weet je, lieve lezer, om nog even terug te komen op afgelopen woensdag: Pierre heeft natuurlijk helemaal gelijk met te zeggen dat mensen helpen niet mogelijk was, terwijl hij zichtbaar dag in dag uit (eerder: dag en nacht) in het geweer was om mensen te helpen. Ik was het die hem toen nog lang niet begreep. Ik verstond het als een vorm van uiterste bescheidenheid, wat paste bij mijn opvoeding, en als een buitengewoon aangename vorm van zelfspot, wat niet paste bij mijn opvoeding maar een zeer welkome aanvulling was. Hij zei zulke paradoxale dingen altijd heel geamuseerd, hoewel ik slim genoeg was om ook de ernst te ontvangen. Hij liet dit soort woorden graag vallen in de volle keuken, terwijl juist de soep op het vuur stond, iemand een gecompliceerd verhaal uit de doeken zat te doen over de problemen met de geburen, terwijl weer iemand anders recht uit een hoosbui letterlijk binnen kwam druppelen. Iemand als ik verwachtte dan precies niet dat er iets belangrijks gezegd ging worden. &lt;br /&gt;Altijd opletten dus, altijd opletten. Zotte Pierre was bepaald niet zot!&lt;br /&gt;Omdat hij geestig en vol liefde was en onbegrijpelijk tegelijk, hadden zulke woorden vat op mij. Ik wilde ze begrijpen. Ik wilde de ruimte achter die woorden begrijpen. Dus moest ik op mijn tenen gaan staan en reiken, reiken naar het ongerijmde.&lt;br /&gt;Misschien was dat ook juist wat hij beoogde en waarmee hij ons hielp: ons op onze tenen laten staan en reiken naar het ongerijmde. &lt;br /&gt;Nog bedankt, Pierre!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Sta ik vanochtend de nieuwe bedstee te schuren, 'denk' ik: we kunnen dan inderdaad niet helpen, we kunnen wel geholpen worden.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-6950646592821665016?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/6950646592821665016/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/08/helpen-hulp-geholpen.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/6950646592821665016'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/6950646592821665016'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/08/helpen-hulp-geholpen.html' title='helpen hulp geholpen'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-7497039623544514662</id><published>2009-08-19T13:44:00.006+02:00</published><updated>2009-10-04T17:35:27.040+02:00</updated><title type='text'>geen zin meer</title><content type='html'>Ik was zeven en stond tegen de muur achter het huis. Naast de kastanjeboom. Stond maar tegen die muur. Ik verveelde mij. Ik had niets te doen. Ik wist niets te doen dan tegen de muur staan en mij vervelen. &lt;br /&gt;Waarom ga je niks doen, zegt mijn moeder? Ik heb niets te doen, zeg ik. Je kunt zoveel gaan doen, ga fietsen, ga schommelen, ga tekenen. Nergens zin in, zeg ik. &lt;br /&gt;Als wij nergens zin in hadden, zei mijn moeder dat we zin moesten maken. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een kind weet van niets, zegt de wereld.&lt;br /&gt;Dat is goed, zegt de wereld ook nog, dat is voor even helemaal oké. &lt;br /&gt;Wat een privilege.&lt;br /&gt;Wat een prachtig kind, zegt de wereld. Luister maar, wij weten het wel. En van al dat weten ontstaat het besef in het kind van niets te weten. &lt;br /&gt;Dan komt de dag dat het kind met zijn niet-weten niet meer wegkomt. &lt;br /&gt;Een volwassene is een kind dat het niet weet, maar daar niet meer mee wegkomt.&lt;br /&gt;En dat begint dan te rotten.&lt;br /&gt;Wat een gedoe.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De telefoon.&lt;br /&gt;Hij neemt op, het is A. &lt;br /&gt;Ze weet het niet meer. &lt;br /&gt;Dat is niet de eerste keer. Noch van die telefoon, noch van dat weten. &lt;br /&gt;Geen enkel boek, geen enkele leraar, geen enkele cursus, geen meditatie, sjamanisatie, initiatie, geen enkele priester, meester of godheid heeft A. gelukkig gemaakt. &lt;br /&gt;Alle beloftes gebroken.&lt;br /&gt;Ze huilt. &lt;br /&gt;Ze heeft alles onderzocht, ze heeft alles geprobeerd, ze heeft alles gegeven en toch alles verloren.&lt;br /&gt;Ze huilt helemaal, heel hartstochtelijk.&lt;br /&gt;Het volmaakte onvoldaan zijn. De grote besluiteloosheid. Het allesomvattend gemis. Het heeft allemaal geen zin. Geen zin meer. &lt;br /&gt;Haar huilen giert de hoorn uit.&lt;br /&gt;A. zit erin. Er helemaal doorheen. &lt;br /&gt;De bodem is duister en diep. Erger nog: er is niet eens een bodem.&lt;br /&gt;Ze Weet Het Echt Niet Meer.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Waarom laat die leegte mij niet los! smeekt ze. &lt;br /&gt;Zelfs in haar wanhoop is haar gevoel voor poëzie nog levend.&lt;br /&gt;Maar die leegte heeft geen handen, geen voeten, zegt hij, ook niet ongevoelig voor het poëtische.&lt;br /&gt;Ik ook niet, roept zij. Met de telefoon in de hand. Stampvoetend.&lt;br /&gt;Dat is waar, zegt hij. Anders zou je hem wel buiten smijten, die ellendeling.&lt;br /&gt;Hij kan ook zeggen: o jawel, jij wel!&lt;br /&gt;Dat wil zij zo graag horen.&lt;br /&gt;Hij wil geen boek, geen leraar, geen cursus of al de rest zijn. Hij ziet er geen brood in de zoveelste  te zijn die haar niet gelukkig maakt. Hij heeft dan wel niets beloofd, maar misschien in haar hoofd... &lt;br /&gt;Terwijl hij zwijgt, huilt zij lekker door. &lt;br /&gt;En begint opnieuw: ik weet het niet meer, niets helpt, niets werkt, niets verandert.&lt;br /&gt;Ja, zegt hij.&lt;br /&gt;Ja? Hoezo ja?!&lt;br /&gt;Ja, niets helpt, niets werkt, niets verandert.&lt;br /&gt;Wat moet ik dan doen?!, kreunt ze.&lt;br /&gt;Tja, zegt hij, ik weet het niet.&lt;br /&gt;Jawel, jij weet dat wel.&lt;br /&gt;Nee, ik weet het ook niet.&lt;br /&gt;Je liegt!&lt;br /&gt;Zoals je wilt, maar ik weet het echt niet.&lt;br /&gt;Hou op! Jij weet het wel! Jij huilt niet, jij lijdt niet, jij weet het. En je moet het mij zeggen.&lt;br /&gt;Jij zegt het..., antwoordt hij.&lt;br /&gt;Wat zeg ik?&lt;br /&gt;Dat ik niet huil, dat ik niet lijd, dat ik het weet. Weet ik iets dat jij niet weet? &lt;br /&gt;Ze klinkt licht verontwaardigd: &lt;br /&gt;Natuurlijk! Jij kent het antwoord. Dat heb ik gezien, dat voel ik, dat weet ik gewoon.&lt;br /&gt;Dus dat weet jij. &lt;br /&gt;Zij weer: Ik hou het niet vol. Ik weet het echt niet meer. Ik wil het niet meer.&lt;br /&gt;Hij: En dat antwoord, dat ik zou kennen, dat denk je nu van mij te kunnen krijgen?&lt;br /&gt;Ja, zegt ze zacht en met grote klem. &lt;br /&gt;Het spijt me, maar ik heb dat niet. Ik ken geen antwoord. Ik probeer het geheim te erkennen, dat voel je misschien. Maar ik weet het ook niet. Ik zou het niet weten.&lt;br /&gt;Nu blijft het stil.&lt;br /&gt;Niemand weet het. &lt;br /&gt;En wie zou het antwoord weten voor een ander?&lt;br /&gt;Ook huilen had geen zin meer.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De oude Pierre zei het vaker: ge kunt nie helpen. Ik kan niemand helpen. Ik wil da wel, maar ik kan da nie. Een ander helpen, da kan nie. DaarBoven, daar kunnen ze u misschien helpen. Maar ik weet nie of dat da daarboven is, hè, da weet ik nie.&lt;br /&gt;Pierre mompelde. Hij was ook een beetje doof, steeds meer dan een beetje. Maar het licht in zijn ogen verloor de kracht en het plezier niet, integendeel. &lt;br /&gt;Zijn hele leven heeft hij anderen geholpen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als je niets meer kunt doen, wat ga je dan doen?&lt;br /&gt;Zo heeft de japanner Hisamatsu Shin'ichi het steeds weer gezegd. &lt;br /&gt;Vanaf de dag dat ik die zin gehoord heb, gaat die mijn kop niet meer uit.&lt;br /&gt;Als niets helpt, wat ga je dan doen?&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-7497039623544514662?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/7497039623544514662/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/08/geen-zin-meer.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/7497039623544514662'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/7497039623544514662'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/08/geen-zin-meer.html' title='geen zin meer'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-7030492656586521174</id><published>2009-08-17T10:52:00.006+02:00</published><updated>2009-08-22T17:32:31.494+02:00</updated><title type='text'>familie familie</title><content type='html'>Ze kwam van lang geleden naar hier. We hadden elkaar jaren niet gezien, we mailden maar eens per jaar, misschien zelfs minder. In het verleden woonden we allebei in Antwerpen, waar we allebei niet thuis waren. Voor mij als Nederlandse vond ik dat aanvankelijk niet zo vanzelfsprekend, maar de realiteit haalde die verwachting in en  voor haar als Portugese, vooral opgegroeid in Frankrijk, bleek het jammer genoeg onvermijdelijk. Na een jaar of twee had zij het in die vreemde, rauwe en weinig vriendelijke stad opgegeven en was naar Parijs verhuisd. &lt;br /&gt;Wat hadden we eigenlijk ooit samen beleefd, behalve vreemden zijn in een stad waar we niet thuis raakten? Een halve blauwe maandag in eenzelfde project gewerkt en daar elkaar heel aardig gevonden. Daar was het mee begonnen. Dan zochten we elkaar een paar keer op, ik oefende mijn stuntelig Frans en zij haar paar woorden Nederlands, waarna we steevast in het Engels even haar tragedies in de liefde doornamen (ik herinner me niets over het doornemen van de mijne). We hadden in die dagen veel 'relatieproblemen' met onszelf, geloof ik. Twee vrouwen, twee koffie, twee wijn, dat praat wel. Een paar keer gaf ze een feestje waar te weinig mensen kwamen opdagen en tenslotte hielp ze me met een franse vertaling van een van mijn toneelteksten. Toen was ze weg. Vlak na haar vertrek naar Parijs was ze nog eens een paar dagen hier bij de molen geweest, waarvan ik me vooral herinner hoe ze bij aankomst zo bevangen werd door hitte of iets anders (?), dat ze onwel werd en een tijdje op de koele leien in de keuken moest liggen, zwetend en naar adem snakkend, natte lappen op het voorhoofd, vòòr ze een beetje in evenwicht kon komen met de omgeving waar ze was beland. Maar daarna kon ze heel hard werken en heel hard dromen aan de waterkant...&lt;br /&gt;En dit is alles wat ik me herinner.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tijd verstreek, maar iets hield ons heel langzaam en lichtjes aan elkaar vast. &lt;br /&gt;En nu was ze er weer. Met haar kleine compacte sterke lichaam en de ogen zwart als haar kittige kapsel, kwam ze over het geitenpad gelopen en slaakte een kreet om zich aan mij te laten zien. Iets in mij sprong op. Ik sprong op. Wat ontroerde het me dat ze helemaal tot hier gekomen was. Het ontroerde me ook dat ze haar lief had meegebracht en hoe ze hem introduceerde. Of ze de vondst van haar leven liet zien en zo was het ook. En dan ontroerde het me hoe ze hem de hele omgeving liet zien waarover ze hem blijkbaar heel vaak had verteld en hoe ze zelf de plekken met herinnering in haar eigen hoofd weer samenbracht met waar ze nu stond. Haar man leek spontaan alles te omarmen wat zijn ogen troffen.&lt;br /&gt;We schoven tegen elkaar aan op de bank aan de tafel en ik moest wel even naar haar kijken om mijn herinnering aan haar samen te brengen met dit gezicht, deze stem, die trots in haar houding, deze blijdschap. Ook in mijn hoofd schoof alles ineen. Ik was net zo blij. En dat verraste mij. We hadden immers nooit de tijd gehad om 'goede vriendinnen' te worden en elkaar te missen. Ik was eraan gewend geraakt om maar eens per jaar aan haar, aan M., te denken...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Sommige mensen zijn familie. En dan bedoel ik niet gewoon familie-familie. Ik doel op een verwantschap die niets met onze eerste familie te maken heeft, met bloed of aangetrouwde 'kouwe' kanten, met stiefrelaties of halve zusbroers. Ik bedoel ook niet met thuis raken in een kring van geloofsgenoten of – in mijn geval – hartstochtelijke beoefenaars van eenzelfde kunst waardoor je zoveel samen doormaakt dat je een tweede familie van elkaar wordt. Hoe belangrijk, heerlijk en/of voedzaam al die familieleden ook mogen zijn, er is nog iets anders. Het heeft niet te maken met elkaar aardig vinden of meer dan aardig, het heeft ook niet te maken met tijd of ervaring die je deelt, het gaat voorbij aan gedeelde plekken of kringen of de dierbaarheid van herinneringen. &lt;br /&gt;Soms ontmoet je mensen die je als familie ervaart en je hebt geen flauw benul waardoor en waarvoor. Of je heel dikke vrienden wordt of elkaar nauwelijks ziet, het maakt allemaal niet uit, je bent familie en daar valt niets op af te dingen. Ik heb bij M. nooit dat gevoel gehad van elkaar al eeuwenlang kennen, wat geliefden zo vaak over elkaar zeggen, maar er is ergens een heel grote vanzelfsprekendheid. Het is belangrijk te weten dat ze er is en in de grond is alles voor altijd goed tussen ons. &lt;br /&gt;Is dat niet vreemd?&lt;br /&gt;Of we deel uitmaken van een stamverband dat we niet bewust kennen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;M. en ik straalden. Waar moesten we beginnen? Zolang niet samen geweest! We hoefden niet te vragen hoe het met ons ging, want we straalden al, we waren blij als kippen in de vroege ochtend. Toen merkte ik dat ik eigenlijk nergens hoefde te beginnen. Een verhaal, de verhalen, ze deden er niet toe. Wat een prettige toestand. Ik hoef niet bij te praten, er is niets dat ik absoluut vertellen moet, zeker weten moet, niets dat ik echt niet vergeten mag, omdat het zo belangrijk was. Wat is eigenlijk belangrijk? Niets kon belangrijker zijn dan dat ze er gewoon was. Dat was helemaal genoeg en volmaakt. Zo moest het zijn. En omdat dat dan ook nog zo was, was dat heerlijk. We kennen elkaar tóch wel, al weten we van niks meer. Wat een gekke gedachte! En bovendien, denk ik even later: we kunnen elkaar tenslotte toch niet kennen. We voelen ons al zonder meer verwant. Meer hoef dat toch niet te zijn... We lachten naar elkaar, we pakten elkaar vast, we aten en riepen uit hoe mooi het leven was en verder ging de dag gewoon verder. Het was de perfecte combinatie van elkaar vertrouwd en dierbaar zijn én toch ook aan het begin staan, elkaar eigenlijk nieuw leren kennen, zonder (voor)oordeel of voorwaarde. Er zat niets in de weg van verwachting en verlangen. Er was ook nog geen verhaal verkeerd begrepen, geen enkele vraag ontweken. Alles lag open. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zulke familieleden tref ik soms, zomaar onderweg. Dat kunnen wonderlijke ontmoetingen zijn. In een foyer zitten met drie lege tafeltjes tussen elkaar in en dan toch op een idiote manier in gesprek raken over de klok en hoe laat het toch beginnen zou en 'als ik vragen mag...' Alles wat ervoor en erna gebeurt, begint dan mee te doen en tenslotte lijkt de onverwachte ontmoeting wel geënsceneerd vanuit het Onbekende. Er gebeurt van alles, vooral in de details, dat pure toeval lijkt, maar dat het vooral niet is. Eigenlijk had je niet willen gaan... je dacht nog in de trein, die al veel te veel vertraging had, zie je wel, ik had niet... iets zei dat je deze ene keer nou eens iets geks... een knoop van je jas.. een beschimmeld broodje.. afijn, van zulks. In films worden zulke scènes geschreven en die ogenschijnlijk overbodige details mooi en betekenisvol gekozen, nu ben je zelf het personage en het leven is je alwetende onbekende regisseur. Ik word daar opgewonden van. Ik voel me op een spoor zitten dat het mijne is maar ook veel groter dan het mijne of veel groter dan ik zelf weet. Het is één van die fijne dingen die je op een domme onopvallende zondag kunnen overkomen. Ik ervaar ze als een knipoog, een bevestiging van het leven dat het wel goed zit met je, dat je 'in de midden' zit, zoals wij graag zeggen. Je hangt in de vrije ruimte tussen wat je zelf hebt gedaan en waar je niets aan kunt doen. Geen onderdruk van luiheid of angst, geen bovendruk van overmoed of macht. Je houding heeft iets lichts, er is dat gevoel niets te kunnen verliezen, wat niet hetzelfde is als onverschillig, want je zei nog tegen jezelf, toen je geen goede reden kon bedenken voor je onderneming: 'wie weet waar het goed voor is..' &lt;br /&gt;Dat betekent trouwens helemaal niet dat ik me op zulke momenten zelf altijd lekker voel. Helemaal niet dus. Ik voel me doorgaans onthand en dom. Maar omdat ik dan geen zin heb mijn energie te verspillen aan spinsels, ergernis en verveling omwille van mezelf, verzoen ik me daarmee: 'dan maar dom...'.  Een onverwachte ontmoeting met iemand die later familie blijkt te zijn, kan dan zomaar plaatsvinden. Ik krijg het gewoon cadeau. Pas later zal al dan niet blijken wat er echt in dat cadeau zit en wat het van me vraagt.&lt;br /&gt;Zo kan ik worden opgenomen in iets dat het goed met mij voor heeft. In mijn goedgelovigste momenten neem ik wel aan dat 'het hele leven' het goed met me voor heeft, maar ik beken dat mijn dagelijks geloof niet zo ver strekt. Maar op zo'n domme zondag verbeeld ik me dat er een reusachtig weefsel bestaat waarin mijn rol betekenis heeft. Geen betekenis voor iets of iemand anders, maar wat ik ben op dat moment is deel van de betekenis van de film die mijn leven is. Dat is me genoeg. Ook al ziet niemand of niets ooit die film. Misschien is dit ook dom, maar ik mag er graag belang aan hechten, het houdt me overeind. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De dag met M. en haar mooie lief rolde voort en dook onder in een massa familie en vrienden en het was alweer de volgende ochtend dat we samen in de deuropening stonden en ons genoeglijk verbaasden over dat we daar samen in onze deuropening stonden. Ze vertelde over haar kindje dat ik nog niet heb ontmoet, terwijl we keken naar de kinderen aan de ontbijttafel op het terras. &lt;br /&gt;'Dus Tony heeft vier kinderen?!' vraagt ze. Ze kent onze zoon al zolang als zij en ik elkaar kennen en nu had ze ook de dochters ontmoet. Van hun bestaan wist ze wel af, ze bestonden allang vòòr onze zoon geboren was. Maar op de hoek van de tafel, knabbelend aan een stuk brood met boter, zat de jongste 6-jarige monsieur B., zoals zijn vader en ik hem soms plagend noemen. Het kleinste halfbroertje. &lt;br /&gt;'Dat wist ik niet!', zegt M. en ik denk: 'O ja, dat wist je echt wel!' Sommige verhalen zijn te ongepast of misschien te schokkend of gewoon niet gewenst, om er een beeld bij te vormen en zonder beeld geen herinnering. &lt;br /&gt;'Hmm,' zegt M. 'en jij, hoe zit jij in het verhaal?' &lt;br /&gt;'Daar zijn de vier kinderen, hier sta ik. Dit is mijn verhaal.'&lt;br /&gt;'Hoe doe je zoiets, zo'n relatie, zo'n leven samen?!' vraagt M. en ik denk: daar zijn we weer, hoe of ik zoiets doe? 'Daar zou ik alles van willen weten,' zegt ze. 'Dát vind ik nu belangrijk.'&lt;br /&gt;Weer weet ik het niet goed. Hoe doe ik het, hoe vertel ik het? Ik wil het graag vertellen. Ik zie ook wel dat het een belang kan dienen, zoals ze zegt. Achter de vraag klinkt ook nu weer: 'ik zou dat nooit kunnen!'. Maar daar gaat het niet om. Ik heb nooit anders gedacht. 'Ik weet nóg niet of ik het kan, maar daar gaat het niet meer over. Dit zijn Tony's kinderen en ze hebben allemaal hun eigen moeder en ze zijn hier samen en dat is fantastisch. Dat is alles. Dat wil zeggen.. wij zijn hier ook en wat dat is dat weet ik eigenlijk minder en minder en waar dat heen wil of gaat, dat weet ik al helemaal niet meer. Morgen kan alles anders zijn.' &lt;br /&gt;Ze heeft het over bewondering. Ik zou daar maar mee oppassen...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tony en ik kenden elkaar al een hele tijd – twee jaar? meer? of juist minder? – vòòr we geliefden werden. We begonnen als familie. We herkenden elkaar, we wisten niet wat het was, we deden dingen die we eigenlijk niet zouden doen, zover we onszelf kenden, we vroegen ons samen hardop af waarom we niet verliefd werden op elkaar, alles lag er klaar voor, maar we waren het niet en werden het niet. Het was aangenaam. We stelden elkaar vragen, hadden elkaar iets te vertellen, namen dat met ons mee en gingen dan weer naar huis. De liefde bleef ons gespaard en dat was eigenlijk een zegen. We pestten elkaar, we lachten erom. We waren familie en dat was het cadeau. &lt;br /&gt;Later, veel later, toen de liefde ons niet meer gespaard bleef en we geen weken meer uiteen gingen om dan weer eens een mooie avond te delen, besefte ik op een dag dat de volgende stap een gezamenlijk dak was. Ik wilde weg uit het huis waar ik woonde en zocht al een tijdje het juiste antwoord. Plots zag ik dat hij dat antwoord was. Misschien.. &lt;br /&gt;Ik begon niet over samenwonen, ik begon over een gezamenlijk huis. Dat was geen truc, ik zag het zo. Het bleef even stil en daarna zei hij: 'Ik moet je iets zeggen: ik ben niet trouw.' Ik keek hem aan en zei zonder nadenken: 'Maar dat vroeg ik toch niet.' Waarop hij lichtjes verbaasd antwoordde: 'Dat is waar, maar ik moet het je wel zeggen.' &lt;br /&gt;Ik weet niet meer precies wat ik daarna gedacht of gezegd heb. Misschien dacht ik: ik weet al iets van ontrouw. Ik kan dat best aan, dacht ik dan waarschijnlijk daarna. &lt;br /&gt;Op de een of andere manier vond ik het niet zo van belang. Ik heb er járen niet meer aan gedacht. Pas toen ik ongeveer gek van verdriet werd om wat men zijn ontrouw noemde, herinnerde ik mij deze scène. &lt;br /&gt;Hij ging erover nadenken. Een week later besloten we een huis te zoeken, want 'waar moest hij eigenlijk over nadenken?' &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We waren begonnen als broer en zus, maar we vergaten dat. We woonden samen, we deelden het bed, we kregen een zoon, we gingen naar elkaars familie en we identificeerden ons min of meer met de vorm van dat leven: een huwelijk, een gezin. Al kon (en kan?) je Tony niet sneller en hoger de kast op krijgen dan met juist dat ene woord in zijn verkleinde vorm: gezinnetje. Daarbij reageert zijn lichaam alsof hij zoiets als pens heeft moeten eten, terwijl zijn maag al bij de geur van een discreet stukje kalfslever in een goede terrine verpakt, zich radicaal omkeert. Maar goed, ieder zijn allergie. &lt;br /&gt;Niemand hielp ons ooit herinneren dat we eigenlijk broer en zus waren. We waren éérst broer en zus en daarna man en vrouw. Hoe hadden we moeten weten hoe dat moest? &lt;br /&gt;We hadden er geen vorm en geen taal voor geleerd. We hadden geen voorbeeld. &lt;br /&gt;Ik kan me nog steeds wel eens vergissen, want het vlees is taai en de geest houdt ook goed vast, maar we blijven in elkaars leven rondzwerven omdat we familie zijn. We blijven elkaar zoeken en raken omdat we familie zijn. Niet omdat we ouders zijn van eenzelfde kind, al zijn we dat niet voor niets, maar omdat we broer en zus zijn op een ander plan. Het is een verband, een stam, een kringloop, een onzichtbaar weefsel, waarvoor we geen woorden geleerd hebben. Wat we met stamelen hebben bijeengesprokkeld. We ervaren het zo. We hebben het altijd ervaren. Het is lastig en prachtig. Het is onontkoombaar. Ik kan het vervloeken, want ik kan het niet begrijpen, noch beheersen, maar ik moet het wel erkennen. Dat helpt. Tony is als een broer, hij is een broer. Door elkaar een tijdje vaker broer en zus te noemen, hebben we veel onoverkomelijkheid met elkaar als geliefden overkomen.&lt;br /&gt;Ik kan ook hém vervloeken, ik kan hem niet begrijpen of niet willen begrijpen, kan hem soms missen als pijn, maar hij is degene waarvan ik vurig wens dat hij aan mijn sterfbed zit. Dat is voor mij het puntje bij het laatste paaltje. Zo ervaar ik die onontkoombaarheid, even ongerijmd als waar. Het is het beeld van dat sterfbed dat zich aan me heeft opgedrongen. En dat betekent eigenlijk niks voor aan dat sterfbed van mij - wie weet immers waar, wanneer, welk en óf je een sterfbed krijgt - maar alles voor nu, iedere dag. Ik moet nu voor hem en mij zorgen. Voor onze verwantschap, voor wat ons te doen staat. Hij zal mij aan dat gedroomde sterfbed in liefde helpen herinneren waar mijn leven over ging en wat ik erin gedaan heb, zoals niemand anders dat zou kunnen doen. Wat zou het fijn zijn, mocht hij me straks proberen te helpen om te sterven zonder al te veel duistere emotie achter te laten, mocht de tijd gegeven zijn. Hij zal dat als de beste doen. Ik weet dat hij niet bang zal zijn en me nooit zal proberen hier te houden omwille van zichzelf. Ik vertrouw daarop. Hij is een broer om op te rekenen, ook al weet ik niet hoe het er morgen met hem en mij uit ziet. &lt;br /&gt;'Hoe doe je zoiets?' vroeg M.&lt;br /&gt;Door mezelf steeds opnieuw eraan te herinneren dat hij mijn stamgenoot is, die broer van mij, ook al is hij de overspelige man.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er wordt wel gezegd dat we in den beginne en aan het einde allemaal familie van elkaar zijn. De Tibetanen zeggen het ongeveer zo: bedenk dat wie je nu als je vijand ziet, ooit in een eerder leven je vader of moeder is geweest. Ik heb niet onthouden of ze erbij zeggen: bedenk ook dat wie nu je dierbare is, in een volgend leven je grootste ellendeling kan zijn. Maar dat spreekt dan voor zich. Eén mens, één mensheid. Mooi. &lt;br /&gt;Maar ik kan dat niet voelen. Er zijn volksstammen mensen, van wie ik mij nadrukkelijk geen zusje voel. &lt;br /&gt;Ik moet wel toegeven, dat een paar van de vrouwen met wie Tony zijn hart heeft gedeeld, niet alleen zijn familieleden waren en dus nog steeds zijn familie zíjn – familie ben je immers voor altijd, dat kan niet 'overgaan' – maar dat zij ook voor mij familie zijn. Tot hier toe is het steeds eenzelfde familie waar hij en ik deel van uitmaken en dat is een zegen. Ik weet dat deze vrouwen familie van ons zijn. Ik heb dat gezien, ik heb dat ervaren. Ik weet dat het ook voor hen zo is. Ook daarom kon ik de jaloezie voorbij komen en ben ik niet 'een ander leven' begonnen. &lt;br /&gt;'Hoe doe je zoiets?'&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Misschien is ons eerste familieverband van ouders en voorouders in onze cultuur meer dan ooit uiteengevallen, opdat we de kans nemen onszelf te verbinden met een diepere verwantschap, voorbij ons bloed. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tot ons geluk vinden Tony of ik af en toe een zus of broer langs de weg of ik vind er één terug, die ik ooit verloren was. Ik weet niet precies hoe het werkt, maar je moet altijd blijven opletten en goed voor ze zorgen, zelfs als je elkaar niet ziet. Tenslotte voeden ze mijn geloof in een betekenis en een liefde die verder strekt dat mijn kleine geest reikt en dan mijn lichaam aan kan. Opdat we niet in stukjes uit elkaar vallen. Is er iets belangrijkers?&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-7030492656586521174?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/7030492656586521174/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/08/familie-familie.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/7030492656586521174'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/7030492656586521174'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/08/familie-familie.html' title='familie familie'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-1625535211464005528</id><published>2009-08-15T22:25:00.002+02:00</published><updated>2009-08-15T22:27:22.007+02:00</updated><title type='text'>zonder titel 4</title><content type='html'>ook in mijn woorden&lt;br /&gt;wil ik ergens op leunen&lt;br /&gt;en steeds val ik om&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-1625535211464005528?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/1625535211464005528/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/08/zonder-titel-4.html#comment-form' title='1 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/1625535211464005528'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/1625535211464005528'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/08/zonder-titel-4.html' title='zonder titel 4'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>1</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-7674038028817998075</id><published>2009-08-10T15:29:00.006+02:00</published><updated>2009-08-10T18:04:04.522+02:00</updated><title type='text'>ook mooie vrouwen laten soms stinkende scheten</title><content type='html'>We hebben een compost-toilet. Hij is mooi, hij is slim, hij is handig en verantwoord: er komt geen water aan te pas en straks groeit de sla op eigen stront. &lt;br /&gt;Het principe is dat je urine en fecaliën gescheiden houdt. Het is feitelijk een gotspe dat dat systeem niet overal gebruikt wordt, het scheelt zo'n klap in de vervuiling van het water, dat willen we niet weten. Er is dus een kanaal waarin de urine samenkomt met het zgn. grijze water, van gootsteen en douche. Voorbij een gresbak, waarin een eerste grove zuivering plaatsvindt door zand en kiezel, stroomt het langs een serie verspreidde gaatjes in een buis uit over een klein veldje. Dat veldje ligt altijd nog zo'n 20 meter hoger dan de bedding van de Thines, zodat het open zuivere water niet wordt vervuild. Er groeit door het jaar rond van het groenste gras. Een groene toilet is nog niet zo'n slechte benaming. &lt;br /&gt;De stront, schijt, poep, uitwerpselen, fecaliën als u wilt (het is verdomd weer niet simpel; de taal is hier of te vulgair of ongepast of te medisch) worden verzameld in een grote emmer, waarin een afbreekbare plastic zak. Je ziet die emmer niet, je kijkt naar een keurige blauwe klep als je de deksel van de toilet opent en wanneer je op de bril gaat zitten, opent zich vanzelf die klep en schijt je in het donkere gat van de emmer. Na iedere 'depoisonage' (ontgifting) - het woord dat Tony na zijn ochtendkoffie met sigaret graag gebruikt wanneer hij als bij donderslag van tafel vliegt en verdwijnt - gooien we een klein handje aarde over het resultaat in de emmer. Het gebruikte papier mag níet in hetzelfde gat onder de blauwe klep, maar dat stop je in het gesloten emmertje náást de toilet. Die emmer raakt dus vol op den duur - altijd sneller dan je denkt - en die gaat dan boven op een ongebruikt terras onder de bomen, tussen de varens, half de grond in. Deksel op een kier met een steentje ertussen en zo laat je de tijd en de wind het composteerwerk doen. Langzamer dan je denkt. De natuur is van zichzelf nu eenmaal langzaam.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De meeste mensen hebben niet echt problemen met onze toilet. Ja, soms ligt er toch papier in de bak, ja, soms zijn de randen niet meer schoon en wit, ja, ik vind altijd wel wat aarde ónderin het systeem, náást de ruime emmer - soms zelfs niet alleen aarde - en ik heb besloten mijn hoofd niet te breken over hoe onze vriendelijke gasten het voor elkaar krijgen om dat daar allemaal terecht te laten komen. Verder zit er een kleine ventilator in het geheel ingebouwd die de verse luchten effectief afvoert. Ze kan zelfs op dubbele kracht gezet worden, dus ga gewoon uw gang en wees niet bang.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dit alles moet u zich voorstellen, is geplaatst op een plateautje tussen twee rotsblokken, waar de hele WC-ruimte op en omheen is gebouwd. Het is er zo royaal, dat er gemakkelijk een kleine bibliotheek aan boeken in een kast naast de WC kan staan. Je kunt tijdens het 'depoisoneren' rustig een nieuw recept opzoeken, een bouwvraag oplossen, je franse argot bijspijkeren, je reis naar Japan plannen, plaatjes kijken van de sterrenhemel of van ongekende woestijnen of een goede column van Josse de Pauw lezen. Vervelen op de WC is er niet bij. Dan heb ik het nog niet eens over het uitzicht. En juist dat uitzicht, daar moet ik het over hebben.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Onze trotse toilet heeft namelijk een raam. Wie komt er op het idee een raam in een toilet te bouwen, waar ook nog eens - het kan geen toeval zijn - géén gordijn voor hangt? Pure pesterij! Wie het waagt op de toilet te gaan zitten, loopt het risico aanschouwd te worden door weet-ik-wie die al dan niet per ongeluk passeert in de badkamer. Ik kan me niet zo gemakkelijk voorstellen wie er allemaal kan passeren in onze onaffe badkamer, maar anderen kunnen dat blijkbaar heel goed. Iemand die ook nodig moet, kan zich posteren naast de deur en zou dan precies vol voor dit raampje staan en een totaalzicht hebben op wat zich daarbinnen afspeelt. Hoe moet je dan nog rustig zitten en je ding doen? Het is erger dan sommige kapotte WC-deursloten langs de Route du Soleil, waarbij je tenminste nog met één hand, onhandig maar toch, die klotedeur dicht kunt houden, terwijl je boven dat afgrijselijk franse poepgat hangt, waarvan je altijd nog maar moet afwachten of je berekening vooraf klopte. Je haast je daarna naar je auto terug en scheurt met een rotgang de baan weer op voor de volgende 300 km., terwijl je intussen je natte handen droogt aan je klamme korte broek. Ook allemaal niet nastrevenswaardig, maar je hebt tenminste je privé!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op ons feest onlangs gebeurde het dat er een aantal mensen tegelijk van de toilet gebruik wilde maken, dus er ontstond op een gegeven moment een rij van pakweg drie, vier vrouwen. De onrust schijnt niet van de lucht te zijn geweest: wat te doen om ongezien te blijven? Niet door het raampje gluren, lijkt mij eigenlijk een uiterst voor de hand liggend antwoord, maar blijkbaar vertrouwden de dames elkaar (of zichzelf) niet voldoende. Het ongemak zat een week later nog dwars genoeg om er toch nog even over te beginnen. We kregen de gouden tip mee, die ze met elkaar hadden ontwikkeld: doe het licht daarbinnen uit. &lt;br /&gt;Niemand schijnt in dat rijtje wachtenden overigens op het idee te zijn gekomen, dat het raampje was ingebouwd om van binnen de WC naar buiten te kunnen kijken (via het grote badkamerraam) en niet van buiten naar binnen. Maar ze hebben natuurlijk gelijk: er zit geen politiecel- of psychiatrisch onderzoeksruit in het venster.&lt;br /&gt;Wij zijn te onnozel geworden. Dat komt ervan met dat buitenleven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het heeft zo'n tien jaar geduurd vanaf de eerste zomerdagen die we hier doorbrachten tot het heugelijke moment dat we ons dagelijks konden gaan terugtrekken in onze koninklijke toilet met modern hygiënisch eco-wc. Al die jaren deden we onze behoefte (ook een lekker 'duidelijk' eufemisme...) in een flink gat in de grond. Aanvankelijk was dat inderdaad enkel een gat, we gooiden aarde over die behoeften tot het gat gedicht was en we groeven een nieuw. Daarna hadden we, wat dichter bij huis, maar hoog genoeg op de helling om vervuiling van de Thines te voorkomen, een flink gat in de aarde met grind onderin, waarboven een plank met een gat en daarop een klassieke WC-pot. Met de jaren vertoonde ze meer en meer (gelijmde) barsten, als ze weer eens bevroren was geweest, maar ze zat net zo vertrouwd en lekker als we ons hele leven gewend waren. We spoelden door met (bron)water uit een tuinslang of in ijzige of droge tijden met emmers water 'van benee'. Met de jaren hadden we een doorzichtig plastic tipi-tent om de pot heen gebouwd, want als we iets wilden behouden bij bescherming tegen weer en wind, dan was het het uitzicht. Hoewel heel wat mensen veel schroom hebben moeten overwinnen om daar open en bloot te gaan zitten kakken op de berg, was iedereen het er op een dag toch over eens: een WC met een dergelijk uitzicht was uniek en onverbeterlijk. De Geest van de Berg keek altijd vol vertrouwen op je neer, de perenboom boven je hoofd zorgde met de jaren voor steeds meer schaduw en als het meezat kon je bramen eten terwijl je je ontdeed van je persoonlijke afval. &lt;br /&gt;Ik geef toe dat we vaak gelachen hebben met het zien van de eerste schrik van nieuwe gasten, de ontwijkingsmanoeuvres, de zichtbare angst dat er toch iemand daarboven ineens zou langslopen. Maar we lachten openlijk en daagden uit om de gêne te helpen afkoelen. Na jaren plassen in het gras wordt het heel bizar dat mensen er buikpijn voor over zouden hebben om maar niet gezien te worden bij een van de meest primaire gegevens van ons bestaan: we hebben een lichaam, dat gevoed moet worden en dat zijn afval kwijt moet. Zoals we allemaal hetzelfde zijn in de dood, zijn we ook hetzelfde als we naakt zijn (wassen in de rivier, ook zoiets...). &lt;br /&gt;Koning, keizer, admiraal, schijten doen ze allemaal.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Al jarenlang hebben we op onze toilet in de stad in het noorden een poster- grote foto van onze zoon, toen hij ongeveer 4 jaar oud was, die in zijn heerlijke kinderblootje op zo'n WC-pot tussen de kastanjebomen zit te lezen. Hoeveel vrolijke mensen kwamen daar al van het toilet vandaan. Wat een prachtig en grappig beeld daar voor hun neus, lekker veilig op de gesloten toilet gezeten. Dat een klein kind voor ieder oog zichtbaar met zijn blote witte kontje op een toilet zit, roept bij niemand schaamte op. Integendeel. &lt;br /&gt;Ik ben niet gek, ik snap het wel, maar het is toch jammer dat we te pas en te onpas vijgebladeren zijn gaan gebruiken om ons achter te verschuilen en te vergeten dat we kinderen zijn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Jaren geleden hebben we eens schaterend gefantaseerd over een toilet-workshop: &lt;br /&gt;'... aan het einde van de week hebt u geen enkele gêne meer om in de vrije natuur, met links en rechts van u medecursisten op een toiletpot, in alle rust en ontspanning uw behoefte te doen. U hebt er geen idee van wat een vrijheid u zult ervaren wanneer het u niets meer uitmaakt om te zien en gezien te worden, om te stinken en te ruiken, om welke geluiden dan ook te maken met wie ook maar om u heen. &lt;br /&gt;U zult ontdekken dat u zich niet meer zodanig met uw eigen lichaam zult identificeren, dat u denkt boven alles uniek te zijn. U zult inzien dat u het zich niet persoonlijk aan hoeft te trekken wat dit lichaam voor uzelf en zijn omgeving creëert. Een toilet-workshop is een uitgelezen manier om onze bescheidenheid te verruimen. Ons lichaam is ons instrument en alhoewel het ons primaire werktuig is voor ons aardse bestaan, wij zíjn ons lichaam niet en het maakt ons vrij als we dat voluit kunnen ervaren. We kunnen weer als kinderen zijn, als dieren zelfs die immers van schaamte geen weet hebben...'&lt;br /&gt;Zit best wat in.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De oude Molenmeester Pierre placht graag en gniffelend te zeggen: &lt;br /&gt;'ook mooie vrouwen kunnen stinkende scheten laten.'&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-7674038028817998075?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/7674038028817998075/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/08/ook-mooie-vrouwen-laten-soms-stinkende.html#comment-form' title='1 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/7674038028817998075'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/7674038028817998075'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/08/ook-mooie-vrouwen-laten-soms-stinkende.html' title='ook mooie vrouwen laten soms stinkende scheten'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>1</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-3715948149269259127</id><published>2009-08-06T09:45:00.006+02:00</published><updated>2009-08-07T10:32:18.262+02:00</updated><title type='text'>een plek en een ziel</title><content type='html'>Ik was buiten, ik was wekenlang helemaal onder de mensen. Ze zijn weg, maar ik ben nog steeds buiten. Beetje de weg kwijt naar binnen, bedoel ik.&lt;br /&gt;Buiten was fijn. Buiten is het echt fijn. Het is makkelijker. De mensen zijn aardig, behulpzaam, vrolijk. Hun aanwezigheid stuwt me vanzelf voort. Iedereen moet eten, iedere dag. Aan de slag. Heerlijk duidelijk. Geen twijfel mogelijk. &lt;br /&gt;Binnen is het te warm. En alles ligt er op een hoop, ik vind niks terug. Naar binnen gaan is niet leuk. Ik vind er altijd rommel, ruis, rumoer. Veel te duister ook. Ik heb helemaal geen zin om naar binnen te gaan. Ja, slapen.. heel lang slapen. Van niks weten, dat is nog eens aangenaam. Zou dat niet genoeg zijn voor het evenwicht? Jammer maar helaas. Er zijn altijd dingen die op een dag daarbinnen dringen. Schijven is een manier van binnen blijven. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De wereld is hier op bezoek gekomen en ik was helemaal buiten. We hebben onszelf uitgelaten. Wat een feest! Mensen druppelden dagenlang onze vallei binnen en voor iedereen juichten we als ze tevoorschijn kwamen tussen de bomen. Het was een bonte verzameling feestgangers. Sommigen namen er 12 dagen voor, anderen 12 uur of minder. Sommigen kenden we al levenslang of wat daar op lijkt, anderen waren fris en nog lang niet vertrouwd of zelfs gloednieuw, nooit gezien, excusez hoe was je naam ook weer? Sommigen namen vrienden mee, of kinderen of hun moeder, anderen vergaten zelfs zichzelf. Ze kwamen uit het noorden en het zuiden, van links en rechts, met treinen, vliegtuig, auto, de buren kwamen lopend. We hadden heel wat uitnodigingen de deur uit gedaan. We hadden heel hard gewerkt om alles mogelijk te maken wat feestgangers graag willen.&lt;br /&gt;W zouden ons te buiten kunnen gaan.&lt;br /&gt;Alleen als ik sliep was ik binnen, misschien, maar bewusteloos. En als ik wakker lag, was ik niet binnen. Ik was dan buiten met mijn hoofd en maakte lijstjes van 'eerst dit en dan dat' en twijfelde over broden en vaatjes wijn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Alles om ons heen bleef onverstoord, stond stevig stil als een berg, kabbelde voort als een zomers riviertje of groeide zwijgend door in de felgroene bolster, behalve ik. Als de wereld binnenkomt, kruip ik naar buiten en word druk met de drukte. Ik ben bepaald niet onverstoorbaar. Ik draaf dus rond met brood en wijn, ik babbel, maak grappen, ik zing en spring rond, ik zie, ik zorg, ik doe drie dingen tegelijk, ik vergeet het een en ander, ik zet alles open, deel het allemaal uit en ik ben gelukkig. Bijna buiten mezelf.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik omhels de wereld en ben zozeer dáár, dat mijn waarnemer zich terugtrekt in een hoekje en de tijd afwacht om weer eens rustig met mij te kunnen praten. Als dan eindelijk de rust terugkeert, zwerft mijn lichaam nog dagen rond waar het plots leeg is. Ook al was dat helemaal niet plots, want iedere dag werd een een beetje leger, maar het vertrek van de laatste lievelingen voelt toch altijd als een verschil tussen alles en niks. Verdwaasd kijk ik naar de film die voorbij is, naar de mensen die gesproken en gelachen en genoten hebben, naar ongerijmde beelden die zijn blijven hangen van tussen het brood en de wijn. Ik hoor opnieuw verhalen die zijn verteld maar ook verhalen die niet hardop zijn uitgesproken. Ik kijk opnieuw in de gezichten die aan de tafel zaten zoals ik ongewild ook ineens vragend in de gezichten kijk van mensen die helemaal niet zijn geweest. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik realiseer mij hoe blij de vrienden waren. Zij die hier jaren niet waren geweest, waren uitgelaten dat ze weer terug waren. Ooit hebben ze deze plek in hun hart gesloten, zoveel is zeker. Ze tonen het, ze zeggen het. Ik zie K. alle dagen stralen. Zes jaren waren te lang, hij miste de molen. 'De molen' is een begrip. Ik zie T. trots alles tonen aan haar nieuwe geliefde die ze al zo vaak heeft gezegd dat hij hier mee naartoe moest komen. Ik zie A. hier zomaar keihard werken en dan stilletjes zitten genieten. R. was hier als kind en is nu geen kind meer. Bij de uitnodiging om hierheen te komen is ze de eerste die alle andere gedroomde vakantieplannen direct laat varen. D. zegt niks maar loopt rond als een dier in de bossen waar ie vandaan komt. N. zegt dat hij hier vaak is, vaker dan dat hij hier werkelijk is. Heel veel vaker, zegt hij. 'Ik heb al eens in de auto gezeten, ik wist zeker dat ik hierheen ging rijden, maar ja...' &lt;br /&gt;En ik, ik heb het kleinkindje van drie maanden in de armen die volledig opgaat in de aanblik van de waterval. Zijn hele roerige lichaampje komt tot rust als hij staart naar wat ik waterval noem. Wat we (kunnen) zien vòòrdat we over de woorden beschikken, laat zich alleen maar fantaseren...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;M. was hier rond het feest met haar zoontje, voor de eerste keer. Hoewel ik haar zelf maar één keer eerder even had gesproken, was ze aanwezig en deel van de familie of het niks was. We wisselden alleen maar woorden over afwasmiddel of vuilniszakken, maar na drie dagen namen we spontaan afscheid of we samen een marathon hadden gelopen of een intensieve sesshin volbracht. Zonder het geijkte sociale patroon van praten tussen 'waar kom je vandaan?' en 'jaja' en 'ohoh' hadden we elkaar helemaal ontmoet. Dat ik gauw eens langs moet komen in Nice...&lt;br /&gt;En dan was er nog een vrouw, die ik niet kende. Dat was op zich niet vreemd, maar ze was er de hele dag na het feest nog. Ik vroeg haar hoe ze heette, maar ik herkende de naam N. niet. Ik was ervan overtuigd dat Tony haar moest hebben uitgenodigd, maar kwam er steeds niet toe te vragen wie ze was, ik bedoel, bij welk verhaal ze het gezicht vormde. Toen ik dat eindelijk aan hem vroeg, zei hij doodleuk dat hij haar ook niet kende. Ze was vriendelijk en behulpzaam, ze genoot dat het een lieve lust was. Iemand had haar meegenomen. Ze zat aan het ontbijt, ze was terug te vinden bij de lunch, dan stond ze plots af te wassen en aan het hoekje van de immense tafel schoof ze beleefd weer aan bij het diner. 's Nachts vond ze weer een plekje om te slapen en ook de volgende dag zat ze heerlijk koffie te drinken en zoog de Nederlandse gezichten en gesprekken in zich op, waar ze naar alle waarschijnlijkheid geen woord van verstond. Langzaam ontdekte iedereen dat niemand haar kende, maar toen had ze zich al een bescheiden plekje veroverd waar niemand zich aan hoefde storen. In mijzelf noemde ik haar 'onze zwerfster' en begon plezier in haar te krijgen. Die avond kwam er iemand uit de buurt vragen van wie de auto was die al die tijd bij hen voor de deur stond. De volgende ochtend zou er een vrachtwagen komen leveren, het ding stond in de weg. Het duurde even voor N. opkeek, maar ze had er geen probleem mee haar wagen op tijd weg te rijden. Even later vertrok ze, maar kwam een uurtje daarna terug om nog een glaasje mee te drinken. We boden haar een slaapplaats aan en zonder veel woorden een een grote glimlach bleef ze dan toch nog maar een nachtje. De volgende dag nam ze van iedereen afscheid, bedankte heel hartelijk en vertrok. &lt;br /&gt;Eerst wilde ik toch weten wie ze was, toen begon me te boeien wat haar bewoog en zou ik daar eigenlijk wel naar willen vragen, maar daarna raakte ik geïntrigeerd door haar onverstoorbare en dankbare aanwezigheid tussen al die mensen die elkaar kenden en een andere taal spraken en verdween de behoefte om meer van haar te weten. Anders gezegd: enerzijds was ik me thuis gaan voelen bij de franse discretie van geen persoonlijke vragen stellen en aan de andere kant vond ik met onze Brabantse gastvrijheid helemaal niets mis. N. was er gewoon. Ze had zich een plaats veroverd die met het vertrek van alle Franstalige vrienden alleen maar scherper werd. Op een wonderlijke manier maakte ze het gezelschap kompleet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En dan waren zij daar, die niet kwamen. 'Ik kom zeker,' was doorgaans de tekst vooraf geweest. Het houdt me bezig wat er tussen die woorden en de afwezigheid schuilgaat. &lt;br /&gt;Wat is het dat S. al twee jaar bezig is om hier langs te komen, maar dat het haar niet lukt? Ze woont  nog geen uurtje rijden van hier. De maaltijden waarvoor ze hier is uitgenodigd, de uitgestelde afspraken van 'na de zomer' en 'ná kerstmis' zijn geruisloos voorbijgegaan. Deze keer kwam ze zeker, haar mongoloïde zoon zou zo genieten van onze plek, de mensen, de muziek, ze zag er vreselijk naar uit. Geen S. en ook niet de fanatieke spelletjes en het dolle plezier van haar zoon. &lt;br /&gt;De zangeres was zeker zeven keer gebeld, haar funk- en rockband kreeg ze niet helemaal bijeen maar zeker wel een of twee gitaristen, misschien de toetsenist en voor een drummer zorgden wij. Een contract? Nee, we leven in de Ardèche. We bellen zeven keer, we babbelen, we hebben contact, we lachen, we beloven. Tenslotte: geen zangeres, geen gitaristen, geen bericht. Style Ardechois?&lt;br /&gt;En dan F. 'Reken maar dat ik kom,' had ze haast dreigend gezegd, met de voorpret al in de ogen. Waar bleef ze? 'Het lukte me niet om weg te komen,' zei ze drie dagen later, toen we haar tegen het lijf liepen. Ik moet daar lang over nadenken. Ze is een een heel gevoelige, fijne grijze vrouw, licht als een kind met krachtige krijgersogen. Ze stond jaren op de markt met groenten uit de tuin van haar man en daarna is ze gaan werken in het 'bezoekerscentrum' van het dorpje Thines, een winkeltje/cafe/tentoonstellingsruimte. Het lukte haar dus niet om weg te komen bij haar man, die niet wil dat ze hierheen gaat. Al drie jaar geleden smeekte haar dochter bij Tony om haar 'weg te halen' uit handen van juist deze man. 'Iemand moet het doen,' had het meisje gezegd, 'naar mij luistert mijn moeder niet...' Maar het lukte haar ook voor deze ene avond niet bij hem weg te komen. Ze erkent dat volledig en spreekt het gewoon uit. Vooral dát verbaast me zo. Geen feest voor F. &lt;br /&gt;Vriendin H. had er echt willen zijn. Dit was dé gelegenheid om de stap te wagen. Toen het erop aan kwam, vond ze de reis zo'n obstakel dat ze ervan afzag. Toen kon ze meerijden en overwoog alsnog te komen. Toen moest ze kiezen tussen... Afijn, tenslotte kwam ze niet, maar ze hàd eigenlijk... enzoverder.&lt;br /&gt;En dan de man van die andere F. Hij schudde Tony de hand, liet die lang niet meer los en vroeg drie keer, met een vreemde blik in de ogen, of hij het zijn vrouw F. écht niet kwalijk nam dat ze niet was gekomen. Wat zegt deze man nu eigenlijk echt?&lt;br /&gt;Toeval mag bestaan. Ieder verhaal is een geschiedenis, iedere keuze heeft zijn redenen. Maar er zijn zoveel opmerkelijke of ongepaste afwezigheden geweest. Wat is de drempel? Wat maakt haar te hoog? Er lijkt een intuïtie, een onbestemd gevoel te leven dat je hier niet zomaar kan langskomen, zelfs niet voor een feestje.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is niet de eerste keer dat ons blijkt dat het een stap is om hier te komen en dat dat bij deze wonderlijke plek hoort. Laatst nog verwoordde iemand het op een bijzondere manier: het is of je door een onzichtbare muur heen stapt en een andere wereld binnenkomt. Op de een of andere manier is daar moed voor nodig. Maar je wordt beloond met een heel hoge energie, de grote pracht van de natuur, een soort weidse ingeslotenheid, wat een paradox is, maar toch is het zo. Vriendin R., die hier ooit een weekje was, noemde de plek een grote groene vagina die haar omhulde. Ze zwierf 's nachts rond bij volle maan, sprak met haar dode moeder aan de waterval en vergeleek haar ervaring met een bezoek aan de Himalaya. Ze voelde zich ontzettend veilig en thuis en bleef er jaren van dromen hier ook te komen wonen. &lt;br /&gt;Ooit waren M. en G. hier voor de eerste keer en M. werd zo grondig door elkaar geschud door een  boodschap van de waterval, dat ze aan de ene kant heel dankbaar was voor het inzicht dat ze kreeg en aan de andere kant een beetje bang werd om terug te komen. Ze kwam nog vaak terug.&lt;br /&gt;En dan was er J., de goede oude vriend, die er misschien wel zes jaar over had gedaan om, na zijn aanvankelijke belofte langs te komen, ook daadwerkelijk hier te belanden. Hij kwam, al kwam hij niet helemaal. Hij bracht een camera mee en keek vooral door de lens. Jaren kwam hij meermalen per jaar en bleef veel door de lens kijken. Tenslotte maakte hij een film, die over deze plek had  moeten gaan, met prachtige beelden, maar voor ons kwam de plek niet werkelijk en vrij aan het woord. Hoewel hij herhaalde hoezeer hij ervan was gaan houden en eraan gehecht geraakt, hebben we hem hier nog niet teruggezien.&lt;br /&gt;Zeker twee mensen die hier ooit met overgave zijn geweest, zijn daarna op zoek gegaan naar een plek als deze voor henzelf. Ze hebben hun eigen molen, hun eigen krachtbron gecreëerd. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat ik maar wou zeggen: een plek, deze plek is in staat om geen mens onberoerd te laten. Ik sta er met mijn eigen ogen bovenop en toch vind ik het eigenlijk nog steeds van de zotte. Maar daar iets van vinden is natuurlijk nóg zotter! &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen we hier in 1999/2000 een jaar woonden, hadden we rond Pasen een paar dagen in Parijs doorgebracht (onze 12jarige zoon wilde echt Parijs en het Louvre gezien hebben als hij een jaar in Frankrijk had gewoond). We keerden terug met de boemeltrein en reden tenslotte weer de vallei binnen. Ik zal nooit vergeten dat ik huilde. Er was iets ongekend ontroerends aan de terugkeer in 'onze vallei'.&lt;br /&gt;In de jaren dat ik hier zo'n 4 keer per jaar kwam, heb ik ontdekt dat er een patroon zat in mijn emotie in de eerste dagen hier. Ik begon altijd ontzettend uitgelaten. Ik was blij met alles wat ik terugzag, alles wat gegroeid was, alles wat veranderd was, alles wat hetzelfde was. Ik keek op naar de Geest van de Berg en voelde me terugvloeien naar mijn ware proporties. Maar steevast duikelde ik binnen een of enkele dagen in moeizame somberheid, in onzekerheid, in angst. Van 'himmelhoch jauchzend zum Tode betrübt'. Steeds weer werd ik door die beweging verrast en kon het niet begrijpen. Zo heftig, waarom zo heftig? Het was of de plek me optilde en daarna op de rotsen liet vallen. Zoiets is het ook. Bij mij tenminste. Ik werd steeds volledig losgetrild van de energie van het dagelijks leven in de dagelijkse wereld. Uitgedaagd om verder te zien. Sinds ik weet dat krachtplekken zo werken voor wie er gevoelig voor is en dat ik er hier met mijn gevoelige kont bovenop zit, scheelt dat een hoop onnodige zorgen. Ik ben voorbereid en de klap is zoveel zachter. Ik kom ervoor. Ik heb haar nodig, altijd weer opnieuw, na een hoop verstrooiing van aandacht en veel tamtam daar buiten. Ik ga van de Amsterdamse binnenstad naar hier, 'op de buiten', en dat klinkt van binnen naar buiten, maar schijn bedriegt. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als hier een heleboel mensen tegelijk zijn, heffen we samen de werking van die confronterende kracht voor een deel op. De naakte hevigheid van de spiegeling met wat ons van binnen beroert, is dan verspreid en verzacht. Als de zon schijnt, het koele water klatert, de wijn vloeit, de liederen schallen, lacht de Geest van de Berg met ons mee. Ook die houdt blijkbaar wel van een feestje...&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-3715948149269259127?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/3715948149269259127/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/08/een-plek-en-een-ziel.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/3715948149269259127'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/3715948149269259127'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/08/een-plek-en-een-ziel.html' title='een plek en een ziel'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-214883475536728713</id><published>2009-07-12T11:38:00.003+02:00</published><updated>2009-07-13T19:05:02.657+02:00</updated><title type='text'>water</title><content type='html'>Ik probeer niets te verzinnen. Verzinnen dat brengt verhalen voort ‘met voorbedachte rade’. Ik oefen mij in onbezonnenheid. ‘Begint eer ge bezint’. Alles beweegt en ga maar mee, zeg ik tegen mezelf. Ik kijk naar het water van de Thines, als ik mij 's ochtends daarin was. Met mijn kont op het nog koele graniet, staar ik naar de eeuwige loop van de stroom. Er is steeds minder water, ik zie dat het zakt aan de lijn op de rotsen aan de oever, op de stenen die bloot komen te liggen. Ook de eeuwige stroom verandert. Alles stroomt, alles verandert. Ga maar mee, zegt het water tegen mij. Wordt wakker en hop met de stroom mee. Het is een oefening in het openzetten van de kraan en laten gaan. Meegaan met die stroom. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We hebben hier water uit een bron. We hebben een bron die je natuurlijk niet kunt hebben, maar ze ontspringt op onze grond. Ook die grond kun je niet hebben, maar door een ondoorzichtig geworden menselijk systeem van ‘hebzucht-aan-de-macht’, hebben wij grond en hebben wij een bron. Sterker nog: we hadden geen bron, we tapten water uit een klein stroompje dat aan de andere kant van de Thines zijn weg zocht naar beneden. Hoe klein ze trouwens ook is, ze heeft toch een naam: de Devèze. Daarin lag onze rubberen slang en leidde water naar een overloopvat aan deze kant van de Thines en voorzag ons een groot deel van het jaar van water uit de kraan. Maar iedere zomer werd het te droog en zaten we daarboven te prutsen om de laatste druppels te vangen, om daarna emmertjes omhoog te slepen rechtstreeks vanuit de Thines naar de molen en hoger. &lt;br /&gt;Een paar jaar geleden maakte een buur ons attent op een stuk grond dat te koop was aan deze zijde van ons riviertje en waarop een goede bron zou zijn, zo werd gezegd. Wilde grond kost niet veel. Water is hier het goud. Een kasteel van een huis met minieme of geen toegang tot water is weinig of niets waard. Dit is een streek waar oorlogen zijn uitgevochten om water.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Onze nieuwe bron is een weelde en trekt ons gewoonlijk door de droogste zomer heen. Het blijft een klein mooi wonder: het water komt zomaar tevoorschijn uit de rots. Het is natuurlijk van de gekke om dat een wonder te noemen, terwijl we het totaal vanzelfsprekend vinden dat er water uit al onze kranen komt. Altijd. Zoveel we willen. Warm of koud. Wat de wilde mens van vroeger een wonder zou noemen, vinden wij een primaire levensvoorwaarde. En andersom. &lt;br /&gt;Onze bron is dus eenvoudig een onopvallend stroompje ergens hoger op de helling, vriendelijk meanderend tussen woekerend groen in natte tijden, als een miniem stroompje verstopt in een oerwoud in de droge zomer. Toch laat het zich ook in deze dagen gemakkelijk vinden door het veel fleuriger groen dan elders op de berg. Beter nog kun je het ruiken door een veld van bijna manshoge munt dat zich er omheen heeft geworteld en gedijt als nergens anders. De lila pluimpjes vormen hier een dicht struikgewas met de varens, de braam, de brem en krachtige 'echte valeriaan', hoog oprijzend met zijn rozerode bloemen, die hier de juiste natte aarde gevonden heeft. In een maand als deze kun je de bron alleen vinden als je je er een weg heen baant met een bosmaaier, een reuzenknipschaar en een goede hark. Draag lange mouwen, lange pijpen, stevige handschoenen en zet bij het maaien het masker op je kop. Wees tenslotte voorbereid op zenuwachtige vliegen om je hoofd en als altijd op een adder onder het gras. Letterlijk! Klim naar boven van terras naar terras, tot aan de Grand Randonnée, volg die dan naar boven, richting Montselgues en verlaat het pad wanneer je een mirabellenboompje en een notenboom aan je linkerhand gepasseerd bent. Daal daar af.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;  Van water uit de kraan zijn we hier dus nooit zeker. De kranen zijn dezelfde als elders, ze komen uit dezelfde winkels, in dezelfde steden, ze blinken hetzelfde en staan even trots als elders op dezelfde wastafels of gootstenen. Maar het water spreekt een andere taal. Ze is onbeheersbaar. Water vervliegt als het heet wordt of  bevriest als de temperatuur onder nul gaat. Wetenschap voor een kind. Hoewel we steeds weer gewend raken aan de vanzelfsprekendheid dat het water ons toestroomt als we de kraan opendraaien, volgt altijd weer een dag dat je onder de douche staat of de afwas wilt gaan doen en je weet het meteen: de druk is eraf. In geen tijd is de kraan leeg en blijft het stil met de knop in onze hand. &lt;br /&gt;Juist. &lt;br /&gt;Drie dagen geleden was het zover. &lt;br /&gt;We lieten alles los waar we mee bezig waren, trokken ons goede goed aan, wapenden ons met maaier en schaar en ook met tangen en koppelstukken en gingen op pad. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We praten over de druk van gisteren, de hoeveelheid van eergisteren, over de temperatuur. Als de vrije stroom belemmerd wordt, moet er ergens een verstopping zijn of is de aanvoer geblokkeerd. We beginnen met het vat. Als daarin nog water zit is er een probleem in de verbinding tussen vat en molen. Dat is te overzien, maar het is zelden het geval. Dus gaan we naar de bron zelf en bekijken de aanvoer. Tenslotte onderzoeken we de loop tussen bron en vat, de moeilijkste en meest tijdrovende opdracht waarvan we altijd weer hopen dat hij niet nodig is. Die weg is lang en op veel plaatsen is de waterslang onder de grond geraakt of toch minstens moeilijk te vinden. Gelukkig is het meestal niet nodig, maar soms moet je de slang door het landschap gaan volgen en de koppelingen onderweg opsnorren onder al dat groen gewoeker, om te luisteren en voelen of er water doorheen stroomt of niet. &lt;br /&gt;Je maakt een kans een scheur in de slang te vinden of een koppeling die bv. door de vorst kapot is gegaan, zodat het water gewoon wegvloeit. Een nieuwe koppeling zetten is dan meestal een ongevraagde mega-douche ter plekke, wat in koude tijden geen aangenaam bijverschijnsel is.&lt;br /&gt;Hoe dan ook, tot hier toe is alles heerlijk logisch. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eerst moet de monding van de primitieve waterleiding schoongemaakt. We verwijderen blaadjes, takjes, mossen, zand en kiezels, minuscule en minder minuscule beestjes tot zelfs waterslangen die hun heil zochten in de mond van onze bron of precies in dat fijne nauwe donkere hol van onze zwarte slang. Soms lijkt de loop van het water zelf veranderd, een kleine speling is al genoeg om ons droog te zetten. Het gebeurt ook vaak genoeg dat er geen sprake is van een of ander obstakel. De slang hangt simpelweg ergens in de lucht, waar hij in het water zou moeten zitten. Het kunnen de zwijnen geweest zijn die met hun familie kwamen drinken en in hun dolle vreugde de handel weer uit elkaar rukten. Maar vaak genoeg geen spoor van de dieren terug te vinden. &lt;br /&gt;Een schoon begin van de slang - een filter hebben we met de jaren afgeschaft, omdat het eerder verstopt raakte dan dat het de slang schoon hield - plaatsen we zorgvuldig terug in het helder opwellend stroompje. We bouwen met stenen, planten en wortels een zo stevig mogelijke verankering van onze rubberen waterleiding. Vroeg of laat blijkt onze stevigheid toch altijd wankel te zijn tegenover de kracht van het water, maar een mens moet wat... We hebben al vaker overwogen een klein bassin te bouwen van gemetselde stenen en een vaste verankering van de monding van de slang daarin, maar hoe metsel je daar waar het water stroomt?&lt;br /&gt;En dan is het wachten of het water dat zichtbaar de slang instroomt ook werkelijk bij het voorraadvat uitkomt. Wat erin gaat wil er lang niet altijd eenvoudig weer uitkomen...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Al honderd maal hebben we met een lege rubberen slang van boven bij de bron of ergens onderweg tegen de grond geslagen om luchtbellen te helpen ontsnappen of binnengeslipt en opgekropt zand los te slaan naar een open kraan. We hebben al heel wat uren, misschien zelfs dagen lopen piekeren en proberen om te achterhalen wat deze keer de stagnatie kon zijn. Tenslotte kan zelfs de buurvrouw, die we laten delen in onze watervoorziening, de belemmering zijn. Zij wil gerust nog eens een aftapping verleggen om haar toevoer op te peppen. Met gevolgen. Je moet met alles rekening houden. Zeker met mensen, die doorgaans niet logisch zijn en een stuk ingewikkelder te beheersen dan de dingen der natuur... &lt;br /&gt;Als er uiteindelijk weer water komt, spetterend, spuitend, gorgelend en borrelend, dan juichen we en zijn we altijd een beetje trots, zeker als het een serieus karwei is geweest. Soms gebeurt het dat we een doorstroming afdwingen zonder te begrijpen hoe en dus zonder te weten wat er nu eigenlijk dwars zat. Eén keer was het gewoon het filtertje van die prachtige moderne kraan, dat vol zand zat. Toen voelden we ons vooral een beetje dom, want we hadden twee dagen lopen zoeken en proberen.&lt;br /&gt;Maar water is water en het leven gaat voort.&lt;br /&gt;   &lt;br /&gt;We laten het voorraadvat weer vollopen. Een beetje water op een beetje verval is voor een aardige druk op de kraan al genoeg. Door de 2000 liter in het vat kunnen we altijd nog even voort wanneer de bron opnieuw stilvalt, als er 's winters ijzige kou oprukt of vòòrdat het na lange droogte weer gaat regenen. Wie wat bewaart die heeft wat... Maar vat of geen vat, als ik mijn kraan opendraai om mijn tanden te poetsen weet ik niet of ik mijn mond spoel met water dat van de bron via het vat naar mij toestroomt of dat ik mondjesmaat de voorraad aan het opmaken ben. Pas als ik weer onder de douche sta en de druk plots wegvalt, weet ik weer hoe laat het is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We zijn altijd ergens anders en verwijderd van het begin. &lt;br /&gt;Niemand van ons klimt bij iedere eerste de beste dorst naar de bron omhoog om met zijn mond aan de grond direct van de verse opborrelende stroom te drinken. We leiden het water van daar naar waar we zijn en we waken zo goed en zo kwaad als we kunnen over de omstandigheden die de stroom naar ons toe beïnvloeden. Niemand kan zonder water en ontstoken van een bron kunnen we het vroeg of laat vergeten. De slimme mens bedwingt de bron en overleeft. &lt;br /&gt;Hier in de vallei zijn wij nogal rijk met onze vergelijkenderwijs overvloedige waterbron. Velen moeten het van heel wat verder halen en zijn veel minder zeker van toevoer of van de veiligheid van hun slangen. Om nog maar te zwijgen van de klassieke gevechten van over elkaars grond moeten of te weinig water moeten delen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar ik voel me vooral rijk door de onophoudelijke verrassingen tussen die spleet in de aarde daarboven en de kraan in mijn kamer, ook al zijn die verrassingen altijd ongelegen en lastig. Ik kan er niet goed tegen dat het stil blijft als ik de kraan opendraai. Ik heb echt niet altijd zin om onaangekondigd gewoon alles uit mijn handen te laten vallen en met tangen en koppelingen de berg op te gaan of met een slang tussen het woeste groen tegen de grond te slaan. Ik heb wel wat anders te doen. Maar de bron is de baas. Misschien is het daarom dat ik hier woon. Ik leer dat het me nooit zal lukken mijn wereld te vormen naar mijn grillen, maar dat er een geluk voor het grijpen ligt als ik mijzelf vorm naar de grillen van de bron.&lt;br /&gt;En dat heb ik niet verzonnen.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-214883475536728713?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/214883475536728713/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/07/water.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/214883475536728713'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/214883475536728713'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/07/water.html' title='water'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-8462686723254226785</id><published>2009-07-04T23:14:00.005+02:00</published><updated>2009-07-05T18:23:30.968+02:00</updated><title type='text'>iemand</title><content type='html'>Met knokige schouders en een buikje van zestig plensde en plonsde Z. in de koude stroom, terwijl de zon al achter de berg verdwenen was. Hij sopte zijn grijze hoofd en dook ermee onder of het niks was. Hij kroop herboren het water uit en droogde zich. 'Een paradijs,' zei hij, 'dit is gewoon een paradijs hier.' Hij legde zich neer op de warme granieten oever. Ik keek naar een mens in het paradijs. Amper had hij zich uitgestrekt of hij kwam alweer omhoog. 'Eigenlijk wil ik er gewoon meteen nog een keer in.' Ik mocht nog eens genieten van een groot spetterend kind in het koele water op een hete avond.&lt;br /&gt;Jaren terug, toen onze vrienden T. en R. hier in de winter waren en we na een wandeling in de sneeuw warm bij de kachel zaten, zei T.: 'op zo'n plek als deze kun je gewoon niet depressief worden.' Ik herinner me hoe ik niets durfde zeggen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Gister zitten we op het terras achter de molen te schemeren. Hangend over de balustrade zien we hoe de poes, die onder ons op een grote steen zit, langzaam in het opkomend duister verdwijnt. &lt;br /&gt;'Wat denk jij,' zeg ik, 'hoor ik hier thuis?' &lt;br /&gt;De hele dag al waart er bij vlagen een ongerichte droefheid in mij rond. Ik zie mij lopen door het landschap, ik hoor mij luisteren naar het bruisen van de waterval, mijn ogen volgen de vlinders op de dikke paarse distels, die Tony bij het maaien voor hen heeft laten staan. Er is een afstand tussen mij en het paradijs. &lt;br /&gt;'Ja,' zegt hij, 'ik denk wel dat jij hier thuis hoort. Denk jij van niet?'&lt;br /&gt;De bomen om ons heen zijn nu niet groen meer, hoewel de lucht nog licht is en een zweem van blauw weerkaatst. &lt;br /&gt;'Ik weet het niet,' zeg ik na een tijdje, 'ik heb soms het gevoel dat ik nergens thuishoor. Nergens op deze aarde, bedoel ik. Soms begrijp ik er niets van dat ik hier ben. Hoe ik hier terecht gekomen ben. Dit is het paradijs en toch kan ik zo droevig zijn.' &lt;br /&gt;Bij het schemeren laten we lange stiltes vallen tussen de woorden. Die maken het geheimzinnig karakter van dat uur nog intenser en fijner. &lt;br /&gt;'Wat begrijpen wij toch weinig, hè, wat weten we toch eigenlijk van niks.'&lt;br /&gt;'Ja', zeg ik, 'we weten van niks.'&lt;br /&gt;En ik denk opnieuw de woorden die ik al een paar weken vaak denk, sinds ze zich aan mij hebben opgedrongen: als ik weet wie ik ben, ben ik Niemand. &lt;br /&gt;Deze avond ben ik niet Niemand. &lt;br /&gt;De avond en ook de nacht en nog een dag erbij, ben ik een droevig iemand die zich nergens thuis voelt en niet veel weet heeft van zichzelf of het paradijs.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-8462686723254226785?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/8462686723254226785/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/07/iemand.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/8462686723254226785'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/8462686723254226785'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/07/iemand.html' title='iemand'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-8409851645386835811</id><published>2009-06-28T15:40:00.007+02:00</published><updated>2009-08-05T19:09:35.033+02:00</updated><title type='text'>het is heet. overal beten. en ik weet het niet.</title><content type='html'>Het is heet. Overal beten. En ik weet het niet. &lt;br /&gt;Tony is buiten brandend bezig met keien en leien een traptree te bouwen.&lt;br /&gt;Ik achter het raam. Weet het niet.&lt;br /&gt;Hoor hem soms brullen. Tegen vliegen of tegen kattenstront in het bouwzand of tegen dat werk dat zich niets aantrekt van pijn in kuiten of tennisarm? Of misschien brult hij tegen mij, die achter het raam zit om te schrijven en het niet weet?&lt;br /&gt;Ik weet het niet. &lt;br /&gt;Ik moet schrijven over pijn doen, dacht ik aan het ontbijt. Dat we elkaar pijn doen en dat we dat slecht kunnen. Hoe kunnen we een ander pijn doen zonder al te veel pijn. Ja, paradox. Leren in die paradox te staan, leren een ander pijn te doen.&lt;br /&gt;De hele morgen bleef dat woordloos in mij doorsudderen. Dan loopt mijn lichaam hier wel rond en ik weet wat ik eet, maar verder niet teveel vragen alsjeblieft.&lt;br /&gt;Ik ben gek. We zouden toch moeten leren elkaar geen pijn te doen?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Oké, niet over pijn.&lt;br /&gt;De wereld wil dat je vrolijk en zomers bent. Het leven moet leuk. Ja, graag.&lt;br /&gt;Ik wil dat wel, maar...&lt;br /&gt;Nee echt, ik heb de halve nacht gedanst met een hoop bewoners uit de vallei op het pleintje aan de voet van het Romaanse kerkje in Thines, het nabije adelaarsnest dat machtig mooi is, maar.. &lt;br /&gt;Altijd maar weer 'maar..'.&lt;br /&gt;Jeroen Brouwers heeft eens gezegd dat alleen slechte schrijvers veel 'maar' schrijven. Kun je ze zo aan herkennen. (Hoop dat ik me dit juist herinner. Ik wil er niet aan denken Heer Brouwers verkeerd te citeren..)&lt;br /&gt;Ik zit aan het ontbijt en iets wil het hebben over pijn doen. &lt;br /&gt;Ander onderwerp?&lt;br /&gt;Graag.&lt;br /&gt;Over het eeuwig evenwicht zoeken tussen ziel en techniek bij muziek. Ja, bij het schrijven ook. Bij het maken van jam zelfs. Het bouwen van traptreden.&lt;br /&gt;Beter?&lt;br /&gt;Bestaat dat: beter?&lt;br /&gt;We spraken over dat spanningsveld, met vieren aan de tafel, tussen soep en sla. Over samenbrengen van ziel en techniek. De overgave, de aandacht, de inzet én de wetenschap, de vaardigheid, de kunde. Hoeveel techniek is nodig voor een kunst? Tussen verfraaien en verfoeien van techniek. Moeten we ons vòòr alles verlaten op de kracht van de passie, de concentratie, de aanwezigheid? Techniek kan zo hevig in de weg zitten! Maar ze kan ook zo vreselijk ontbreken. &lt;br /&gt;Met ongebreidelde hartstocht en ongebreidelde vorm kunnen we niet spreken, noch verstaan worden. Te strak in het pak snoert ons dan weer de keel, snijdt het hart eruit. Hoeveel van onze energie moeten we in het één investeren naast hoeveel energie in het andere? &lt;br /&gt;(Naast? Nee, niet naast...)&lt;br /&gt;De ziel is wel het belangrijkst, voelen we samen aan. Alles erin storten wat je hebt, wat je bent. En nog een tandje meer. Zonder ziel geen zaligheid...&lt;br /&gt;Het niet volbrengen van dat wankel evenwicht en dus van de magie van het kunstwerk dat je droomt, dat kan pijn doen. Je werk leeft niet. En jij, hoe leef jij dan?&lt;br /&gt;En het gaat alweer over pijn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Pijn, oké. Mijn vriendin M. zegt graag lachend: 'lijden is niet erg, als het maar véél is.' &lt;br /&gt;We hebben ervaring. Met iemand pijn doen en ook met diegene zijn die de pijn krijgt.  &lt;br /&gt;Soms willen we elkaar pijn doen. Genoegdoening, straf, wraak. Dat is kinderlijk begrijpelijk. We snappen ook dat we elkaar pijn doen, terwijl we het niet willen. Per ongeluk. Zonder ervan te weten. Sorry! Op zijn minst zonder het te bedoelen. Nogmaals sorry! &lt;br /&gt;Ik weet niet waar te beginnen met schrijven. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tony staat nog altijd in de brandende zon en vraagt zich af hoe de lijn van de leistenen trap zou moet lopen. De helling en de ongekozen kale keien die daar onwrikbaar liggen te liggen, vertellen niet eenvoudig waar een volgende tree moet komen, in welk lijnenspel. Of  moet er beter een klein plateau tussen de treden om zoveel mogelijk trouw te blijven aan de beste hoogte en beste diepte van iedere tree. Beter een paar goede treden en daarna een plateautje, dan een reeks te kleine of te hoge treden. Tony heeft de ideale maten al eerder ontdekt en toegepast: onze benen en voeten houden van treden die ongeveer 17 cm hoog zijn en 35 cm diep. Dat is een lekkere trap. Maar rotsblokken onder een laag aarde, houden met lekkere treden geen rekening. Ze komen tevoorschijn zoals ze zijn en dan begint onze kunst. Zij willen en zullen ons op onze trap desnoods voor eeuwen dragen, maar wij weten van de hoogte en de diepte. Wij hebben de techniek en we storten onze ziel erin. Zo staat Tony te meten, te puzzelen, te waterpassen en te turen in zijn verbeelding om te zien wat er nog niet is. De zon brandt en de vliegen vreten hem op.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hier is dus dat moment dat zich al aan paar uur laat aanvoelen. Ik zit aan mijn tafel te dwalen en niet te weten wat ik vandaag met welke woorden wil proberen te raken. Het kost tijd. Je moet rommelen, schuiven, deleten, opnieuw beginnen, ander onderwerp... Je moet het eenvoudig nog even niet hoeven weten. Je moddert, maar hoe dan ook moet je gehoorzamen aan iets. Je moet doorzetten, grondwerk doen, trouw blijven, uitstel is afstel, opdracht is opdracht, dat tandje erbij steken. Want juist dat is gehoorzamen aan iets. Zonder een greintje garantie. Je zwerft over het net, je pikt op, je smijt weg, je pakt jezelf bij de haren. &lt;br /&gt;Leren pijn te doen, durven pijn doen. Hop, daar is het weer. Intuïtie is een mooi woord, waar je een warm en wijs gevoel bij kunt krijgen, maar dat vastbijterig karakter, ik weet niet of dat warm en wijs is. Een beeld klopte aan, je had je oren open en nu wil het niet meer weg. Je weet niet waarom en je weet niet hoe. &lt;br /&gt;Ja, je wilt vrolijk en zomers, maar het gaat over pijn doen. Er zit gewoon niets anders op. Het is kut, maar het is. Nee, je snapt het niet, maar ga maar zoeken. Ga het maar snappen. Begin ergens. Je weet dat het niet uitmaakt. Tenslotte zal het komen. Je weet dat. Nee, je weet het allemaal niet, maar ergens weet je het toch. Dat heet vertrouwen. En trouwens, ook zonder vertrouwen moet je voort. Je schrijft een zin. Daarna een volgende. Zoals hij een steen oppakt, draait, neerlegt, verplaatst, verruilt, weglegt, kiest, probeert, opbouwt, afbreekt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Techniek, regel één. Je moet beginnen. Luisteren, horen, dan laten klinken. Zeg maar wat. &lt;br /&gt;Leg die stenen neer, zomaar. Misschien slaat het nergens op. Schrijf gewoon wat op. En ga erachter aan. Duiken. Springen. Pak ze weer op, die keien en leg ze weer neer. Omdraaien. Alles laten draaien. Werk is werk. Je weet het niet. Zoek. Zet er nog een tandje bij. Schuif de woorden, de stenen, draai ze om, verander hun richting, de voeglijnen, snijd de randen bij. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik schrijf, ik kijk niet naar het scherm, ik tik woorden, terwijl ik duik en spring. Het begin is eindelijk begonnen. &lt;br /&gt;En dan zijn stem in mijn rug: 'wil je even komen kijken naar de lijn van de trap, want die spreekt niet voor zich...' Met de toon van Tony.&lt;br /&gt;Au!!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik trek mij traag weg van mijn tafel. Terwijl ik mijn stoel naar achter schuif neem ik een besluit: laat mij mijn aandacht mee naar buiten nemen, ik ga de tijd nemen voor de trap. Ik kijk mee, ik schuif, ik overweeg, ik probeer. Ik neem de tijd, vind ik. Ik heb alle aandacht, denk ik. Tenslotte ontdekken we de juiste lijn en het evenwicht dat eruit volgt. Het plaatje valt op zijn plek. Altijd mooi om te ervaren hoe plaatjes op hun plek vallen. Zeggen we.&lt;br /&gt;Toch zijn we niet echt blij. &lt;br /&gt;Ik heb mijn koorddans-kunstje gedaan. Balanceren tussen aandacht en aandacht. Als ik weer naar mijn tafel ga en hij naar de betonmolen, zie ik zijn blik: 'hare majesteit' keert terug naar haar bureau.&lt;br /&gt;Moge die trap een mooi kunstwerk worden, denk ik nog ergens ver weg...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Intussen zweeft in mijn kop de zin: ik ben vergeten mijn kinderen te leren dat je niet kunt leven zonder iemand pijn te doen. Ik heb hem met moeite vastgehouden en schrijf hem snel op als ik zit. We kunnen pijn doen niet ontlopen. Dat kunnen we maar beter zo vroeg mogelijk weten, niet?  Natuurlijk, we hebben ze geleerd dat je moet proberen anderen nooit pijn te doen. Geleerd dat je anderen geen pijn mág doen. Jij bent verantwoordelijk voor wat je doet en pijn doen is uit den boze. Dát hebben we hen zo prettig mogelijk ingeprent. Maar we hebben niet beseft dat dat een halve medaille is. We hebben ze niet geleerd hoe ze op het onvermijdelijk moment toch een ander pijn zullen moeten doen. Omwille van de juiste balans, het eeuwig evenwicht tussen hún weg en die van die ander. Hoe doe je dat en waar haal je daarvoor de moed vandaan?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Buiten ratelt de betonmolen. &lt;br /&gt;Mijn tegemoetkomen aan Tony's vraag om mee te kijken naar de trap heeft hem niet opgelucht. Ik voel het hangen in de hitte. Ik kan bedenken waarom het werk zo zwaar is. Maar ik heb er geen notie van dat hij nu eigenlijk echt een maatje nodig heeft om alles evenwichtig te doen wat nu moet worden gedaan: de juiste stenen vinden of snijden, daarin vooruitkijken, niet te droge mortel hanteren, de betonmolen op peil houden, waterpas leggen, níet op de versgelegde leien leunen en dan die vliegen en de dorst en ook nog zorgen dat het mooi wordt... &lt;br /&gt;Hij zwijgt. Hij wil me niet storen. Alhoewel... &lt;br /&gt;Ik zwijg, ik wil niet gestoord worden. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als het echt moet, kun je het ook allemaal alleen doen. Of toch een heleboel. Liever niet, maar nood breekt wetten en wensen. Het is onhandig, langdurig, ingewikkeld, maar het kan, alleen. Als er niemand anders is, helpt zuchten je niets. Je doet wat je kunt en als je het redt, ben je trots. Als er wél iemand in de buurt is.. iemand die daar achter het raam zit... iemand die toch ook verantwoordelijk is... die toch ook twee handen heeft... &lt;br /&gt;Ik voel zijn gezwoeg aan de andere kant van het raam. Ik ben ook verantwoordelijk voor de hele boel hier. Ik heb ook twee handen. Ik zou zijn werk kunnen verlichten. Ik durf erom te wedden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En dan denkt de dromer: wat zit ik hier eigenlijk te doen? Ik was nog maar bij het begin. Wat ik nu doe, kan ik dat niet straks doen?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En in zíjn gedachten klinkt het bijvoorbeeld zo: zij zit achter het raam ergens anders te wezen en iets te schrijven dat er vast toe doet en ik sta hier tussen al die obstakels mijn gevoelig verantwoordelijkheidsbesef weer eens op peil te houden met iets dat eigenlijk alleen niet te doen is. Wat zou ik liever een beetje muziek maken...! Maar ik ga niet nog eens vragen om hulp en onwelkom zijn. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik moet alsmaar denken aan de woorden die ik Sogyal Rinpoche, Tibetaans Boeddhistisch Grootmeester, vaak heb horen zeggen: 'at least, don't harm.' &lt;br /&gt;Beste Rinpoche, hoe moeten we niemand pijn doen, noch een ander, noch onszelf. Zo vaak staan we voor de keuze óf onszelf óf een ander pijn te doen. Valt daar aan te ontkomen? Wat moeten we doen als we een ander pijn doen wanneer we onze eigen bestemming volgen?&lt;br /&gt;Ik heb al veel geoefend in de levenskunst van pijn hebben, maar ik zoek ook een techniek voor de levenskunst van (geen) pijn doen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik ben opgestaan van mijn tafel en ik ben mee gaan werken. Tegen de schemering was een leistenen plateautje voltooid. Ik zag amper dat het mooi was. Wat een hete ellende, dat gemodder tussen bijstaan en toeschieten en afsmeren. Ik was in de overtuiging geweest dat ik erbij was en er iets voor opgegeven had. En waarom was hij dan nog heftig en kortaf? Ik kwam hem helpen!  &lt;br /&gt;Je was er niet bij, zegt hij, je was voor de helft met je aandacht een andere trap aan het bouwen. Is dat waar? Het is moeilijk werk, daar moet je met volle aandacht bij zijn. Ja, ik moet toegeven dat ik er niet helemaal bij was. De trap kon me niet veel schelen. Geen ziel. Zeker geen extra tandje. Kantje boord aanwezig geweest. Nee, niet lekker ontspannen, nee. Sorry, zeg ik, sorry dat ik er niet helemaal bij was. Je was zo heftig en kortaf. Sorry, zegt hij, nogmaals sorry dat ik pissig was, maar je was er ook eigenlijk helemaal niet bij. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik probeerde hem geen pijn te doen en mezelf ook niet. We wilden elkaar echt niet graag tot last zijn en we probeerden daarvoor het beste te doen. Toch kwamen we er niet onderuit. Hadden we wel de ziel, maar geen techniek?&lt;br /&gt;Het was geen leuke middag.&lt;br /&gt;Mooi kloteplateautje.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;De volgende ochtend bekijken we samen hoe de trap trots en sterk is begonnen aan de komende eeuw. We hebben wel zin in een nieuwe dag. Laten we ertegenaan gaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zo, hèhè, ik weet het niet maar ik heb toch iets verteld.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-8409851645386835811?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/8409851645386835811/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/06/het-is-heet-overal-beten-en-ik-weet-het.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/8409851645386835811'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/8409851645386835811'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/06/het-is-heet-overal-beten-en-ik-weet-het.html' title='het is heet. overal beten. en ik weet het niet.'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-1298813926494353385</id><published>2009-06-24T00:37:00.005+02:00</published><updated>2009-08-09T15:05:24.083+02:00</updated><title type='text'>springen</title><content type='html'>(Dit is een direct vervolg op de vorige tekst 'grondwerk', die u beter kunt hebben gelezen vòòr lezing van dit stukje. Ik zeg het maar...)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat ik S. niet kon vertellen, omdat mijn Frans te slecht is, maar misschien ook omdat ik alleen juist schrijvend mijn herinnering zo kan laten spreken, kan ik u bijvoorbeeld in deze woorden vertellen: &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij is weg en jij ligt in bed. Jij ligt in jullie bed. Je bent bang, je verbeelding slaat op hol. Hij en zij, die meestal de Ander genoemd wordt, zij zijn samen en bestijgen de sterren. Daar ben je volkomen zeker van. Je kunt aan alles twijfelen, maar daaraan niet. Jij telt niet mee, jij neemt geen deel, jij bent hier. Je vergeet de grenzen van de tijd en je maakt van je verlorenheid een even groot universum als je denkt dat hij met haar binnengaat. Het moment verruimt zich in je hoofd tot jouw eeuwigheid. Het eeuwige 'en ik dan?!' Van binnen raak je volledig hol. Je hebt geen maag meer, je hart zweeft door een grote lege kamer. Je denkt dat je verbeelding op hol slaat omdát je bang bent. Niet andersom. Je kunt niet andersom kijken, andersom denken. Je angst heeft ongezien gelijk. Zo denk je. Nee, je denkt daar niet over na, je hele lichaam is vervuld van de angst en je geeft die angst ongevraagd tot in alle uithoeken gelijk. Angst klopt niet aan en vraagt of ie binnen mag komen. Je hebt al opengedaan voor je het weet. De angst is je de baas en jij weet niet beter. Van angst naar verdriet, van angst naar woede, van angst naar angst. Je angst heeft het bij het juiste eind. Argumenten daarvoor zijn royaal voorhanden, mocht het nodig zijn. Voor als het verstand gaat delibereren. Altijd en overal argumenten te over. Als er geen argumenten voorhanden waren, om je te vertellen dat het inderdaad verschrikkelijk is wat jou wordt aangedaan, dan was er geen angst. Angst grijpt de argumenten, houdt ze vast, zwaait ermee in het rond, schreeuwt ze eruit. Je zit gevangen in de cirkel en weet voorlopig van niks. Jij bent de angst en je grijpt en zwaait en schreeuwt. Dit is verschrikkelijk en dit is waar. Hoe meer je schreeuwt, hoe meer de kamer er stil van wordt. De lakens zwijgen. Je bent alleen, maar daar is de tweede zekerheid: iedereen geeft je gelijk, iedereen snapt jou, iedereen zou bang zijn, niemand wil meemaken wat jij moet meemaken. Arme jij daar, ontkend en achtergelaten. Iedereen wil gekend en meegenomen. Geteld zijn. Wij zijn mensenkinderen, we mogen niet in de steek gelaten worden. O jee, ach en wee. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Angst en verbeelding zwengelen elkaar aan. Je hebt gevoel voor drama, je bestijgt gestaag de top van het lijden. Ontrouw is een knaller, het jaagt je met zekerheid naar die top. Je lichaam is te klein, je knalt van binnenuit tegen je huid op, de kamer is te klein, je knalt tegen de muren, zelfs de nacht wordt te klein, als je zo door gaat. Je kruipt in het kussen, dieper in de matras, het hele donker in. Je angst om geen enkel verschil te maken, om in dat moment van de aardbodem te kunnen verdwijnen zonder een rimpeling achter te laten, wordt bijna bevredigd. Maar ze is groot en kan nog groter worden. Alsmaar groter zelfs. Om heel die angst om verstoken te zijn, te omvatten en uit te putten, moet je verschrikkelijk erg in de steek gelaten worden. Helemaal, wat helemaal ook zijn mag. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En dan op een dag, een uur, een split second is er plotseling een opening, een keerpunt. Je ligt weer in een zoveelste nacht heel die angst te zijn. Je voelt dat daar liggen niets zal veranderen en plots hoeft er niets meer te veranderen. Je bent als de dood voor de doodssteek, maar je ligt daar gewoon te ademen in het donker. Misschien zoals het lichaam het signaal van pijn naar de hersens onderbreekt als het werkelijk teveel wordt. Zodat je haar niet meer voelt. Je raakt bewusteloos, want je wordt uit het bewustzijn van de pijn geduwd. Maar deze pijn duwt je niet uit je bewustzijn omlaag, zij duwt je omhoog. Jij bent er nog, je lichaam ligt daar pijn te hebben, maar jij stijgt een beetje op en kunt gaan kijken. Goed, je bent er misschien niet voor hem. Maar wie weet, misschien ook wel. Ergens in zijn hoofd of in dat universum waar zij opstijgen. Hoe zou jij zoiets weten? Op de een of andere mysterieuze manier begint dat eenzame in het donker prettig te worden. Prettig? Misschien niet prettig dan, maar ergens begint er een onverschilligheid te groeien. Neenee, niet een kille onverschilligheid van haatdragende verbittering, maar een open onaangedane blik kruipt langzaam bij je binnen. Het wordt nu ook daarbinnen stiller. Je staart in het donker, je ogen gesloten, misschien open, maar je verbeten blik is gebroken. Er vloeit iets binnen dat leeg is, aangenaam noch onaangenaam. Een on-verschil-ligheid. Iets dat het verschil geen belang toekent. Je ziet dat je geen verschil kunt maken. De getuige is opgestaan. Jij ligt in het bed, in jezelf gedoken, in jouw kou en donker, in jouw eenzaamheid en je weet en ziet dat ergens anders je man met een andere vrouw zijn lichaam en zijn dromen deelt. Zo is het. Wellicht deelt hij zijn hele wezen. Dan is het zo. Wellicht tot hij erin oplost. Zo kan het zijn. Je erkent voor dat moment dat hij daar is waar hij met jou niet kan zijn, dat hij met haar vindt wat hij bij jou niet vond. Niet minder, niet meer. Wat zij is ben jij niet. Jij bent dat 'Niet' in zijn bestaan. Niet meer en niet minder. Hoe zou jij kunnen zijn wat zij is? Dat is zij al. Dat is enkel zij. Jij bent niet zij en niet daar. In dit plaatje, dat jouw nacht beheerst, doe jij er niet toe. Slechts in dat plaatje. Ontelbare plaatjes kun je maken, waarin jij er niet toe doet. Al die plaatjes komen niet in je op. Alleen dit ene jagende beeld. Waar jij niet telt. Geen jij in jouw donker bed en duister hoofd, met dat lege lichaam. &lt;br /&gt;Maar jij bent daar wel. Hier. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eindelijk ben je gewoon alleen. En eigenlijk is het fijn om eindelijk alleen te zijn. Je schrikt van dit besef maar je weet dat het waar is. Je ademt dieper door je buik, plots voel je dat je ademt, dat je door je buik ademt. Je hebt een buik. En je hebt armen, benen, voeten. Je zoomt verder uit. Je ziet je lichaam op het bed in de nacht. De matras draagt je, het bed draagt je, de vloer, je huis, de aarde. Je blijft heel stil liggen. Het gordijn beweegt waar het raam op een kier staat. Er rijdt een auto voorbij. Je gedachten dragen je, je gevoelens dragen je, je adem draagt je. Je hoort de wind daarbuiten. Je denkt aan hem en je weet dat ie terugkomt. Je weet dat het moeilijk zal zijn, als de deur opengaat en je zijn hele lichaam voelt binnenkomen, als hij dan naar je kijkt en als zijn stem zal klinken. Je kent de aanblik van zijn vervuld zijn. Je weet dat jouw angst en al zijn jassen en uitwassen met de kracht van een overval weer bij je zullen binnenstormen en met hun monsterlijke tengels jou in hun kladden zullen grijpen. Je wilt dat niet. Deze keer niet. Niet meer. Je wilt zo graag gewoon aardig zijn en zeggen dat het weer een hele worsteling was, maar dat je die doorstaan hebt en dat je tenslotte vredig was en prettig leeg. Je wilt vertellen hoe je je geholpen voelde door zijn 'ontrouw' om in die angst te kijken van er niets toe doen. Je weet wat een energie hij zal uitstralen en hoe zijn ogen zullen glanzen, maar je wilt dat je naar hem kunt kijken als gewoon naar een gelukkig mens. Juist hem als gelukkig mens. Je wilt graag dat je gaat glimlachen en zeggen dat je gezien hebt dat je er inderdaad niet toe deed en dat het daar in die toestand zo slecht nog niet was. Je deed er even niet meer toe en het was of je begreep dat het daarom ging. Dat alles toch goed was. Je wilt zeggen dat je daar eigenlijk wel blij mee bent. Dat je jezelf een dienst hebt bewezen door in dat donker zolang alleen te zijn en te ervaren dat je gewoon bleef bestaan, weliswaar als iemand die er niet toe deed, maar dat dat feitelijk helemaal juist voelde. Je was Niemand en je voelde je daar thuis. In en achter het plaatje. Dat plaatje van hem en haar. Sterker nog: je zegt zacht en helder dat hij je een dienst bewees door je te dwingen alleen te zijn met de angst om er niet toe te doen. Om zolang in die angst te liggen dat die uitgeput raakte. Of was jij het die uitgeput raakte? Tot je kon zien hoe je de angst kon stoppen. Je had naar de angst gekeken en hij was ermee gestopt om angst te zijn. Kijk, je hebt energie. Je bent de dag zonder een traan begonnen en je had bijvoorbeeld een heerlijk, helder en vrolijk ontbijt met je kind. Dat wil je graag vertellen want zo is het gegaan. Je zou hem zelfs kunnen zeggen dat je hem begrijpt en dat je je hebt verzoend en dat je blij bent dat hij blij is. En wat zal hij blij zijn met jou. Dat zou zomaar kunnen. Je voelt werkelijk dat het zo kan gaan. Je verbeelding heeft haar richting 180 graden omgedraaid. De rampspoed veranderd in een geschenk. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar hij komt terug en je kan niet kijken naar die glans in zijn ogen en de vrolijkheid en lichtheid die je al van een kilometer afstand... Je zwijgt. Je keert je naar het fornuis. Je middenrif trekt samen. Er vormt zich een vloedgolf. Van tranen, van woorden. Alles wat je je verbeeldde bij zijn thuiskomst is weg. Je wil hem niet horen, je wilt niet aangeraakt, je wilt niet meetellen. Je wilt hem verwijten maken, straffen. En dat doe je nog ook...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De angst kwam terug. Opnieuw en opnieuw.&lt;br /&gt;Woorden laten zich enkel achter elkaar zetten, maar het is niet zo simpel dat er eerst de angst is en daarna de verzoening van eindelijk thuiskomen in je eigen donker. In werkelijkheid bestaat alles tegelijk, als een uitstulpende en inkrimpende bewegende massa. Of eigenlijk beter als niet-massa. Door mij vast te grijpen maakte ik er massa van. Kon het niet meer bewegen. Maar rampspoed en (eenzame) vredigheid kunnen hand in hand gaan. Gaan hand in hand, als we beter kijken. Pas dan, samen en tegelijkertijd, vormen ze de waarheid van dat moment. Het is nooit alleen het een of alleen het ander dat waar is. De waarheid is een paradox, nietwaar? &lt;br /&gt;Pas dan en daar in die waarheid van rampspoed én vrede kan ik springen naar de eenvoudige ervaring dat het er niets meer toe doet of ik er iets toe doe. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eindelijk, zuchtte ze. Eindelijk begrijp ik het. Eindelijk is alles oké. Ik ben er en dat is dat. Wat een opluchting.&lt;br /&gt;En daar, in de zucht van verlichting, verdween haar zicht op de waarheid alweer en werd de sprong teniet gedaan. Zelfs de geringste emotie als blijdschap over wat je eindelijk bereikt en begrepen hebt, is al teveel. Voor de waarheid.&lt;br /&gt;Er zit niets anders op: alle dagen springen.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-1298813926494353385?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/1298813926494353385/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/06/springen.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/1298813926494353385'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/1298813926494353385'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/06/springen.html' title='springen'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-5560242933388375962</id><published>2009-06-18T10:42:00.007+02:00</published><updated>2009-06-19T23:05:27.928+02:00</updated><title type='text'>grondwerk</title><content type='html'>Er ligt grond in de weg. Er moet een trap komen, een gemetselde leistenen trap omhoog. Het beetje aarde moet opzij, een stukje helling op. Het ziet eruit als een beetje aarde, maar de kleinste verplaatsing van grond is al een heidens karwei. Loswoelen moet met een hak van heb ik jou daar. Pollen en stenen houden alles bijeen. Uiteengeslagen kunnen de stenen in de bak, planten en wortels in de kruiwagen. Bukken en mikken. De schop erin. Twee emmers. Zo vol. Twee tegelijk omhoog is eigenlijk te veel, één voor één duurt wel erg lang. De zon kruipt als een gek omhoog. Volhouden. Straks is het te heet. Straks is al heel gauw. De hitte schettert al door de bladeren van de bomen heen. Veel vliegen, dol op het zoute zweet.&lt;br /&gt;Grondwerk is goed werk. Het is konkreet, het is zwaar, je weet niet wat je tegenkomt, maar wat weg moet moet weg. Je houdt geen spat energie over om na te denken, over wat dan ook. Dat helpt me als ik iets op wil lossen dat met denken niet op te lossen is.&lt;br /&gt;Gewoon blijven volhouden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;S. vroeg me hoe ik het gedaan had, het leven naast en met een man die andere vrouwen 'had' en ook nog een kind kreeg met één van hen, terwijl wij samen waren. Hoe bleven jullie samenleven, wil ze weten. 'Mijn grootste probleem is mijn belofte en mijn verlangen om trouw te zijn aan mijn man maar ook mijn eigen drang te volgen. Ik wil buiten mijn relatie onderzoeken en ondervinden wie ik ben, ik wil contacten met andere mannen.'&lt;br /&gt;Ik weet nooit zeker en nooit precies wat de Fransen me vertellen, maar gelukkig kan ik intussen vrij goed naar muziek luisteren, naar gezichten kijken en intenties lezen. Ik heb al gevoeld hoe S. wordt aangetrokken tot Tony en ik heb al begrepen hoe graag ze hem aanraakt. Dat doet ze als ik uit het zicht ben. Ik geloof dat ze voelt hoe raar dat eigenlijk is en hoe onnodig ook. Dat voelt ze aan mij. Aan zichzelf voelt ze de behoefte om te blijven hangen tot ik naar bed ben en Tony nog niet, of hem uit te nodigen even bij de waterval te gaan zitten. Dat is helemaal niet vals, dat is veilig. Denkt ze. Maar ze ziet mij en dat het mij niet schelen kan wat ze met Tony heeft of doet en dan klopt het niet meer. En daar is de vraag.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Soms lijkt het of de halve wereld me die vraag stelt. Soms lijkt het of die halve wereld worstelt met trouw en ontrouw. Overal en alsmaar, zowel in de openbaarheid als onder vrienden, wordt het thema je in het gezicht geworpen.  Soms kan ik ineens niet meer begrijpen waarom ontrouw in relaties tussen geliefden absoluut het meest bedreigend is en waarom het nog altijd en immer totaal vanzelfsprekend is dat er voor ontrouw geen plaats is, mag zijn, kan zijn, zal zijn...&lt;br /&gt;Trouw zijn is een diepingesleten ongeschreven wet. Een wet van ons hart, van onze huid, van onze familie, van onze hele cultuur. De ander is de enige, jij bent die ene voor de ander. Exclusief.&lt;br /&gt;Maar exclusiviteit betekent uitsluiten, letterlijk. Voor een zoeker die wil leren kennen en ontginnen en reizen voorbij de grenzen van het bekende, begint daar een heus probleem. Vroeg of laat is daar het dilemma dat ons voor het blok zet.&lt;br /&gt;S. houdt van haar man, houdt van haar twee kleine kinderen. Nu wil ze haar wereld verruimen. Ze wil meer dan haar man en haar kinderen liefhebben. Nog meer liefhebben. Of misschien wel niet liefhebben. Ze wil een krijger zijn die erop uittrekt om een nieuwe wereld te creëren. In haar grond zit iets dat wil ontkiemen maar ze is bang voor de kracht van het plantje als het licht ziet en gaat groeien. Het is onverdraaglijk om haar dierbaren pijn te doen maar het is even onverdraaglijk om weg te lopen voor een innerlijk vuur en om iets dat ze in zich heeft, te laten verschrompelen. En wat als ze alles verliest?&lt;br /&gt;Klem.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Later zal Tony me vertellen dat S. met haar man de afspraak heeft dat ze alles met andere mannen mag doen, behalve zoenen en uit de kleren gaan. Ik kan naar zoiets niet anders luisteren dan met een schaterlach. S. is helemaal geen domme of onnozele vrouw. Het is een oprechte poging om het dilemma 'op te lossen'. Zo drukkend is het verbod op ontrouw en zo groot de angst haar te overtreden, dat we komedies bedenken in de hoop een tragedie te ontlopen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;S. spreekt alleen maar Frans. Dus heb ik in mijn stuntelfrans geprobeerd haar een antwoord op haar vraag te geven. Ik heb iets gezegd, dat misschien te simpel was voor woorden. Maar soms zijn de simpelste dingen directer en juister dan hele verhalen vol uitweidingen en nuances. Ik zei dat ik het gered had, omdat ik graag goed wilde worden. Ik dacht altijd dat ik niet goed was en ik wilde er hemel en aarde voor in beweging brengen om zover te komen dat ik een goed mens zou zijn: bv. een vrouw die haar man de vrijheid gaf.&lt;br /&gt;Misschien klinkt dit belachelijk. Ik denk dat de grond onder de meest essentiële dingen die we in ons leven doen en laten tenslotte uit zulk hout gesneden zijn: een simpele onnodige angst, een oud en diep verdriet, misschien iets akelig naïefs of iets uitzonderlijk doms. Voor ieder oor op afstand kan het ongelooflijk klinken of iets om weg te lachen. Het spijt me dat het zo eenvoudig was, dat ik mij als een slecht mens zag die graag goed wilde zijn. Ik heb er veel aan gehad. Ik liep niet weg. Ik confronteerde me aan zijn ontrouw. Vreselijk. Ik dacht nog heftiger dat ik dus slecht was, of minstens niet goed genoeg. Logisch. Ik legde mij een maat op die ik zelf maakte, ontleend aan zijn gedrag, met een dijk van een westerse historie achter me, monogame cultuur om me heen en een degelijke katholieke opvoeding in mijn botten. Het was zo grondig aan de hand dat ik met de moed in de schoenen begon te graven naar wat de ontrouw werkelijk inhield. Hoe ze eruit zag, wat ze meebracht, wie die vrouwen waren, waarom die in mijn leven binnen moesten komen, wat er met Tony gebeurde... Daardoor kon ik na jaren ontdekken dat ontrouw geen ontrouw hoeft te zijn. Beter gezegd: dat ik dat durfde inzien. Hij had nooit andere vrouwen opgezocht en liefgehad omdat ik slecht was.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Je moet wel weten, vertel ik S., dat er vanaf het begin iets geweest is dat sterker was dan hij of ik en sterker dan wij samen. Het overweldigende maar tegelijk oersimpele gevoel dat we aan elkaar gegeven waren of op elkaars weg gezet... geef er maar wat woorden aan, dat ons allebei nederig maakte tegenover wat ons verbond. Het is de ervaring geworden dat wat we door de ander op ons bord kregen, ook echt op ons bord moest komen. Dat bracht met zich mee dat steeds als ik het te moeilijk vond om samen te blijven, ik er weer achter moest zien te komen dat weggaan niets zou oplossen. Ik zou een prachtig kind met het badwater hebben weggegooid. Tony was en bleef die ene die mij het diepst raakte en inspireerde én mijn perfecte ellendeling was, zal ik maar zeggen. Een tegenstander van een aard en een formaat als ik geen tweede keer zou treffen in mijn leven. Als we nooit hadden ervaren dat we door de Geest waren samengebracht, was alles vast anders geweest.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik zei ook nog dat ik het wel aanvaarden moest omdat hij in mij die seksuele partner niet vond die hij zocht. Of nodig had. Of zelf was. Ik begreep zijn lichaam eigenlijk niet. Nee wacht, ik aanvaardde dat helemaal niet, ik kon dat bij god niet aanvaarden, maar ik kon er ook niet omheen. Hoe moest ik hem dan zijn weg ontnemen? Als liefde liefde is, dan is zij ook vrijheid. Ik moest hem wel laten gaan, maar dan wilde ik hem ook weer terug. Bovendien wist ik maar al te goed dat ik een vis nooit zou hebben door hem vast te houden. Juist vissen spartelen zich met alle kracht en hevigheid los als je probeert hen aan je haak te houden. Ze springen terug het water in en verdwijnen. Het enige wat je dan nog doen kunt, is doodmaken. Vond ik geen optie. Ik zag me dus simpelweg gedwongen om niet te hard te schreeuwen dat hij bij mij moest blijven en niet weg mocht gaan naar een ander, want juist dan zou ik hem verliezen. Dus zo nobel en wijs was ik nu ook weer niet.&lt;br /&gt;Natuurlijk was ik wel vreselijk bang. Ja, vreselijk bang. Maar ja..&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;'Zag je zijn vrouwen. Had je contact met hen?' vraagt ze. Ja, ik zag ze, ik nodigde ze uit, ik sprak met ze, ik kookte voor ze, ze kookten voor mij, ze respecteerden me en waren bang van me en ik respecteerde hen en was bang van hen. We zijn vrouwen. Ik weet niet precies wat dat betekent, maar het betekent toch iets. Veel zelfs. Uiteindelijk. Intussen lagen ze af en toe in mijn bed en ik in een ander. Dat was niet fijn maar dat kan. Na jaren begon ik te zien dat niets en niemand zo belangrijk is als het lijkt. Zij niet. Ik niet. Hij niet. Wij niet. Niemand heeft ons ooit beloofd dat alles vanzelf zou gaan, met gemak en met geluk. Misschien gaat alles wel vanzelf, maar wij gaan niet vanzelf. Zoveel is wel zeker.&lt;br /&gt;Ontrouw is een heel goede spiegel om jezelf in te zien. Ik buig ervoor.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat het belangrijk was dat alles open en mogelijk was. Zeg ik ook nog. Hij verzweeg niets en gaf op iedere vraag die ik durfde stellen een eerlijk antwoord. Ik denk nog, dat is toch vanzelfsprekend, maar ik realiseerde me ineens dat dat voor veel mensen in geval van ontrouw precies niet vanzelfsprekend is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;S. is stil en verzucht dan dat ze het zo moeilijk vindt.&lt;br /&gt;'Het is waar,' zeg ik, 'het is niet te doen. Nee, echt, het is eigenlijk niet te doen. Je kunt het alleen proberen. Of nee, je kunt het alleen doen. Het is niet te doen en je doet het.'&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zo ongeveer vertelde ik iets over mijn leven met Tony en 'de vrouwen'.&lt;br /&gt;En wat heb ik daarmee gezegd? Heb ik daarmee iets gezegd over hoe ik het geklaard heb? Nauwelijks, ben ik bang. Een flinter misschien. De ontrouw tegemoet treden tot de vermeende angel eruit was, kostte me bijna een half leven. Grondwerk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is goede grond waar ik de schop in steek. Ze kan straks achter een klein muurtje een tuintje vormen. Zwarte aarde, witte bloemen. Daarvoor moeten nog wel de stenen verzameld worden, opgestapeld, gemetseld. Het volgende zware werk. Op al het zware werk volgt eigenlijk altijd weer zwaar werk. Hoewel grondwerk, dat is wel het zwaarst.&lt;br /&gt;Maar daarna mag je in het koel helder fris klinkend water dompelen en gillen wat je wil, terwijl de eerste libelles eindelijk gekomen zijn, scherend over de waterspiegel, en een klein helblauw zoet vlindertje op je natte schouder gaat zitten. Dat is niet niks.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-5560242933388375962?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/5560242933388375962/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/06/grondwerk.html#comment-form' title='2 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/5560242933388375962'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/5560242933388375962'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/06/grondwerk.html' title='grondwerk'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>2</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-4201332472682702669</id><published>2009-06-16T13:15:00.002+02:00</published><updated>2009-06-16T13:24:55.232+02:00</updated><title type='text'>zonder titel 3</title><content type='html'>mijn klein bestaan&lt;br /&gt;verdwijnt in heel die kosmos&lt;br /&gt;en wordt even groot&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-4201332472682702669?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/4201332472682702669/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/06/zonder-titel-3.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/4201332472682702669'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/4201332472682702669'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/06/zonder-titel-3.html' title='zonder titel 3'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-2073145820293025473</id><published>2009-06-14T16:25:00.006+02:00</published><updated>2009-06-15T11:40:19.898+02:00</updated><title type='text'>een veldje en een bestemming</title><content type='html'>Ieder lapje van de lappendeken grond die als ons eigendom op een papier getekend staat, kent een nummer. Als Tony spreekt over veldje 315 heeft dat feitelijk alles met het franse kadaster te maken, maar verder helemaal niets. Veldje 315 is een begrip geworden.&lt;br /&gt;Al jaren lijkt het lapje grond voorbestemd voor de gedroomde 'potager', een groentetuin van pittige afmetingen. Het ligt naast de grote oude ruïne, die de naam 'maison brulée' al droeg voor wij hier ooit zijn neergestreken. Toen we de watermolen kochten, kochten we het hele pakket, dat de vorige bevriende eigenaars ook weer ooit in die vorm hadden bemachtigd. In zekere zin vormt de 'maison brulée' daarvan het centrum. De molen was eigenlijk een soort aanhangsel en in ieder geval nooit gebouwd om als woning te dienen. Het lag daar ergens onder aan het water, wat ongunstig was voor een huisje als je denkt aan de winter, aan zonne-uren en aan de noordenwind die vanaf het plateau precies in het gat valt waar zij staat. Bovendien was ze moeilijk te bereiken.&lt;br /&gt;Als er ooit een (karre)weggetje was geweest om de te malen kastanjes naar de molen te vervoeren, dan is dat in de loop der jaren goed verdwenen en de ouden zijn het er niet over eens waar en hoe die weg precies gelopen heeft. Wij maakten jaren terug de onze. Het woord 'weg' mag een eer heten. Het is een soort geitepad voor 4x4 auto's. Wat overigens niks zegt over de het zweet waarmee hij is geplaveid. Het is vanzelfsprekend geworden dat ie er is en hij vormt intussen project zoveel-en-zoveel waar het om onderhoud gaat. Altijd ergens op de lijst der noodzakelijkheden. Afwatering, weggespoelde stenen en weggeslagen rijstroken herstellen, her en der stukje beton storten, snoeien langs de kanten, maaien overdwars.&lt;br /&gt;Hoe dan ook, voor ons was het eerder dat we de molen kochten en er een knots van een ruïne en een lappendeken aan hectares kastanjeland bijkregen. En zo kwam veldje 315 ook in ons vizier.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het stukje grond is een schuin aflopend extra breed terras, naast 'het verbrandde huis'. Aan de rand staan vlierbessenstruiken en een stevige pruimenboom waaronder je heerlijk kunt liggen zweven, het watergeraas ver weg, gezoem van ijverige insecten, fijn verstrooid zonlicht door het bladerdak, hier en daar een nog groene mirabel, waar je lekker lang naar kunt speuren, als je ogen tenminste niet onmiddellijk zijn dicht gevallen bij het neervlijen. Ergens midden in het veld staat een zo uit de kluiten gegroeide wilde rozenstruik, dat deze de vorm en afmetingen heeft gekregen van een iglo waar gemakkelijk een eskimofamilie met kinderen en kleinkinderen in kan wonen. Door de doornige rozentakken heen hebben zich bramen en zelfs druivenranken gevlochten en natuurlijk de allerlei grassen en pluimen en ook een mooi paars kruid, dat ik niet bij naam ken. Langs de rand aan de andere kant, op een iets hoger en veel smaller terras, staan sinds een paar jaar drie olijfboompjes, die door de olijvenkoopman van de markt speciaal uit Italië zijn meegebracht,  alwaar ze hoog in de bergen geboren zijn en dus lage temperaturen kunnen weerstaan.&lt;br /&gt;Dit is het landschap waarheen ontelbare mensen op vakantie gaan. Met recht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zolang we hier komen en wonen herinner ik me Tony's bekommernis om veldje 315. Wat er ook aan werk te doen is - en de lijstjes waarop de werkzaamheden staan zijn altijd maar prioriteitenlijstjes en de top van een ijsberg - veldje 315 staat erbij: er moet gesnoeid, gemaaid en zelfs geharkt, opdat de gesneden grassen het kortgeknipte gras eronder niet verstikt. De iglo die zich heeft kunnen opwerpen omdat een rozenstruik tussen het gras erg mooi was, zal er vandaag of morgen aan moeten geloven. Want zoals gezegd: ze groeit uit de kluiten en dat kan veldje 315 niet hebben. Zo'n karwei moet je vooraf nooit in uren en zweet en spierpijn willen inschatten. Zulk werk is al zwaar genoeg. Schat je het juist in, dan begin je er nooit meer aan. Schat je het te voordelig in, dan stapel je nog een frustratie op de inspanning.&lt;br /&gt;Ik geloof dat deze regel voor heel wat werk geldt... Voor creatief werk bijvoorbeeld en niet minder voor ieder innerlijk evenwichtswerk.&lt;br /&gt;De wortelhuishouding van heel het rozengeweld zullen we nooit totaal de grond uit krijgen. Er zal altijd iets achterblijven, tenzij we met chemie tekeer gaan. We hebben de struik te lang laten woekeren. Hoe dat zit met creatief werk, innerlijke evenwichtskunst en lang laten woekeren... daar heb ik nog niet over nagedacht. Maar pas op, als het uitzicht weer vrij is gemaakt en de grond weer gelijk, hoeveel wortelknoesten er ook onder verstopt mogen blijven zitten, dan is veldje 315 voorlopig weer schoon en ja, prachtig. Eerlijk waar. Een erg fijn veldje, gewoon om er eens naar te gaan kijken of om eens onder de pruimenboom te liggen...&lt;br /&gt;En dan?&lt;br /&gt;Dan gaat het weer regenen en de zon sch(r)ijnt erop en het gaat vast en zeker nog eens regenen en nog veel meer zon schijnen en de winter gaat erover en weer een nieuw lente... Kortom, veldje 315 gedijt in het ritme van de seizoenen, wordt een woestenij, geeft zich over aan de stoutmoedige handen van Tony en wie hem maar helpen wil, laat zich scheren en bekeren en keert dan jaarlijks onverrichter zake terug naar het ritme van de seizoenen en de wildernis die daarbij hoort.&lt;br /&gt;Een groentetuin staat nog altijd niet ver genoeg bovenaan de lijst, dat we op zoek zijn naar een bulldozer of iets van die kracht, om het stukje grond zo grondig aan te pakken en om te ploegen dat er tomaten kunnen groeien. Ik bedoel maar, er zal ondanks al Tony's werk en soms het mijne of iemand anders, die zich zeker en vast afvraagt wat van zijn hulpvaardige bijdrage de bedoeling is,  straks tóch een machine aan te pas moeten komen.&lt;br /&gt;En trouwens, is dit veldje nog altijd wel het geschiktst voor de tomaten? Als dat 'verbrandde huis' toch niet gerestaureerd wordt, is het dan niet een beter idee om tezijnertijd dichter bij de molen te 'potageren'... Vragen te over. Het zit mij in het bloed. Daar weet Tony alles van. Ik zou uitstekend de naam 'mevrouw Ja maar' als bijnaam kunnen dragen.&lt;br /&gt;Toch zwijg ik over veldje 315...&lt;br /&gt;Zin of geen zin, volgende jaar zelfde plaats zelfde tijd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik heb niet gezwegen vanaf het begin. Meerdere malen heb ik Tony gevraagd me te overtuigen van de waarde van al die inspanning, want iedere keer als het werk gedaan moest worden bekroop mij dezelfde vraag. Er is zoveel te doen, zo veel te veel, waarom sta je daar dan te zwoegen met die bosmaaier?&lt;br /&gt;Ik ben zijn herhaald antwoord vergeten. Het lukt me blijkbaar niet het te incorporeren. Het past gewoon niet in de natuurlijke constellatie van mijn hersens en/of van mijn gedachteloos leven.&lt;br /&gt;Is dat 'cultuur en samenleving', om het maar even kort en krachtig te houden? Is het dat weten, kiezen, plannen, inschatten, uittekenen, aanpakken en wat al niet meer op de kortste weg naar het beste resultaat, waarmee we zijn opgegroeid. Is het de vereenzelviging met het 'noodzakelijk nut der dingen', waar ik een vertrouwde rust uit haal? Ik was altijd al een kritisch meisje, dat wilde weten waar iets goed voor was.&lt;br /&gt;Ja maar nee.&lt;br /&gt;Ik herinner me dat ik zo'n tien jaar geleden met een vriendin dat verbrandde huis stond leeg te ploeteren van al dat woekerende groen dat erin was gaan groeien, tot en met bomen en struiken van meters hoog. We lachten ons rot met onszelf: alles zou weer gaan groeien zodra wij terug naar Nederland waren. Maar we vonden het héérlijk om iets ongeveer zinloos te doen. We hadden er vreselijk veel plezier in er eens lekker schoon schip te maken in de wetenschap dat de natuur ons gewoon weer zou inhalen. Juist dat gaf ons het lichtzinnig plezier.&lt;br /&gt;Ja maar nee, dit was een zelfverkozen vrolijke uitstap. En alles is daarna inderdaad gewoon weer dichtgegroeid, maar met veldje 315 ligt het een beetje anders.&lt;br /&gt;Ik beken dat ik me in het verleden goed op kon winden over ongerijmde werken waar Tony zich mee inliet en waarbij hij van mij hetzelfde verwachtte , maar dat doe ik niet meer. Iets doen of laten begaan, omdat een ander vindt dat het belangrijk is dat het gedaan wordt, heeft zo zijn eigen zin, die niet ligt in het resultaat, maar in het plezier van die ander. Niet snappen en toch doen maakt een mens bescheiden. Dat mag wat kosten.&lt;br /&gt;Ja maar nee.&lt;br /&gt;Er is hier meer aan de hand: ik heb al te vaak meegemaakt dat een in mijn oog onnodige handeling of weggegooide energie of dromerij tenslotte zijn zinnige uitdrukking vond in iets moois, iets handigs of iets bijzonders. Het gaat om dingen waaraan geen zinnig mens begint als ie van wanten weet, plant, inschat, berekent en zo meer, voor ie ergens aan begint. Dat werkt hier ook niet. De condities zijn zo onberekenbaar, dat je vroeg of laat toch bedrogen zou uitkomen. Dromen, beginnen en volhouden zijn de belangrijkste ingrediënten waarmee gebouwd wordt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Jaren terug moest Tony aan het eind van een zomer kost wat kost nog op een zeker terras paaltjes uitzetten voor een hutje - of zoiets - dat op die onmogelijke plek ooit zou moeten verrijzen. Volslagen belachelijk, dacht niet ik alleen. Er zat van alles in de weg, er moesten die dag nog allerlei andere dingen gebeuren, voor we terug naar het noorden konden gaan rijden, maar die paaltjes en die touwtjes op precies de juiste punten moesten absoluut nog op hun plek. In wezen was hij zelf niet de laatste die de onzinnigheid van zijn actie wel aanvoelde. Maar toch. Koppigheid kent geen tijd. Je kunt ook zeggen: intuïtie serieus nemen. Of: baat het niet, het schaadt ook niet. Feit blijft dat hij een paar jaar achtereen af en toe stond te dromen met de blik op de onder het gras verdwenen paaltjes en touwtjes en je hem kon zien denken: daar moet nog iets, ik weet niet wat, maar hier moet nog iets. Hij heeft me zelfs nog eens gevraagd te tekenen, zo'n houten huisje, zoiets als... kijk.. nee, wacht... Zulke inspiraties verdwenen voor mij met de wisseling van de seizoenen, maar voor Tony niet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eindeloze uren staat hij te staren naar alle stadia van zijn werk op welk vlak dan ook. Meestal staat hij dan te fluiten of te neuriën. Hij rookt erbij. Hij drinkt erbij. Het ziet eruit of hij een beetje tevreden staat te zijn op wat hij die dag gedaan heeft of staat te fantaseren over hoe een berghelling kan veranderen in een houten huis met terras. Dat is het dan ook eigenlijk.&lt;br /&gt;In gedachtenis aan de uitdrukking 'daar is over nagedacht', tegen de tijd dat er inderdaad een houten huisje oprijst op de berghelling waar de vermolmde paaltjes tussen de graspollen verdwaald waren, bestaat zijn nadenken uit Niet-nadenken. Uitleggen wat zich dan in hem afspeelt is erg lastig. 'Ik maak met mijn wil contact met 'intent',' zei hij laatst. Hij kijkt en richt zijn aandacht op iets dat aan die aandacht trekt. Iets dat zelf zijn contouren tekent, als het moment daar is. 'Intent' is voor hem een onafhankelijke, onpersoonlijke kracht. Het is de bron van een creatie vòòr er een mens aan te pas komt. Het is een potentie, een mogelijkheid, een aanbod. Je kunt er verbinding mee maken. Jezelf ermee in lijn brengen, je energie ertoe uitlijnen. Daar moet je dan je wil voor inzetten. Kijken, luisteren en veel tijd nemen. Be-ogen moet je het. Niet terugschrikken voor bizarre ideeën. Eigenwijs zijn maar niet te eigenwijs. Geduldig zijn maar niet te geduldig. Durven maar niets forceren. Als we woorden gebruiken, begrijp ik hem.&lt;br /&gt;Misschien is het eigenlijk een soort geloof, overweeg ik. Waarom niet? Het lijkt me waarachtig een soort geloof, maar niet een geloof ergens ín. Nee, gewoon: geloven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Begrijpen op het nivo van het dagelijks leven is onbegonnen werk. Alle keren dat ik dat probeerde, greep ik er goed naast. Moet voor hemzelf hetzelfde geweest zijn. Opwinding en willen weten waarom hij doet wat ie doet, dát is pas echt zinloos. Hijzelf heeft het ook moeten opgeven om te willen begrijpen waarom hij zoveel uren als een tevreden luilak stond te fluiten en tijd te vermorsen. Je eigen neiging niet interpreteren en je aandacht de weg laten gaan die het zelf zoekt... Zekerheid bestaat niet. Voor hetzelfde geld ben je tóch die tevreden luilak die tijd verprutst. Niemand kan dat weten dan wijzelf.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zo is er veel begonnen dat later op zijn plek viel. Ik kan er me nog altijd intens en zelfs jaloers over verwonderen hoe het komt dat de dingen bij hem zo vaak op hun plek vallen. Is het omdat hij er hoe dan ook voor zorgt dat het idiote begin van iets tenslotte een bestemming krijgt, die hij dan dé bestemming noemt? Er komt altijd een of andere aap uit de mouw, die maakt dat alles wat gepasseerd is van belang en nuttig is geweest. Ik kan nog wel eens flink denken: ja, zo kan ik het ook; achteraf kun je mooie patronen tekenen die een relatie tussen jouw wil en 'intent' precies zo laten zijn als je theorie wil doen geloven! Alle om- en dwaalwegen incluis. Dat idiote idee als begin heb je dan zo kunnen kneden en draaien, dat je achteraf kunt zeggen: kijk, zo idioot was dat toch niet. Simpel gezegd: je slaagt altijd.&lt;br /&gt;Tony zelf is er steeds vreselijk zeker van dat alles tenslotte precies gegaan is zoals het moest gaan en dat het resultaat op geen andere manier had kunnen worden behaald dan juist via zijn ogenschijnlijk idiote dromerijen en bizarre (om)wegen. Ik betwijfel nogal graag de onontkoombaarheid van de weg ernaar toe.&lt;br /&gt;Maakt dat eigenlijk iets uit?&lt;br /&gt;Ja maar nee. Niet als het resultaat er eenmaal is, dat al jaren eerder was 'be-oogd'. Een mooi terras is een mooi terras. Het maakt wel uit voor de weg erheen. Er kan een rots voor opzij moeten. En voor het gevoel  aan het einde: de rust en zekerheid dat alles ging zo het moest gaan. Dat noem ik een kunst. Ik ben bang dat ik die ontbeer.&lt;br /&gt;Ik moet het doen met de eeuwige twijfel die me altijd weer voortstuwt door de krochten van onderweg. Vragen, vragen vragen. Graven, graven, graven. Die zekerheid in 'en hij zag dat het goed was', dat is nou mijn droom.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik moet toch echt eens nadenken over die creatieve processen en ook over die innerlijke evenwichtskunsten. Gaat schrijven anders dan via wil en 'intent'? Leren we niet onszelf via de ander?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kortom: de toekomst van veldje 315 ligt open en zal me benieuwen. Ik neem de hark op en zwijg. Op een dag zal Tony tevreden ontdekken dat zijn besognes en inspanningen tot hier toe precies nodig waren geweest om het mooie resultaat te behalen dat straks behaald zal worden. Een metamorfose van veldje 315 in wat het ook mag zijn.&lt;br /&gt;En zo niet, dan ligt de bestemming nog in het verschiet.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-2073145820293025473?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/2073145820293025473/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/06/een-veldje-en-een-bestemming.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/2073145820293025473'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/2073145820293025473'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/06/een-veldje-en-een-bestemming.html' title='een veldje en een bestemming'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-9096246238361184092</id><published>2009-06-10T12:39:00.011+02:00</published><updated>2009-06-20T20:29:50.842+02:00</updated><title type='text'>schetsen</title><content type='html'>&lt;style type="text/css"&gt;  &lt;!--   @page { margin: 2cm }   P { margin-bottom: 0.21cm }  --&gt;  &lt;/style&gt; &lt;p style="margin-bottom: 0cm;"&gt;&lt;span style="color:#4c4c4c;"&gt;&lt;i&gt;...&lt;br /&gt;'met een kleine dip in het heldere koude water, verandert direct je energie,' zei hij, nadat zijn gil die hoorde bij het ritueel, verstomd was. Dat gillen waren ze volkomen gewoon en niemand keek er nog van op.&lt;/i&gt; &lt;i&gt;'wat verandert er dan,' vroeg zij, 'wat was er eerst, wat is er daarna?'&lt;br /&gt;'tja..'&lt;br /&gt;ze lagen op de rots en keken naar de strakblauwe hemel.&lt;br /&gt;'contact?' opperde hij, 'contact met dat blauw en dit graniet en het geluid van het water..? het is in ieder geval genoeg voor een hele dag.'&lt;br /&gt;het blauw en het graniet en het water antwoordden niet en zij ook niet.&lt;br /&gt;tijd trok in alle rust voorbij.&lt;br /&gt;'maar hoe hou je dat dan vast terwijl je toch moet loslaten?' onderbrak ze de tijd.&lt;br /&gt;'wat?', vroeg hij simpel.&lt;br /&gt;'dat contact,' antwoordde ze, 'hou blijf je in contact, als je niet meer op je rug naar boven ligt te staren? hoe hou je die energie, terwijl we ook alles steeds moeten loslaten om niet in een kramp te leven?'&lt;br /&gt;haar stem klonk rustig maar was doordrongen van een grote ernst.&lt;br /&gt;'dat gaat vanzelf', zei hij eenvoudig.&lt;br /&gt;'als ik dieper probeer door te dringen in hoe het werkt, hoe het voor jou werkt, hoe jij dat werk doet, dan zeg je steeds vaker 'dat gaat vanzelf'. is dat niet grappig eigenlijk? je kunt dus niet zeggen, hoe het werkt.'&lt;br /&gt;'het gaat vanzelf,' zei hij gewoon nog eens.&lt;br /&gt;ze vond het niet grappig. ze worstelde.&lt;br /&gt;en weer zei hij 'tja...'&lt;br /&gt;'maar hoe moet je iets doen waarvan je echt niet weet hoe je het moet doen? of eh.. hoe gaat iets vanzelf als het niet vanzelf gaat?'&lt;/i&gt;&lt;br /&gt;&lt;i&gt;hij stond op.&lt;br /&gt;'bedoel je zoiets als: wat te maken heeft met Niet-doen, daar kun je ook niet over praten?'&lt;br /&gt;'precies dat,' besloot hij.&lt;br /&gt;hij pakte zijn kleren en maakte duidelijk aanstalten om aan het werk te gaan. &lt;/i&gt;&lt;br /&gt;&lt;i&gt;op dat moment besefte ze weer eens dat haar grootste les was haar gedachten te beheersen. ze vond nog altijd dat ze niet erg opschoot. ze kon nu de dag beginnen in mineur met de kans om door die stemming te worden opgegeten of zich oppeppen in het voornemen zich niet over te geven aan de heerschappij van de gedachtegangen. was er eigenlijk een verschil?&lt;br /&gt;toen hij wegliep viel er een tijdloze seconde waarin ze zich realiseerde dat alles werkelijk zo eenvoudig was dat het vanzelf ging. maar onmiddellijk sloot de seconde zich al weer, zodra de gedachte aan de seconde opdoemde en hoe alles vanzelf ging. hij sloot zich zodra ze bewoog. en ze dacht: ik denk het allemaal maar. alles is maar gedachten. of nee, alleen dít alles en dát alles zijn gedachten. het koel helder fris klinkend water is koel helder fris klinkend water... maar hoe moest ze nu aan het werk gaan?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;/i&gt;In een andere schets gaat het zo&lt;i&gt;:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;'met een kleine dip in het heldere koude water, verandert direct je energie,' zei hij, nadat zijn gil die hoorde bij het ritueel, verstomd was. dat gillen waren ze volkomen gewoon en niemand keek er nog van op.&lt;br /&gt;'wat verandert er dan,' vroeg zij 'wat was er eerst, wat is er daarna?'&lt;br /&gt;'tja..'&lt;br /&gt;ze lagen op de rots en ze keken naar de strakblauwe hemel.&lt;br /&gt;'contact?' opperde hij, 'contact met dat blauw en dit graniet en het geluid van het water..? het is in ieder geval genoeg voor een hele dag.'&lt;br /&gt;het blauw en het graniet en het water antwoordden niet en zij ook niet.&lt;br /&gt;tijd trok in alle rust voorbij.&lt;br /&gt;'maar hoe hou je dat dan vast terwijl je toch moet loslaten?' onderbrak ze de tijd.&lt;br /&gt;haar hand raakte zijn hand. vanzelf.&lt;br /&gt;lagen daar plots zijn vingers in haar palm.&lt;br /&gt;'dat contact,' dacht ze, 'hou blijf je in contact, als je niet meer op je rug naar boven ligt te staren? hoe hou je die energie, terwijl we ook alles steeds moeten loslaten om niet in een kramp te leven?'&lt;/i&gt;&lt;br /&gt;&lt;i&gt;ze wilde wel naar die handen maar dat was een hele weg. de vraag en de ernst. ze kende de kloof tussen dit willen en daar zijn. hoe de sprong over de kloof? hoe laat je los? daar was ze weer. daar wilde ze verder. daar moest ze heen. waartoe de hand, de palm en de vingers? er zaten veel te veel woorden in de weg. waar hou je je aan vast in een ravijn? ze wilde geen hele weg. ze begon te zoeken. het begon te razen in haar borst. ze vond een vlek. ze wilde geen vlek zijn. zag zichzelf als een vlek. ze zoekt haar hand. vlek. ze is twee. ze ligt uiteen. hand daar, zij hier. én ook daar. vlek. vloek. de kloof. waar is de brug over het ravijn? ze verlangt naar weg. ze wil ergens heen. heengaan. komen. ze wil gehaald worden. gezien zijn. opgetild. geklopt. op beide schouders. er liggen vingers in haar hand. een hand in haar palm. waar is de draad van hier naar daar?&lt;br /&gt;ze wil ín het plaatje zijn. ín de film spelen. niet meer praten. woorden maken alles twee. praten is óver. schrijven over. ze wil erin. doen. ze wil het zelf doen. ze wil gedaan hebben. ze wil ertoe doen. ze wil kleur zijn. gehoord, geluid zijn. klank, weerklank, lied. ze wil doorgronden, vergeten. niet vergeten worden. ze zal vergeten worden. niet nu. niet vervliegen. ze wil zich niet verschuilen. niet duiken. geen stralend verhaal. vergeten vragen. al dat verlangen dat verdwijnt. ze wil jagen op de maan en zich tussen de sterren terugvinden. &lt;/i&gt;&lt;br /&gt;&lt;i&gt;ze is de monoloog. de stotteraar. op de rand van de wereld zit ze. praat woordloos tegen strakblauwe lucht. hand in de palm. woorden weerkaatsen tegen haar eigen schedel. vingers in de hand.&lt;br /&gt;zo ziet Zon haar daar liggen. Zon zonder ogen. terwijl hij maar straalt. van wezenloos ver weg naar wezenloos dichtbij. stralend. stopt licht in haar lichaam. trekt water eruit. legt schaduw om haar heen. ze draait zich om om haar schaduw te zien in het volle gezicht. Zon warmt haar rug, de kuiten. Zon wil niets. Zon weet van geen zon. hij is voor haar, voor hem. zij zijn de onbezonnen speeltjes van licht en schaduw. Zon zal niet stoppen. haar buik verdwijnt in hete steen. de zon&lt;/i&gt; &lt;i&gt;is te vuur.&lt;br /&gt;een gil. de gil van zijn kleine dip in het heldere koude water.&lt;br /&gt;ze opent de ogen. tilt haar lichaam op.&lt;br /&gt;zit ze daar en staart in het water.&lt;br /&gt;tijd trekt voorbij.&lt;br /&gt;'er zitten minder schrijverkes op het water dit jaar', zegt ze.&lt;br /&gt;hij richt zich op&lt;/i&gt; &lt;i&gt;en uit zijn hand valt een brandende sigaret op het steen en rolt direct het snelstromend water in. hij lacht. zij ook.&lt;/i&gt; &lt;i&gt;&lt;br /&gt;staren samen in het water.&lt;br /&gt;'verdomd ja, veel minder schrijverkes ja'&lt;br /&gt;ze volgen het ene eenzame schrijvertje dat snelle, krachtige lijnen trekt over het oppervlak en een trillende schaduw werpt op de bodem van de stroom. ze zijn dol op de schrijvertjes. ze verschijnen uit het niets en dansen hun verhalen op het schitterend water.&lt;br /&gt;en zo kwam vanzelf het minnen binnen en zelfs het steen werd zacht. ze reisden naar de vlakte van wijdvertakte zintuigen. het zicht was er helder en zonder tijd. alles paste. het lichaam volmaakt, verdriet en vreugde, alles volmaakt. hij en zij verschilden ook al niet veel meer. de zon verdween achter de wolken. de hemel viel naar benee.&lt;br /&gt;alles loste op en alles bestond en loste op.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;en nog:&lt;br /&gt;hoe hou je vast terwijl je loslaat?&lt;/i&gt; &lt;/span&gt; &lt;/p&gt; &lt;span style="font-style: italic; color: rgb(51, 51, 51);"&gt;&lt;span style="color: rgb(51, 51, 255);"&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;/span&gt;&lt;span style="font-style: italic;"&gt;&lt;span style="color: rgb(51, 51, 255);"&gt;&lt;br /&gt;&lt;/span&gt;&lt;/span&gt;&lt;span style="font-style: italic;"&gt;&lt;span style="color: rgb(51, 51, 255);"&gt;&lt;/span&gt;&lt;/span&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-9096246238361184092?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/9096246238361184092/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/06/schetsen.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/9096246238361184092'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/9096246238361184092'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/06/schetsen.html' title='schetsen'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-7780584033593836755</id><published>2009-06-06T22:13:00.010+02:00</published><updated>2009-06-07T23:54:06.618+02:00</updated><title type='text'>alleen</title><content type='html'>Het maakt enorm veel uit of je op deze plek alleen bent of niet. Ik bedoel niet zonder de aanwezigheid van dieren (moge onze poes het eeuwig leven hebben..) of van geesten of andere (on)werkelijke wezens, ik bedoel: alleen zonder andere mensen. Dat maakt zo verschrikkelijk veel uit, dat je er wat van zou gaan denken. Ik denk daar dan ook wat van. En ik ben niet de enige. Veel mensen denken daar wat van. Dat uit zich dan in de vraag of ik hier ook alleen durf te zijn. Dat is me al vaak gevraagd. En dan zeg ik ja. Dan zeg ik dat ik het fijn vond toen ik hier nog vrij eenvoudig alleen kon gaan zitten, voor een paar weken of zo. Ik moet zelfs erkennen dat ik het soms mis om hier langer dan een dag of wat alleen te kunnen zijn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tony is hier al lang heel veel alleen.&lt;br /&gt;Sinds ik hem jaren geleden eindelijk en onomkeerbaar op het hart durfde drukken dat het allemaal wel genoeg was met ons en dat ie nu maar moest gaan, was hij dat onmiddellijk met me eens. Na nog een tijdje ijsberen en treuzelen en niets ondernemen, verschanste hij zich vervolgens in de kou van een of andere februari hier onder het nog tochtige dak om te zien waar zijn schip zou stranden en daar strandde het. Hij is nooit meer verder getrokken. Een van de directe en voor mij diepgaande gevolgen was dat ik mij dus niet meer terug kon trekken op deze zelfde plek. Ik was daarna veel alleen onder de mensen, hij onder de bomen en het tochtig dak. Niet onze kinderen maar onze molen werd enige tijd inzet van pijnlijke scheiding-schermutselingen. Maar dat is misschien een verhaal voor een andere keer...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Je kunt hier nog eens echt alleen zijn. Natuurlijk kun je je in Nederland in je huis opsluiten. Je kunt op sommige plekken vast ook een héle lange wandeling maken zonder iemand tegen te komen. Maar dagen, weken achtereen alleen zijn, zonder enige voorbijganger, zonder een televisie, zonder een vraag, een praatje, een koffie voor iemand zetten of afspreken hoe laat je zult opstaan. Hooguit één maal per week 'bonne journée' tegen de kassajuffrouw van de Super-U.&lt;br /&gt;In eenzaamheid zijn en niet vereenzamen. Dat is de uitdaging en het cadeau dat je hier krijgt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Natuurlijk was Tony hier in het begin veel eenzaam. Hij zat in het schip en de zee was wild en onbekend en een uitzicht had hij niet. Vòòr hij begon te bouwen en van zijn linkerhanden rechterhanden begon te maken, klom hij het eerste terras op, waar ooit de Cevenolse ouden hun kastanjes teelden en kapte zich er een weg doorheen en daarna een terras hoger en daarna nog één. Alsmaar verder en dieper het groen in, in de richting van de rivier die achter de onzichtbare wildgroei naar beneden bruiste. Hij ontdekte oude muren en muurtjes, ingenieuze trappetjes, prachtige ronde uitzichtpunten, het oude kanaal, een schuilhokje in het graniet, de gewoontes van planten en nieuwe stemmen.&lt;br /&gt;Ik begreep er niets van. Waarom gaat die man zijn dak niet repareren en isoleren, als hij vernikkelt op ijzig koude avonden en wintertenen kweekt bij de houtkachel, die hem daarna uit zijn slaap zouden houden? Waarom werkt hij zich in het zweet op het land dat de volgende lente en een paar flinke flottes verder gewoon weer volledig dichtgroeit? Ik geloof dat hij het zelf op dat moment ook niet begreep, maar zoals hij pleegt te zeggen 'a man 's got to do what a man 's got to do'.&lt;br /&gt;De bomen begonnen hem gerust te stellen, het water spoelde door hem heen, de wind blies zijn kop leeg en 's nachts kwam de zwarte reus steeds dichterbij en joeg hem de stuipen op het lijf.&lt;br /&gt;Hij kroop diep onder de dekens, maar het monster kwam terug. Hij nam zijn trommel en begon het beest van zich af te slaan en na lang trommelen week het wel een beetje, maar kwam even later net zo vrolijk terug. Hij begon te schreeuwen of te zingen, maar het bleef rondwaren. Tot hij er zo genoeg van kreeg, zo godvergeten goed genoeg, tot hij er nondedju fuck off geen zin meer in had om zich van de wap te laten brengen en alsmaar van alles te doen om van die ellendeling af te komen, dat hij er de brui aan gaf. Het ding verdween.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Af en toe had hij contact met valleibewoners, die hij kende uit de tijd dat we hier samen een jaar hadden gewoond. Dat was een jaar geweest waarin de magische natuur zich nooit zo sterk aan ons had laten kennen. We waren niet alleen geweest. We waren met elkaar en met onze zoon en hoezeer we ook bezig waren geweest met de omgeving, we waren ook zeer bezig met onszelf en met elkaar. De natuur kreeg niet die pure vat op ons. Pas in de eenzame dagen van Tony, toen hij met kettingzaag, bijl, knipschaar en hark tussen jaren- en jarenlang verlaten en voortgewoekerde bomen en struiken tekeerging, keek de natuur hem vol in het gezicht. De pijn van in de steek gelaten zijn door mij en door hem zelf, sloeg zich een soort weg door het struikgewas. Deze ervaring heeft hem zo geholpen dat hij tot op de dag van vandaag mensen uitnodigt om met en ook zonder hem de terrassen op te gaan om tegen wil en dank van zon, regen, voorjaarsdriften en overlevingskunst der natuurlijke gewassen..., de strijd aan te gaan met de varens, de bramen, de bolsters en de pijn en de eenzaamheid.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Niemand vroeg hem in die eerste dagen en maanden hoe de eenzaamheid hem viel. Niemand vroeg hem of ie niet gek werd daar boven 'au bout du vallée', daar bij die molen die de meesten niet eens wisten te vinden en waar niemand meer passeerde. Juist omdat niemand ernaar vroeg, kreeg de eenzaamheid zijn ware gewicht. Als we onze eenzaamheid vrij laten en ook vrij kunnen laten omdat niemand ertussen gaat zitten en zich er iets van aantrekt, weegt ze wat ze weegt. De monnik in de grot, de tovenaar in de verlatenheid van de bergen, Jezus in de woestijn. Oog in oog met de bestemming.&lt;br /&gt;Gelukkig werkte Tony heel hard zodat zijn armen sterk werden en zijn schouders onder dat gewicht niet bezweken. Hij kreeg de kans om zijn leven tot dan toe te recapituleren zonder bemoeienis van welk mens dan ook. Tussen de bomen en de weergoden begon hij langzaam maar zeker zijn harmonie met de natuur te herstellen. Hij begon zijn verbinding met de seizoenen, met de wereld voorbij tijd en taal, terug te vinden. Belangrijke en onbelangrijke dingen in zijn leven kregen meer de plek en proportie die erbij paste. Een nieuwe juistheid begon zijn vormloze vorm te vinden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Later begonnen mensen hem te vragen of hij niet gek werd daarboven, van al die eenzaamheid. Nee, hij werd er niet gek van of toch niet meer. Of het moest zijn dat hij samen was gaan vallen met die gekte. 'Eerlijk gezegd,' zegt hij op zulke vragen, 'ik voel me veilig en geborgen. Meer dan ooit hiervoor eigenlijk...'&lt;br /&gt;'Juist, een beetje gek is die man dus wel,' ziet hij veel mensen dan denken. En ze hebben geen ongelijk natuurlijk...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik ben hier nooit zo lang alleen geweest als hij, maar dat gevoel van geborgenheid dat volstrekt niet strookt met de eigen verwachting en met de gedachte aan vertoeven op een afgelegen plek als hier, dat ken ik goed. Het is het gevoel van een enorme ruimte om je heen die voor je zorgt. Er wordt voor ons gezorgd, hoe klein en paniekerig we ook mogen zijn, het universum zorgt voor ons. Meer dan een mens kan doen. Mensen om je heen ontnemen je snel die ervaring, ze doen je vergeten dat het universum onzegbaar veel groter en zorgzamer is. Je gaat denken dat die andere mens voor jou moet zorgen en jij voor die ander. Maar hoe waar en waardevol dat ook is, tenslotte is niets minder waar. Ik ken dat als een bijzondere en prachtige ervaring. Ze geeft een energie waar ik een hoop weer en wind mee kan doorstaan. Dat gaat voorbij aan het gevoel van eenzaamheid.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tony werd steeds vaker uitgenodigd op feestjes, er werden zelfs wel eens vrouwen met hunkering op hem afgestuurd, of zo leek het toch. Hij nam die dagen de uitnodigingen graag aan en ontmoette allerlei nieuwe boeiende en gecompliceerde mensen. Nog later liet hij vaker een feestje voorbijgaan. Al die mensen...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En ik? Ik zag hem terug na een flinke periode van gescheiden zijn en wat ik niet begreep begon ik heel langzaam toch te begrijpen. Tegen wil en dank. Tegen heug en meug. Tegen de berg op en tegen de stroom in.&lt;br /&gt;Ik heb weinig kansen om hier echt alleen te zijn, want Tony is hier niet meer weg te slaan. Maar er zijn vele wegen naar Tipperary, naar het land van Mu. Eenzaamheid kan zich vrij goed laten ontkennen en ze heeft vast ook goed begrepen dat ze taboe is in de wereld, maar tenslotte is ze onontkoombaar sterker dan wij. Een verlaten plek aan het eind van een vallei waar de wind giert en het water zingt, is niet de enige plaats om haar te ontmoeten en in het gezicht te zien. Zij is immers overal. Zolang wij mensen zijn. Ze kan onzichtbaar zijn, maar ze is overal. Zolang wij mens zijn.&lt;br /&gt;Misschien schrijf ik daarom.&lt;br /&gt;'Is dat niet eenzaam, dat schrijven?'&lt;br /&gt;Ja, dat is zelfs eenzaam, wanneer ik weet dat u mijn woorden straks zult lezen.&lt;br /&gt;Maar ik ben u dankbaar dat u mij niet stoort...&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-7780584033593836755?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/7780584033593836755/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/06/het-maakt-enorm-veel-uit-of-je-op-deze.html#comment-form' title='2 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/7780584033593836755'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/7780584033593836755'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/06/het-maakt-enorm-veel-uit-of-je-op-deze.html' title='alleen'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>2</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-7920405804896908817</id><published>2009-06-04T17:25:00.000+02:00</published><updated>2009-06-04T17:28:23.939+02:00</updated><title type='text'>zonder titel 2</title><content type='html'>zonder verval kan&lt;br /&gt;het water zijn weg niet gaan&lt;br /&gt;zo ken ik mijzelf&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-7920405804896908817?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/7920405804896908817/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/06/zonder-titel-2.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/7920405804896908817'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/7920405804896908817'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/06/zonder-titel-2.html' title='zonder titel 2'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-8707380922761776281</id><published>2009-06-01T12:17:00.007+02:00</published><updated>2009-06-02T19:59:48.732+02:00</updated><title type='text'>'ik heb er alleen maar lol in om je achterna te zitten'</title><content type='html'>Een paar dagen terug had ik het over stemmen die er 'niet zijn' en over wezens die we niet met gewone ogen kunnen zien.&lt;br /&gt;Ik ken vooral het zingen. Hele koren wonen er hier in het water. Soms is het gezang zo helder dat ik verschillende stemmen als sopranen of bassen onderscheid en zelfs de melodieën zou ik gemakkelijk kunnen meezingen. Natuurlijk speelt zich dat op een bepaalde manier in mijn hoofd af. Toch hebben Tony en ik vaker samen op een steen gezeten en hetzelfde gezang gehoord. Okay, hetzelfde in twee hoofden... Ik heb dan eenzelfde sensatie als wanneer ik al weet dat er mensen zullen verschijnen (en hier verschijnen zelden mensen), voor ik in staat ben om hen te horen of te zien. Ik kijk spontaan de kant op waar ze even later tevoorschijn komen, omdat ik blijkbaar hun aanwezigheid al voel. Mijn zintuigen rekken zich blijkbaar onopvallend op, als ik hier ben, ze scherpen zich, gaan grenzen over die ik in de stad nooit overga. Het klink natuurlijk overdreven, vaag en magisch enzo. Maar het is heel eenvoudig. Het verschijnt altijd heel eenvoudig als wat het is. Alle gedachten erover komen erna en daarmee kun je er van alles van maken. Maar als het gebeurt, gebeurt het gewoon. Juist als geen gedachte mij in beslag neemt. En het is altijd aangenaam.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De kleine kwikzilveren M., een volwassen vrouw maar licht en gevoelig als de hooiwagen voor mij op het raam terwijl ik schrijf, sliep eens in de blokhut op één van de terrassen boven op de helling. 's Ochtends verzuchtte ze dat ze eigenlijk een hel van een nacht had gehad. Hoe opgewonden en blij ze 's avonds&lt;span style="font-style: italic;"&gt; &lt;/span&gt;ook was omdat ze in het echte pikdonker zou slapen tussen alleen maar bomen en wind met ver weg het geluid van de waterval. Maar eenmaal onder de dekens was er meer dan het geluid van bruisend water. Het was niet&lt;span style="font-style: italic;"&gt; &lt;/span&gt;het grommen en knorren van de wilde zwijnen. Daarop was ze voorbereid. Het had heel anders geklonken. Ze had geen idee wat het was, maar het was er en het maakte stappen, grote en zware stappen rond de hut en het was dichtbij en angstaanjagend en echt waar en het moest wat van haar en slapen was het laatste wat ze kon. Urenlang had er een groot hijgend wezen om de hut geslopen en gestampt. Toen had het haar toegesproken, nee, toegeschreeuwd met woorden die ze niet wilde horen en daarna was het, of je het geloven wilt of niet, aan de deur beginnen te rammelen. Onder de deken voelde het geen greintje veiliger dan erboven. Het reusachtige zwarte wezen kwam op de een of andere manier binnen in het kleine hutje en ging op de rand van haar bed zitten. Het wilde haar zelfs aanraken. De angst had haar half opgegeten en ze was pas weer wat rustiger geworden toen de zon aan de horizon omhoogkroop.&lt;br /&gt;Ook deze keer zei Tony dat hij dat monster wel kende en dat het er allemaal om ging te leren niet bang te worden, omdat juist angst het voedsel van deze wezens is. Precies daar leven ze van. Prachtige gedachte, maar in het holst van de nacht, zwart, kil, wind, weg van de wereld... en zo'n écht-waar-wezen dat het op je gemunt heeft... Loslaten, ja, dat zal zeker de verlossing zijn, begin er maar aan...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik ben nooit beslopen in het hutje op de helling, hoeveel ik er vaak geslapen heb. Wakker liggen in angst is mij wel redelijk vertrouwd. De laatste keer dat er op mij gejaagd werd was op een klaarlichte middag. Ik weet niet meer wat er in mij aan de hand was voor ik op het bed terechtkwam. Ook weet ik niet meer wat er op het bed gebeurde vòòr mijn lichaam begon te schokken. Het werd gestuurd vanuit mijn lendenen. Ik dacht nog: zijn dit misschien mijn lurven? Word ik nu bij de lurven gegrepen? Wat onthouden wij mensen toch soms de meeste bizarre dingen en hoe gemakkelijk en snel vergeten we wat ons echt bezighield. Hoe dan ook slingerde mijn lichaam een gevecht in, mijn benen begonnen te 'rennen'  en mijn adem sloeg aan het hollen. Ik lag dus gewoon op bed. Ik moet eruit gezien hebben als een hond, die in zijn slaap plots kan gaan trillen en hijgen, met de tong uit zijn bek, terwijl de spieren in zijn poten trekken en hem de beweging geven alsof hij rent. Ik heb vroeger vaak de hond gadegeslagen terwijl hij zo op de planken vloer lag en ik heb altijd gedacht dat ie droomde van een goede boswandeling of de jacht op een konijn.&lt;br /&gt;Mijn stem in mij: 'Kom, weg, voort, vooruit, rennen, harder, nog harder, niet vallen, niet vliegen, maar hollen, zo hard je kunt..! Hollen!!'&lt;br /&gt;Het land is ruw, vol gaten en kluiten tussen klei en gras. Land, kilometers uitgestrekt rauw land. Ik zie mij hollen. Ik zie mij als een meisje op het rauwe land. Zij rent, struikelend maar met de tanden op elkaar. 'Naar de horizon!' hoort ze zeggen. Ze moet naar de horizon gaan, naar de zon die heel die einder vult. Als een immense gele poort zonder massa, enkel maar geel, kleur zonder vorm, steeds intenser en helser geel. Zo klein als het hollend hijgend meisje daar beneden, het meisje dat volkomen op mij lijkt, zo bijna huiveringwekkend groot die halve oprijzende zon. 'Het paradijs', zegt een stem, 'daar moet je heen, naar dat licht dat alles opslokt, ze noemen dat het paradijs, hoor je?' Ik hoor het, ik hoor het ze zeggen... ik moet nog harder, nog sneller gaan!&lt;br /&gt;Intussen ben ik al niet meer in die hollende benen en die hijgende longen, geen zwaaiende armen meer en verblindde ogen, ik ben de blik die alles ziet, hoe klein ik ook ben en hoeveel kleiner ik ook nog word. Ik ben de getuige die nergens is. Ik weet dat ik die getuige ben.&lt;br /&gt;Pas op! Daar is het gevaar! Het is zwart en strekt zich breed uit over de hele reikwijdte van de blik van het meisje. Ze durft niet te kijken, maar ze weet dat het zo is. Ze voelt hoe het achter haar aanrent, hoe het haar opjaagt. Het nadert bovendien. Het meisje gooit zich vooruit met al die ledematen en vliegende haren, rennend op alle adem die ik door mijn longen jaag, terwijl mijn lendenen schokken en mijn benen trillen... Dan draait ze toch haar hoofd om: het zwarte wezen is een ongeleid traag bewegende dikke doek van een onbeschrijflijke donkere massa, een soort rubberen vlees, met een taaie ondoordringbare huid. Ergens in heel dat zwaaiende en zwiepende zeil zitten heldere witte ogen, groot en priemend maar niet onvriendelijk en er is ook iets als een neus en een mond of een bek. In de breed uitwaaierende zwarte massa verdwijnt bijna dat gezicht, zo klein als het in verhouding is. Met onzichtbare poten of voeten jaagt het voort. Ik hoor niet dat het geluid maakt. Ik ben het hollend meisje en ik kan niet meer. Geen zon komt dichterbij, wat ik ook ren en alle schaduw van die jager achter mij valt over mij heen. Ik hou het niet vol. Ik zal verliezen. Ik ga het nooit halen. Ik kan niet ontsnappen. Ik ben op. Ik geef het over.&lt;br /&gt;Ze stort in het gras en laat alles gebeuren. Uitgeput. Er is zelfs geen angst meer.&lt;br /&gt;En dan springt er niets boven op haar en niets rijt haar lichaam aan stukken. Ze hoort alleen een duidelijke stem, terwijl ze in het platte zwarte gezicht kijkt, dat nu plots verschijnt als een onnozel grappig dier in een cartoon:&lt;br /&gt;'ik heb er alleen maar lol in om je achterna te zitten.'&lt;br /&gt;Zei hij dat echt? Hij zei het echt. Een doodleuk antwoord op een vraag die ik niet stelde, maar die er toch was. Ik kijk op naar de zon en zie dat deze zijn vertrouwde dagelijkse zonnemaat in het hemelruim weer heeft ingenomen. Weg paradijs, weg hel van een achtervolgend monster.&lt;br /&gt;Als mijn ogen weer open zijn, mijn adem weer rustig, het bed gewoon het bed, voel ik mij licht en goed.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn kinderdroom over een leeg kasteel en de jacht van de draak op mij door zoveel zalen zonder kans op ontsnapping, leeft dus nog altijd ergens in mij. Als kind werd ik gered door wakker te worden, wat tenslotte geen redding bleek te zijn. Toen ik 33 was, schreef ik een persoonlijke,  voor mijzelf 'verlichtende' toneelversie van 'het meisje en het beest', het bekende sprookje over dat mooie meisje dat voor de opdracht staat een monster dat haar trouwen wil, te ontmaskeren. Toen was het monster de man en het mannelijke. Zij bevrijdde zich uit zijn greep door 'ja' te zeggen.&lt;br /&gt;Nu heeft de donkere kant van het leven een andere vorm gekregen. De absolute zekerheid dat ik alleen ben en met lege handen sta. De ontembare angst dat dat niet genoeg is, niet goed genoeg, dat ik niet genoeg ben, niet goed genoeg.&lt;br /&gt;Het angstwekkend voortjagend levend 'ding' houdt zich in mijn directe omgeving op. Het is  waarachtiger en reëeler dan ooit tevoren. Een soort van dichtbij. Ik ben erin én er getuige van. Meer nog: ik zie hoe ik mijzelf in het verhaal zie.&lt;br /&gt;Ik denk dat ik dát ben: het oog dat gefascineerd en geïnspireerd is bij het zien en ervaren van het verhaal. Het verhaal zit in mijn lichaam, het komt uit mijn lichaam.&lt;br /&gt;We kunnen wakker zijn bij heldere hemel of duistere nacht, we kunnen dromen of een trip maken, we kunnen het ook herkennen in sprookjes en in mythen. Of we ervaren het als 'gewoon' werkelijkheid. Magische werkelijkheid weliswaar, maar daarom niet minder werkelijk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Klassieke tovenaars, meesters van zekere tradities, noemen de zwarte jagers (er schijnen ook andere verschijningen en geesten dan 'zwarte jagers' te zijn) 'anorganische wezens'. Ze leven in een andere laag van de werkelijkheid, zeggen zij en we kunnen ze alleen met andere ogen waarnemen. Tovenaars kijken naar de bewegingen van mensen als bewegingen van energie. Zij kunnen dat zien en ze hebben er een beschrijving voor.&lt;br /&gt;Als we kijken volgens de psychologie zijn de achtervolgers in onze (dag)dromen en wakkere nachten de uitdrukking van onze angst, een vorm waarin onze angst zich laat kennen.&lt;br /&gt;Ik begrijp dat die oude meesters die anorganische wezens niet een uitdrukking noemen van onze angst, maar ze meer een eigen bestaan toedichten. Ze benadrukken dat ze ons opzoeken om zich te voeden met onze energie. Langs de angst vinden ze een gemakkelijk kanaal. Zo zitten ze ons graag op de hielen en houden zichzelf daarmee in leven. Dat dat gewoon hun aard is, zeggen de oude meesters en dat die wezens niet anders kunnen zijn dan wat ze zijn.&lt;br /&gt;Het goede nieuws dat we erbij krijgen, is dat ze zich altijd op de een of andere manier verraden. Ze vertellen ons, of ze willen of niet, hoe ongevaarlijk ze feitelijk zijn. Dat willen ze vast liever niet vertellen, lijkt mij zo, want het prijsgeven van hun geheim betekent algauw hun verdwijning, als de krachten tegenover hen tenminste groot genoeg zijn. Dat wil dus zeggen: als wij sterk genoeg zijn. Sterk genoeg om ons niet de hel in te laten jagen. Naar het schijnt geven ze ons altijd in een of andere taal de boodschap door hoe we van hun angstaanjagerij verlost kunnen worden: als wij niet langer bang zijn, kunnen zij nergens meer van leven.  Ze lossen op. Het zou de Heerser van het Universum zijn die hen deze spelregel heeft opgelegd: zolang je het teken meedraagt waardoor je 'overwinnelijk' bent, mag je spelen door de mensen in de hoek van zichzelf te drijven. Spelen dus om ons te helpen onze angsten te overwinnen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is allemaal maar een manier van zeggen. Een mooie manier van zeggen, als je het mij vraagt. Ik kan ermee mijn kinderdroom beschouwen, mijn geliefd sprookje hanteren en mijn trillend lichaam op het bed. En ik word ontslagen van het gevoel dat ik 'het allemaal zelf creëer', wat mij steeds weer extra verlamt, ook al weet ik dat ik wel degelijk de eindverantwoordelijke van mijn ervaringen ben.&lt;br /&gt;Allemaal maar een manier van zeggen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Over Boeddha hoorde ik het verhaal van die monniken die hij het bos in stuurde en die piepend en jankend terugkwamen omdat er zoveel geesten hen klaaglijk en angstaanjagend lastig vielen in hun meditatie. Ze renden ervoor weg en vroegen hun meester om die engerds voor hen weg te jagen of hen in godsnaam naar een andere rustigere plek te sturen om hun beoefening te doen. Jammer maar helaas. Angstaanjagende wezen waren niet te ontlopen, zei de meester. Heet hen daarom welkom en gun hen een plaats onder de zon. Ingerukt.. mars!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wanneer ik weer bang zal zijn, achternagezeten door wie dan ook of gewoon ogenschijnlijk doodkalm bang, dan zal ik me misschien herinneren dat ik het beste 'kom maar binnen' kan zeggen, maar er is een even grote kans dat ik voor ik het weet in die emotie gevangen zit en mij totaal niets herinner.&lt;br /&gt;Mocht ik toch helder genoeg blijven, dan moet ik maar hopen dat ik zomaar plotseling zou weten HOE ik in godesnaam 'kom maar binnen, kopje thee..?' uit mijn toegeknepen keel moet krijgen.&lt;br /&gt;Desalniettemin is het al heel wat om te weten dat het verschil tussen dromen, sprookjes en werkelijkheid niet bestaat.&lt;br /&gt;Ach.&lt;br /&gt;Altijd al gedacht eigenlijk...&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-8707380922761776281?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/8707380922761776281/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/06/ik-heb-er-alleen-maar-lol-in-om-je.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/8707380922761776281'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/8707380922761776281'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/06/ik-heb-er-alleen-maar-lol-in-om-je.html' title='&apos;ik heb er alleen maar lol in om je achterna te zitten&apos;'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-6304456198041319825</id><published>2009-05-27T23:11:00.000+02:00</published><updated>2009-05-28T13:24:38.974+02:00</updated><title type='text'>ook de dood zit in een klein hoekje</title><content type='html'>Hij ligt op een hoekje van het vloerkleed, een koude 'grote groene'. Groot is hij niet meer. Hooguit 15 centimeter. In volle lengte kan hij 40-50 centimeter zijn. Hij moet in zijn doodsstrijd zijn staart hebben afgeworpen, want dat doen smaragdhagedissen als ze worden aangevallen en zijn dood heeft zijn lichaam nog verder doen krimpen. Het zal verdomme weer eens niet waar zijn: onze poes Teetje heeft zich weer uitgeleefd. De poes als wild, de poes als tijger... Was het hier niet wild...? Wilden wij geen wild...?&lt;br /&gt;Maar verdomme godverdomme waarom een 'grote groene'? Bovendien is het nog maar mei en dit is bepaald niet het eerste lijk in de keuken. Instinct of niet, we moeten toch altijd even op haar schelden. Dat het een rotstreek is, dat het niet nodig is, dat ze zich tegenover ons niet hoeft te bewijzen en dat we haar eten genoeg geven! Die verwijten neemt ze wonder boven wonder nog in ontvangst ook, al pakt direct erop de onbedwingbare en ondoordringbare jagersaard het weer over en kachelt ze doodrustig de deur uit om lekker in het zonnetje op de rug rond te rollen op de ruwe terrasvloer en daarna te zien waarvandaan en wanneer een volgende frisse hagedis langskomt... Of een muisje. Een vogeltje mag ook. De krekels zijn er immers nog niet... Er zal geen splinter twijfel in haar opgloeien en ze zal weer hetzelfde spel spelen als in het laatste gevecht van de 'grote groene', als dezelfde dartele jonge griet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op de kop van de hagedis die donkerder is dan zijn helgroene lichaam maar onder de kin eerder blauw dan groen, zit al een vlieg en mieren lijken zijn bek te willen binnenkruipen. Alsof ze hem vrijwillig tot eten willen dienen om hem terug te halen uit zijn dood. Jammer maar helaas. Maar waarschijnlijk zien ze in zijn lichaam gewoon een reusachtige buit, veel te groot om mee te nemen naar hun nest. Ook jammer maar helaas.&lt;br /&gt;Poes is poes, dood is dood.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik leg de moten vis in de grillpan en bedenk me dat doodgaan voor ons mensen minstens even ver verwijderd is geraakt van een naakte verhouding tot de natuur als ons leven. Er is me eens aangeraden om na te gaan waar hier rond het huis een helikopter kan landen, voor het geval mijn hart serieus in de mist belandt, waar het immers aanleg voor heeft...&lt;br /&gt;Tja..&lt;br /&gt;Ik kan er niet toe komen.&lt;br /&gt;Ik weet dat ik nooit tot zoiets zal komen.&lt;br /&gt;Want ik wil daar helemaal niet toe komen.&lt;br /&gt;Mocht ik ooit ter aarde storten ergens boven op een vriendelijk terras tussen kastanjebomen en varens dan zal ik, als alles meezit, gered worden en als het niet meezit verdwijn ik naar de andere kant. Ik geloof dat ik banger ben voor de medische machinerie die mijn leven kunstmatig zou oprekken tot het uiterste, dan voor een dood 'sous le ciel Cevenol'.&lt;br /&gt;Stoere praat? Misschien. Maar dat is niet van belang. Ik aanvaard dat de dood uiteindelijk zal komen, uit welk hoekje dan ook.&lt;br /&gt;O jwel, ik kan me soms heus zorgen maken om Tony, als hij hier alleen is en overal en nergens aan het werk, met machines, vermoeid en wel, zonder een portable op zak. Achter iedere boom kan een tijger wonen, een tijger met honger of met zin om te spelen. Maar Tony's geloof in de Voorzienigheid is nog sterker dan het mijne. En dan is daar nog zijn geloof in oplettendheid, geduld, bereidheid, nederigheid, wilskracht, vertrouwen. Er wordt aan het leven gewerkt. We zijn nog niet zomaar dood.&lt;br /&gt;Ook de 'grote groene' zal niet 'zomaar' zijn doodgegaan. Wie zou ik zijn om er enig idee van te hebben waarom dan toch. Hoewel het ook best mogelijk is dat we tenslotte allemaal 'zomaar' doodgaan. Zomaar op een dag en zomaar in een klein hoekje van het grote bos en van het universum. Best mogelijk.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-6304456198041319825?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/6304456198041319825/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/05/ook-de-dood-zit-in-een-klein-hoekje.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/6304456198041319825'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/6304456198041319825'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/05/ook-de-dood-zit-in-een-klein-hoekje.html' title='ook de dood zit in een klein hoekje'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-4671370022832288629</id><published>2009-05-25T17:35:00.000+02:00</published><updated>2009-05-27T23:10:44.133+02:00</updated><title type='text'>stemmen en tekenen</title><content type='html'>Op de markt ontmoeten we na een hele tijd onze Belgische vallei-genoten weer. J. en I. hebben hier een paar jaar voltijds gewoond, maar het brood en de plank heeft ze terug naar het vaderland geduwd en Frankrijk is weer vakantieland geworden. Hun huis puilt nu uit van het werk, de grassen en groenen overwoekeren rap zowat alles om hen heen, de kersen vallen overrijp uit de boom. I. heeft een baan waar de stress harder groeit dan de crisis en J. werkt als illustrator en striptekenaar. Na die paar jaar zonder opdrachtgevers trekt zijn markt weer aan en is hij opnieuw meer aan het werk dan hem eigenlijk lief is. En werk betekent dan achter een bureau zitten en kleine fijne tekeningen maken. In de jaren hier had hij geen tijd, geen aspiratie voor dat werk. Hij had de handen vol aan leven en overleven tussen weer en wind en daar hoefde niet verder over nagedacht. O jawel, J. is wel een nadenker, hij is een gevoelig mens, kent zeker diepe gronden, maar in het leven hier, samen met zijn vrouw, waren er nooit de Grote Vragen die gaapten of hem plat legden.&lt;br /&gt;Zijn vrouw moest terug voor de baas en zo ging ook hij terug naar de stad en alles zette zich weer een beetje zoals vroeger, behalve dat de behoefte aan terug naar weer en wind groter was dan ooit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;'Waarom kom je niet af en toe een tijdje alleen hier wonen?' vraagt Tony hem.&lt;br /&gt;'Ik zou hier wel een tijd alleen kunnen blijven,' zegt hij, 'maar hier alleen zitten... Ik vind dat... Weet je, na twee weken ga ik stemmen horen en muziek, in de wind en in het water. Ik word daar dan op bepaalde uren door overvallen. Eigenlijk word ik dan ineens.. ja, depressief gewoon. Ik begin dingen te zien die ik niet wil zien. Dingen die er niet zijn. En dan wil ik er ook zelf niet meer zijn.'&lt;br /&gt;Even is het stil en dan zegt Tony: 'Ik herken helemaal wat je zegt. Je zegt het heel mooi en simpel eigenlijk. Je bent alleen en ja, je begint stemmen te horen en dingen te zien. En bang te worden. Dat hebben we allemaal. Dat hoort erbij. Het is hard en het duurt een tijd, maar als je blijft... toen ik hier in het begin woonde en een tijd heel veel alleen was en me niet al te erg op stang liet jagen, toen werd het ruimer. Het veranderde. Het werd een inspiratie. Volgens mij gaat het om onze verloren verbinding met een andere werkelijkheid die wij mensen heel vroeger wel hadden maar nu niet meer hebben.'&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er ontspint zich een begeesterd gesprek over de eenvoudige en wilde mens van vroeger, die we primitief noemen. Hoe hij één was met de natuur, zíjn natuur, waarvan en waarin en waarmee hij leefde als met zijn broekzak. Natuurlijk spraken de bomen en de wind, natuurlijk zag hij de schaduwen vóór hem uit gaan of achter hem volgen. De natuur was een levend wezen dat zich dag na dag aan hem kenbaar maakte en die hij vòòr alles moest dienen om in leven te blijven. Het gaf hem eten en drinken en alles om zich in veiligheid te brengen tegen gevaren.&lt;br /&gt;Maar die hele natuur was ook en tegelijkertijd een magische werkelijkheid die voor hem vanzelfsprekend was. Zijn geestelijke en spirituele leven werd erdoor gevormd en erin gereflecteerd. Wat met het derde oog werd gezien was even werkelijk als wat hij met zijn 'gewone' twee ogen zag en zo moeten ook zijn oren en de andere zintuigen hebben geleefd.&lt;br /&gt;Het is wat wij van kleine kinderen kennen. Een kind is immers eigenlijk een snelle en compacte vorm van de primitieve mens. Ook zij leven in die magische wereld, waarin ze met merels en mieren praten, hun dromen even echt zijn als 'het echt' en ze maar al te goed weten dat ook een steen een ziel heeft. Na een paar jaar houdt dat op en zeggen we dat ze natuurlijkerwijs verstandig geworden zijn...  Vanaf dat moment gaan we die magische realiteit ontkennen en vergeten en dan worden we bang van stemmen in het water of wezens die rond ons huis lijken te sluipen.&lt;br /&gt;Geluiden en visioenen van een andere aard dan die we gewend zijn, moeten vanzelfsprekend deel geweest zijn van het leven van die 'primitieve' mens, van zijn geluk en zijn ongeluk tussen geboorte en dood. Dat was niets om bang voor te zijn. Misschien zelfs integendeel?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik heb sterk het gevoel dat we er met het gemis van de magische wereld vooral een stuk eenzamer op geworden zijn. En juist als we dan alleen zijn in een weidse wilde natuur, begint er iets te werken om die verloren verbinding weer te herstellen. En dan worden we bang.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;'Ik zie aan de poes,' zegt J., 'dat alles hier feitelijk goed is. In België is hij niet te genieten. Toen we hier met hem woonden was het okay, maar in België is hij alleen maar lusteloos en chagrijnig. Een beest van niks. Hij stapt hier na een vreselijk ellendige reis - die kan dus echt 1000 km lang mauwen hè -  uit zijn mandje en vindt onmiddellijk alles wat ie nodig heeft, helemaal in zijn element. Thuis. Klaar. Alles is hier goed, gewoon goed. Daar sta ik dan naar te kijken en ik realiseer me dat dat voor mij eigenlijk precies hetzelfde is. Ik ben hier en het is goed. Ik werk hier veel, maar ik heb nooit het gevoel dat ik werk. Ik doe gewoon wat ik moet doen. In België is alles een opgaaf en ik ben er niet helemaal bij, werk is de hele tijd werk en feitelijk zwaar. Van het een komt het ander en je doet het, maar waarom eigenlijk?&lt;span style="font-style: italic;"&gt; &lt;/span&gt;Ik raak in een soort slaap. Snap je?'&lt;br /&gt;Of we dat snappen?&lt;br /&gt;'Het hele jaar tekenen,' vervolgt hij, 'altijd maar achter mijn tafel, dat is raar. Dat is eigenlijk heel raar. Zoiets doe je in de winter als je bij de kachel zit. Om te rusten van al dat werk op het land, waar je in de winter even niets kan doen. De Zwitsers gingen hun bekende precieze werkje doen bij de haard in de winter, als ze het land natuurlijkerwijs moesten laten rusten. Toen ze zich na een tijdje gingen vervelen, begonnen ze te prutsen met radertjes en wijzertjes. Daar zijn ze dus de beste klokkenmakers door geworden. Ze doodden er de tijd mee. Ze kregen er plezier in. Dat voelt logisch, zoiets. Dat klopt wel. Ik zou bij de haard een beetje tekeningetjes maken, een verhaal vertellen, plezier hebben, perfectioneren. Om weer naar buiten te gaan zodra de dooi inzet en het land erom vraagt.'&lt;br /&gt;En zo belandde ook J. bij die mens van heel lang geleden...&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Plots herinnert Tony zich de olifant op onze rots. De watermolen waarin we wonen is ooit gebouwd aan een enorme rots, type twee meter hoog, vier meter breed en nog een paar meter de diepte in. Met recht een rots dus. Dat stond daar een meter of tien van de stroom van het riviertje de Thines en dat ging niet van zijn plek raken. Zoveel moet zeker zijn geweest. En met deze rots was er al een muur om op voort te bouwen. Die ouden waren bepaald niet stom. Dat was het begin van ons huis. In de woonkeuken - oorspronkelijk de ruimte waar het rad in stond dat door het binnengeleid water in beweging werd gebracht om de molenstenen die boven stonden te laten draaien - wordt één van de muren dus voor 80% gevormd door deze rots. Daar af en toe met je volle rug tegenaan staan geeft je weer even volle kracht van deze granieten aarde in je donder. We kijken dagelijks tegen deze rotsmuur aan, tegen heel dat spel van grijzen en golven, want mooi vlak is ze natuurlijk niet. Ze is als een goed gevulde buik. Op een dag ontdekte Tony plotseling dat er ergens in die granieten beweging van de rots een olifantje getekend was, met de lijnen in het steen mee. Een grappig klein dier van zwart krijt. Hoe was dat beest daar terechtgekomen? Hij toonde het aan P., onze vriend en bouwer uit de vallei, die met periodes intensief meewerkt aan het steeds beter bewoonbaar maken en uitbreiden van deze oude plek hier.&lt;br /&gt;'Dat heb ík gedaan,' gaf hij lachend toe. 'Ik verveelde me toen jij er niet was en het regende en ik wachtte tot het weer ophield. Ik wou niet naar huis gaan, dus zat ik hier een paar uurtjes binnen. Ik zat wat naar die rots te kijken. Ineens zag ik die olifant en die liet me niet meer los. Toen heb ik hem maar getekend.' Hij heeft er duidelijk plezier in. P. en tekenen is niet de eerste combinatie die in je opkomt als je hem kent en aan het werk ziet. Maar zijn olifant staat op de rots.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Misschien was en is het tekenen van olifanten, het maken van horloges of het ontwerpen van strips behalve een aangename manier om regen- en ijzige tijd te doden, ook wel een heel natuurlijke weg om te communiceren met de magische werkelijkheid?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;J. zwijgt. Het verlangen naar het terugvinden van de oorspronkelijke harmonie met de magische wereld lijkt zich onomkeerbaar in hem geworteld te hebben. Hij is niet gek. Er is een reden voor de angst om hier alleen te zijn. En er is een manier om daaraan voorbij te komen.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-4671370022832288629?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/4671370022832288629/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/05/stemmen-en-een-tekening.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/4671370022832288629'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/4671370022832288629'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/05/stemmen-en-een-tekening.html' title='stemmen en tekenen'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-1292162561951854097</id><published>2009-05-22T15:12:00.000+02:00</published><updated>2009-05-25T17:34:53.431+02:00</updated><title type='text'>armen</title><content type='html'>Als mijn vriendin T. komt, vliegen we elkaar om de nek en gillen daar heel hard bij. Daarna duik ik de keuken in en zij begint meteen rond te banjeren, met net iets te grote stappen voor haar postuur, om de hele plek weer even te zien en over alles wat nieuw is ook nog een bewonderende blije gil te slaken. Als we aan tafel gaan, schept ze iedereen op als een moeder van een groot gezin (kinderen heeft T. niet), begint al te roepen over het eten vòòr haar eerste hap en is daarna stil om snuivend en grommend van haar portie te genieten. Zij is niet zozeer zen omdat ze Japanse is, maar omdat ze eet als ze eet. Na het eten komt het praten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;'Amma', zegt ze, 'Amma, die vrouw met de duizend armen... Ik ging met iemand mee, een echte fan, ik moest dat ervaren. Okay, ik mee. Er waren duizenden mensen en die vrouw zat daar dus en iedereen was vriendelijk, happy, licht. Dat was aangenaam. Je zit daar uren en uren te wachten, voor je aan de beurt bent om omhelsd te worden, maar dat is niet erg, als iedereen vriendelijk, happy en licht is, dus je kunt daar gerust een dag wachten. En dan is het een keer zover: ze sluit jou in haar armen. Mmmm, mama Amma. Okay, ja, dat is ook aangenaam. 10 Seconden, 15 seconden... Maar toen begreep ik het pas: ze geeft je niet wat je denkt dat ze geeft, als je die duizenden langs haar ziet gaan en ziet huilen of glimmen als zij haar armen weer terugneemt. Ze geeft je de boodschap van het geven. Dat is het. Ineens snapte ik waarom het niet werkt, die hele beweging rond de Big Mama Amma: de mensen nemen, ze begrijpen niet dat het gaat om het geven. Ze zegt: geef! Maar die mensen zeggen 'dankjewel' en zuigen de energie die ze gevoeld hebben naar binnen... slurp, mmmm.., slik en weg! Ze consumeren het gewoon.'&lt;br /&gt;Ik zie mijn vader voor me die vroeger het stuk schenkel uit de huisgemaakte soep in zijn bord kreeg en daar met één krachtige, gelukzalige slurp dat zoute merg uitzoog. Ik begreep nooit zo goed wat daar nou lekker aan was.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik heb Amma nooit gezien, ben nooit door haar omhelsd. Maar wie wil er niet omhelsd? Willen we niet allemaal geliefd, bemind, erkend, bewonderd? Ik kan ook wel eens een moord begaan voor iemand die me zegt dat ik goed ben. Ik weet uit ervaring hoe je effectief moet bedelen. Sommigen nemen zelfs geen genoegen met 'goed', ze willen 'beter' of 'de beste' zijn. We kunnen er geen genoeg van krijgen. We shoppen van de ene liefhebbende traditie naar de andere warme, helpende hand.&lt;br /&gt;Het is daarom dat ik aardige, alleen maar overdadig aardige meesters of lesgevers ben gaan wantrouwen. Ze zijn niet goed voor me. Als ik dit zeg voel ik me ondankbaar en waarom-weer-zo-kritisch, maar het punt is gewoon: vòòr ik het weet wil ik me ook in zo'n deken wikkelen, in begripvolle handen leggen, door mooie ogen gekoesterd. Het is niet goed voor me.  Ik zou meer willen en me dan weer zo eenzaam voelen en dan nog meer willen en opnieuw zo eenzaam... Natuurlijk. Mmmm, mama... De meesten van ons gedragen zich als een bodemloze put. Ik wil niet dat dit waar is, maar duizenden komen op zo'n dag samen rond Amma, die zich met één en al liefde in de bodemloze put stort. Ik denk en ik neem graag aan dat zij, door dat met grote overgave jarenlang te doen, dichtbij het licht is. Maar de omhelsden?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik geloof dat de kou zijn plaats moet hebben naast de warmte. De weg is nou eenmaal hard en meedogenloos. We zijn eenzaam, ja, we zijn nu eenmaal eenzaam. Erg menselijk. Daar valt simpelweg niet aan te tornen. De weg, vraagt u? Die naar het Land van Mu, bedoel ik. Waar 'hier' en 'daar' hetzelfde is, 'binnen' en 'buiten', 'goed' en 'slecht'. Zo boven, zo beneden. Ik zeg er beter niets over. Met zoveel woorden, bedoel ik. Nu al direct ja. Er valt gewoon alles en niks aan uit te leggen. Ik kies voor het niks, als u het niet erg vindt. En bovendien, ik zeg er de hele tijd al van alles over, ik doe niets anders. Dacht ik toch. Het is hard werken, die weg naar het Land van Mu...&lt;br /&gt;Natuurlijk, het zou aardig zijn als die weg zacht voor ons was. Dat ze begreep hoe moeilijk het is om onze gewoontes te doorbreken, discipline te leren, ons flexibel en los te houden van welke overtuiging dan ook. Allemaal noodzakelijkheden om een klein beetje op te schuiven, een ietsje vooruit te komen op de overtocht. Ik wil liefst dat ze héél warm voor me is en vol begrip, kortom een ware mama. Maar zo is de weg niet. Ik zal niet zeggen dat ze doodloopt, maar die naar Mu is in ieder geval onontkoombaar niet warm. Als we steeds in armen vluchten, versterken we onze hunkerende put en daar worden we op den duur vooral moe en eenzaam van.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als mijn vriendin T. vertrekt, omhelzen we elkaar, zonder te gillen.  We pakken elkaar stevig vast en grommen dan een soort langgerekt 'mmmmmmmmm...' en dan kunnen we er weer even tegen. Waarschijnlijk gaat het allemaal daarom: elkaar van tijd tot tijd stevig embrasseren om er weer even tegen te kunnen.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-1292162561951854097?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/1292162561951854097/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/05/armen.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/1292162561951854097'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/1292162561951854097'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/05/armen.html' title='armen'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-8311718036663405101</id><published>2009-05-21T12:02:00.000+02:00</published><updated>2009-05-27T16:39:13.081+02:00</updated><title type='text'>beestachtig begin</title><content type='html'>Vannacht heeft mij een mol bezocht. Ik sliep. Hij (of zij natuurlijk..) liet een hoop achter juist naast de eerste leisteen onder het kleine trapje voor mijn deur. Verse losgewoelde donkere aarde.&lt;br /&gt;Toen Tony deze ochtend de molendeur opende, verwachtte hij een slang te zien. Zomaar. Aan de andere kant van het terras, dacht hij. Geen slang aan die kant van het terras te bekennen. Toen hij een uurtje later naar boven liep over de trap van stammetjes en aarde, de verwachtte slang allang vergeten, trapte hij er bijna op: een dikke zwartgroene van zeker 80 centimeter lengte. In onbeweeglijkheid zijn slangen kampioen. Heel rustig. Maar als zo'n dier ineens begint te glijden met fijne glinsterend oplichtende spikkels op de huid laten ze je toch altijd een beetje schrikken. Hoewel dit geen adder is en dus niet giftig is, zit de oerangst voor slangen nog ergens in de genen. Maar het beest is prachtig, sterk en sierlijk. Langzaam glijdt hij (of zij natuurlijk...) om de betonnen pilaar onder het terras rond de cabane en verdwijnt tussen het gras onder een blok graniet. 'Ik dacht dat ze meer beneden woonde,' zegt Tony, 'daar had ik haar al eens gezien. Ze is of iemand anders of ze is verhuisd...'.&lt;br /&gt;Als ik daarna de was ophang zie ik 'met mijn ogen in mijn achterhoofd' een grote hagedis wegschieten. 'Grote groene' heet ze bij ons (of hij natuurlijk...). De smaragd uit de reptielenfamilie.&lt;br /&gt;Terwijl ik hier aan mijn tafel zit, vlinderen twee bruintjes met een zwart oog op de voorvleugels en twee-en-een-halve kleine oogjes achterop om elkaar en mij heen langs de warme ruiten. De een een tikje groter dan de ander. Hij en zij?&lt;br /&gt;De dag nog maar net begonnen en al hoop gehad, verwachting, verrassing, gespannen stilte, lichte schrik, bewondering en speelse vreugde.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-8311718036663405101?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/8311718036663405101/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/05/de-affaire-van-fellini.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/8311718036663405101'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/8311718036663405101'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/05/de-affaire-van-fellini.html' title='beestachtig begin'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-4971419634792868812</id><published>2009-05-19T21:56:00.000+02:00</published><updated>2009-05-19T22:01:53.295+02:00</updated><title type='text'>geen titel</title><content type='html'>de schemervogels&lt;br /&gt;onttrekken zich aan het oog&lt;br /&gt;te meer hoort ons oor&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-4971419634792868812?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/4971419634792868812/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/05/geen-titel.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/4971419634792868812'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/4971419634792868812'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/05/geen-titel.html' title='geen titel'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-7878691796436060749</id><published>2009-05-18T10:56:00.000+02:00</published><updated>2009-05-20T01:29:34.474+02:00</updated><title type='text'>vuur</title><content type='html'>Er is hier altijd vuur. 's Winters in de kachel, in de zomer de zon en van najaar tot voorjaar mag je 'bruleren', branden. Als je een jaar rond niet snoeit, geen bremstruiken wegwerkt langs je pad naar huis of bramen die vanaf de hellingen oprukken om je trappen en terrassen te overwoekeren, de varens niet uitroeit, liefst met het minst schadelijke spul uit een fles, dat heerlijk helder oprukkend gras en al dat prachtig kruid niet roekeloos wegmaait met die treiterig jagende bosmaaier, als je de kastanjebomen niet een beetje in toom houdt en oud en dood hout (erfenis van verschillende kastanjeziektes in het verleden) naar beneden haalt vòòr er hele of halve spookbomen met geweld bij storm of zelfs minder naar beneden storten, als je sowieso niet kapt en kortwiekt, ben je hier in geen tijd overwoekert door de natuur. Zo eenvoudig is het. Zo eenvoudig is de natuur. Ze groeit bij het leven. Het is nauwelijks bij te benen.&lt;br /&gt;Maar dan is er vuur! Als de wind gaat liggen - wat moeten we toch altijd weer lang wachten voor die verdomde gekmakende wind eens een beetje gaat liggen - bellen we de brandweer om ons te melden. Dan beginnen we klein met wat verdroogde brem, dat vlam vat als de hel. Mijn hart springt op! Vuur is het domein van de vrouwen. Een open plek, een cirkel van stenen, waarbinnen ik de vuurhaard langzaam en met beleid laat groeien. Ik sleep vanuit verschillende stapels ingeklonken takken, bladeren, bolsters en blokken half vermolmd hout, waarin soms nog hele mierenkolonies huizen, het voedsel naar het vuur. Er is veel om op te letten. Een lichte bries kan al aardig met de vlammen en de rook gaan spelen en altijd aanwakkeren vòòr je het weet, vonken kunnen in het rond dwarrelen, de rook kan me verblinden, het vuur kan tussen de stenen doorkruipen en het gras eromheen te grazen nemen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Ik heb één keer van het vuur op mijn donder gehad. Zuivere arrogantie. Ik kende dit werk, ik hield van het spel, ik kon wel twee vuren aan, het ging allemaal goed. Ik harkte om de vuren heen een beetje schoon, ik zorgde dat ik geen berg maakte en er dan bijvoorbeeld bolsters opgooide die natuurlijk naar beneden zouden rollen tot buiten de cirkel, ik liet niet beide vuren tegelijk hevig oplaaien, maar om beurten, ik kende de brand-aard van het verschillend snoeisel. Het ging vlot, het ruimde lekker op. Die middag leerde ik wat een lopend vuurtje is. Ik herinner me vooral de angstaanjagende snelheid. Plots was er iets misgegaan. Een lek in mijn beheersing, een lek in de cirkel. Het vuur is me te snel af. Ik sla met de hark tegen het rokend gras, ik trap met mijn stevige schoenen in de vlammen. Het lukt me de onverstoorbaarheid waarmee het vuur beweegt te stoppen. Zwart walmend gras. En dan ontdek ik dáár en dáár en achter me... op drie, vier plekken kruipende vlammen. Het vuur slaat me naar binnen. Paniek. Ik ben alleen. Ik heb geen waterslang klaargelegd voor zo'n noodgeval. Vaak branden we te ver van de waterslangen en zijn er daardoor aan gewend geraakt zonder water in de buurt te werken. Ging toch altijd goed. De beste drogreden voor onoplettendheid. Ik sta stil. Ik moet nadenken, maar ik moet ook handelen. Ik ren naar de dichtsbijzijnde waterbron en ruk aan de slang, door het struikgewas moet hij mee omhoog. Ik zie de rokende sporen steeds breder omhoogkruipen. Help, de slang is te kort! Ik moet een emmer.. één emmer?... Zinloos! Ik ren omhoog, begin als een wilde te stampen. Te roepen. Ook zinloos, maar ik moet roepen. Ik hijg. Ik huil. Mijn hart slaat als een wilde tegen mijn borstkas, van het rennen tegen de helling op en neer, van het stampen maar ook van een ongekende angst. Dit is een ware ontmoeting met het vuur. Ik ben hier de kleinste op aarde. Ik heb tegen wil en dank beneden een emmer laten vollopen en haal hem omhoog.  Een emmer water is zwaar, ik mag geen druppel verliezen. Ik weet het beetje water met beheersing optimaal te benutten door het langs de steeds verder uitdijende rand van het lopend vuur uit te gieten, uit te sprenkelen haast. Hijgen. Huilen. Roepen in de ruimte. Rood en klam ben ik en ik bid en beken schuld en sprenkel water en stamp tegelijk. Iets in mij ziet mij daar hulpeloos mijn menselijke best doen, maar kan niets voor mij doen.&lt;br /&gt;En dan besef ik dat de vlammen in de val gaan lopen: er staat een terrasmuur in de richting waarin het vuur zich uitbreidt. Een muur is ook voor vuur een muur. Ik moet me enkel concentreren op de spreiding naar links en rechts. Rechts komt het paadje van zand, stenen en hier en daar een boomstammetje als traptree. Voordat zulk lopend vuur een boomstammetje te pakken heeft, dat duurt even, weet ik. Aan de linkerkant een zee van brem-, braamstruiken en kleine boompjes, waaronder alles wat graag en gemakkelijk brandt voor het grijpen ligt. Dáár moet ik zijn. Ik struikel van de haast de helling weer af naar de tweede volgelopen emmer en sleep die naar het onheil hogerop. Ineens weet ik dat het goed komt. Dat ik gered word. Ik ga nog net gered worden. Direct beloof ik dat ik dit nooit zal vergeten. Ik gil niet meer. Ik ben helder in mijn hoofd en zorg dat het vuur de ondoordringbare bush niet bereikt, waar ik niet meer kan zien waar de vlammen zijn en niet meer kan stampen.&lt;br /&gt;Ineens hoor ik een stem en onder mij staat de buurman. We noemen hem buurman, al staat zijn huis nou niet direct naast het onze maar het hoort wel bij die paar dichtsbijzijnde huizen van over de helling. Of het wel goed gaat hier, vraagt hij. Dat hij zoveel rook zag, dat hij de inval kreeg toch maar eens te gaan kijken. In geen maanden was hij hier, in geen maanden spraken we elkaar nog. Hoewel ik mijn strijd met het vuur juist gewonnen lijk te hebben, ben ik hem godsdankbaar dat hij komt kijken. Alsof dat iets van mijn ontreddering van daarvoor wegneemt. Alsof mijn gillen geholpen heeft. Alsof ik hier toch niet moederziel alleen verloren ben als er iets misgaat.&lt;br /&gt;Ik kan hem zeggen dat het 'nèt wel weer goed gaat hier'. Eerlijk gezegd ben ik ook weer blij dat hij toch niet eerder kwam, zodat het op de een of andere manier een ontmoeting tussen mij en het vuur is geweest, die erop aan kwam. Ik zou dankbaar geweest zijn voor iedere redding van buitenaf, maar een redding van binnenuit betekent meer voor me.&lt;br /&gt;Het hele stuk helling tot aan de terrasmuur is zwartgeblakerd en ziet er verschrikkelijk uit. De telefoonkabel, die over de grond naar boven was geleid, waar een blokhut staat, die bij de grondigste verbouwing Tony's enige toevlucht was, is over meters lengte verbrand en gesmolten. Ik zal door deze armzalige aanblik nog een hele tijd herinnerd worden aan mijn hoogmoed. Intussen staat er weer vurig gele brem te bloeien en klaver, boterbloemen, zeepkruid. Telefoneren doen we in de molen of zelfs via de computer.&lt;br /&gt;Ik ben mijn ontmoeting met het vuur bijna vergeten. Maar mijn oplettendheid en mijn beleid heeft sindsdien zo'n opdoffer gehad, dat mij geen vuur meer ontglipt. Maar dat verzekert niets. Ik kan nog altijd goed in paniek raken, te opgewonden of kwaad, buiten verhouding gejaagd of  verhit. Een vuur temmen is geen kleinigheid.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Maar vandaag was het bijna vlekkeloos windstil en ik zat een paar meter van mijn mooie vuur vandaan uit te rusten. Ik dronk water. Keek tevreden en dankbaar uit over de berg tegenover mij. Ik porde met een stok een beetje tussen de bladeren, volgde een groene kever op zijn pad en een trage duizendpoot. Ik wreef mijn getreiterde kuitspieren, die nog niet aan het dagelijkse hellinglopen gewend zijn. Ineens draai ik met een nogal krachtige zwaai mijn hoofd om en kijk achter mij omhoog langs de steile helling en daarboven. Geen enkele reden, geen enkel bewustzijn over welke impuls mij doet omkijken. Er rolt een golf witgeel zacht licht naar beneden in mijn richting. Ik zie het nog net. Ik weet dat ik het nog nèt zie. Daarna niets. Niets dat ons niet gewoon is. Ik keer me licht verbaasd terug. Eigenlijk ben ik eerder verwonderd dat ik zomaar juist op tijd omkeek, dan dat het licht er was. Een rond licht was het, al weet ik niet hoe een licht rond kan zijn. Ik weet geen beter woord. Het was een aangenaam licht en nu is het weer weg. Het gebeurde, het was hier en ik was erbij en toch was het niet van hier. En de dag gaat voort en de nacht volgt en ik doe wat ik doe en het licht is geweest en wie weet hoeveel meer ronde zachte lichten er nog over de helling naar ons toegolven. Ik weet het niet. Ik weet alleen maar dat het volkomen natuurlijk voelde, volkomen natuurlijk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Intussen weet ik eigenlijk niet meer waarom ik op een dag in het najaar weer naar Amsterdam zal gaan, naar mijn andere huis. Ik weet dat wanneer ik daar ben, dat ik er graag ben, al kost het me meestal wéken om te begrijpen wat ik daar doe en waarom ik niet hier ben, tussen bomen en vuur bijvoorbeeld. En als ik hier aankom, snapt Tony ongeveer een week niets van mij, vindt me lastiger en verder weg dan ooit en we krabbelen ons met moeite naar een gedeeld universum. Nee, naar dít universum, het geheel van groene zee, kille avonden, de eerste hagedissen, héél veel werk dat onze discipline op de proef stelt en ons gezond houdt, en zachte ronde lichten die naar ons toe golven. Ik ben thuis.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-7878691796436060749?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/7878691796436060749/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/05/vuur.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/7878691796436060749'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/7878691796436060749'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/05/vuur.html' title='vuur'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry><entry><id>tag:blogger.com,1999:blog-4774062455018434498.post-2348457220809328545</id><published>2009-05-15T17:46:00.000+02:00</published><updated>2009-05-15T23:29:41.186+02:00</updated><title type='text'>aan tafel</title><content type='html'>Mijn tafel is blauw, oud-Hollandsch Hindelooper blauw. Zij staat in een kleine nis in mijn kamer, die zich achter mij uitstrekt. Ze is misschien niet groot, deze kamer, maar voor mij een ware zegen.&lt;br /&gt;Vóór mij en links en rechts van mij ramen. Het uitzicht heet onbeschrijflijk, maar ik ga het proberen. Recht voor mij een breedbeeld van opeengepakte bomen in het gestreken licht van de late namiddag, een groene zee. De zon staat nog boven de helling en breekt na een dag van regen krachtig door een grijs dek van wolken. Als ik iets omhoog kijk veranderen de bomen in struiken, hier en daar spetterend gele brem, brokken en blokken graniet tot aan de robuuste grijze top. Daar huist de Geest van de berg, zeggen wij. Dat zeggen we al jaren. En zo is het.&lt;br /&gt;Tegen de rand van het kozijn recht voor me tel ik nog juist drie lagen dakpannen en een schoorsteen. Iedere pan, elke balk, iedere leisteen, alle mortel... alles heeft hier geschiedenis. Ieder onderdeel is hier op zijn plek gekomen door onze dromen en onze handen. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen: vooral zijn dromen en zijn handen. Hij heet Tony. Hij woont onder dat dak waar ik tegenaan kijk. Het is het dak van de molen. Onder zijn kamer de gezamenlijke woonkeuken, waar alles zo'n beetje begonnen is. Vele jaren geleden.&lt;br /&gt;In zekere zin blijft al dat wonen en leven en delen hier een klein wondertje.&lt;br /&gt;Maar vandaag blijf ik even bij mijn blauwe tafel, de ramen om mij heen, mijn zicht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tussen de ruit en het kozijn geschoven zit een ansichtkaart van Inkognito (Berlijn) die 'Der Flug' heet en die Quint Buchholz heeft gemaakt. Grijze wolken waarlangs veel kriskras zwarte vogels vliegen en daartussen een zwart mannetje met een zwarte regenjas, de armen wijd, de jas open in de wind, als in één zwerm opgenomen in de wilde vlucht van de vogels .&lt;br /&gt;Aan de knop van het raam hangt een klein Japans waaiertje. Voor als het toch nog heet wordt deze zomer. Je weet het niet meer met dat klimaat.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Uit het raam links van mij  de enige verte die we hier kennen, al is van echte verte al nauwelijks meer sprake nu de regens steeds meer over het leven in de vallei beginnen te heersen en de bomen groeien als kool. Maar ergens daarachter een trog, waar zich vaak de meest grijze wolken verzamelen. Tegen de helling, aan het begin van een zelfgekapte ruwe toegangsweg onze 30jaar oude Landrover, die sinds we hem dood verklaarden, er alles aan doet om te overleven. Daarvoor wiegt vriendelijk de oude, zachtblauwe, roestige hijskraan in de wind, die ook zijn beste tijd gehad heeft en grote diensten bewezen. En daaromheen, uitgespreid en geordend, de andere machinerie en de bouwvoorraad. Balken, shintels, isolatieplaten, dakpannen, betonmelange, ik ga u niet vermoeien. Je leeft hier altijd in of op of rond een chantier, maar ogen leren selecteren en het aan land hebben van wat nodig is om dit paleis hier te vervolmaken, is een genoegen op zich. In ieder geval voor wie het gesjouwd heeft.&lt;br /&gt;Het is ergens allemaal van de dolle, maar het hoort erbij.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op de mooie vensterbank van kersenhout, dat strak geschaafd is maar aan de voorkant nog de oorspronkelijke welving van de boombast heeft behouden, staat een foto van een pasgeboren baby, ongeveer 10 uren oud. Het kind heet Finn en is nog geen maand geleden aangekomen.  Tony is zijn opa en tegen mij zal hij oma zeggen. Was hij maar in de herfst geboren, dan was ik zijn eerste maanden in de buurt geweest. Over kleinkinderen hebben we niets te zeggen...&lt;br /&gt;Verder staan er mapjes vol muziek op CD, er liggen haken voor gordijnen die in de maak zijn, drie Japanse penselen, een koptelefoon.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het raam rechts van mijn tafel is klein maar geeft uitzicht op de waterval. Het kolkend wit water komt van hogerop, noordwest, en maakt precies achter onze molen een val van een meter of vijf. In dit seizoen valt het in verschillende stromen, maar in herfst of winter kan het water een geweldige muur vormen. Eenmaal gevallen stroomt het verder naar beneden, maar het riviertje onder de naam Thines, onttrekt zich aan mijn oog achter mijn tafel.&lt;br /&gt;Er is dus altijd een geluid van ruisend water en wanneer we elkaar buiten roepen of aanspreken, moeten we rekening houden met de richting van dit geluid om ons verstaanbaar te maken. Onze stemmen vallen gauw in het niet zodra we ons hoofd te ver afwenden van degene tegen wie we praten. De stem van het water vormt hier het geluid van onze stilte.&lt;br /&gt;Langs de waterkant hangt tussen twee bomen boven versgroene varens een Tibetaanse gebedsslinger, in de fleurige vijf kleuren blauw, wit, rood, groen, geel. De oude teksten verwaaien over de bergen, door regen en wind zal het katoen langzaam vergaan. De waterwezens hadden er Tony dagenlang over aan de kop gezeurd. Na de grote snoei-, zaag- en harkschoonmaak in deze hoek moesten er vrolijke gebedsslingers komen en ze hielden zich niet rustig voor hen dat beloofd was.&lt;br /&gt;Ik ga in A'dam naar de winkel. 'Waar gaat u ze hangen, mevrouw?', vroeg het meisje vriendelijk. Waarschijnlijk verwachtte ze een antwoord als 'op het balkon'. Ik glimlachte en vroeg zoiets als 'wil je dat echt weten?', waarop ze het natuurlijk nóg heftiger wilde weten. Ik vertelde het haar zoals ik het u vertel. Met een lichte toon. En ik sloot lachend maar niet zonder ernst af met 'voor wat het waard is, maar zo is het'. Het meisje keek blij verrast. Alsof al dat spul in haar speedy spiritualiawinkel plots misschien toch echt ergens over kon gaan...&lt;br /&gt;Intussen&lt;span style="font-style: italic;"&gt;&lt;/span&gt; springen de watergeesten hier in het rond van plezier en tevredenheid. Je wilt niet weten hoe eigenwijs die makkers zijn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op mijn blauwe tafel is het eigenlijk een beetje te druk naar mijn zin. Om te beginnen staan er boeken. Een betonnen mannetje van boekhoogte dient als steun. Eigenlijk hoort hij in de tuin. Hij is zo'n aardmannetje met te grote oren, een kale kop, een volle buik, in kleermakerszit, één hand tegen een wang, elleboog op de knie, vlezige vrolijke ogen die omhoog kijken en een vette glimlach om de betonnen mond. Misschien is ie kitsch. Maar ik vind hem wel komisch. Om zijn hals bewaar ik de enige ketting die ik hier bij me heb, een oude geslepen carneolen kralenketting met gouden slotje. Erfenis van mijn moeder. Voor op vallei-feestjes bijvoorbeeld. Of op andere spaarzame uren dat ook hakjes tevoorschijn kunnen komen, uit de onderste la van de kleerkast. Altijd bergschoenen is niet goed voor de vrouwelijkheid.&lt;br /&gt;Boeken dus.&lt;br /&gt;Er staat Dostojevski's 'Aantekeningen uit het ondergrondse', omdat Ton Lathouwers daar zo prachtig over gesproken en geschreven heeft. Er staat Philippe Claudel's 'Grijze zielen', omdat mijn aanleundochter dat zo prachtig vond. Er staat Cholderlos de Laclos' 'Gevaarlijk spel met de liefde', omdat mijn zoon een essay schreef over twee verschillende vertalingen. Er staat Christa Wolf's 'De Cesuur', want ik heb haar boeken over Cassandra vroeger fantastisch gevonden. Deze titel vond ik op Koninginnedag op straat. Zo ook voor een euro Nico Tydeman's beschouwing van de beroemde zentekst 'Het temmen van de os'. Daarnaast 'Het juwelenschip', (ondertitel: een gids tot het besef van pure en totale aanwezigheid, het universeel scheppende principe), in een ongelooflijk mooie, originele uitgave met een open te vouwen bruin kartonnen kaftje waarop in grote witte letters staat 'Oh luister groots wezen!' Alleen al daarom! Dan komt het tweede boek van Josse de Pauw getiteld 'Nog', (zijn eerste 'Werk' ligt op de WC.) Daarnaast 'Het verstoorde leven' van Etty Hillesum, dat ik ooit las en nog eens opnieuw wil inzien, al was het maar om eens te zien wat ik in 1982 erin onderstreepte. Dan nog de roman 'De voorlezer' van Bernhard Schlink en de tekst 'Anna met de omkeerbare naam' van Marianne van Kerkhoven, een wonderlijk klein prozawerkje van een uitzonderlijke vlaamse dramaturge, dat ik ook opnieuw wil leren kennen.&lt;br /&gt;Kortom, ik heb me omringd met een onsamenhangend stapeltje inspiratie.&lt;br /&gt;Aan de andere kant van het betonnen mannetje staat een archiefbox met oninteressante  administratie, maar ook met een kopie van Wislawa Szymborska's 'Onverplichte lectuur', omdat zij daarin zó zuiver, direct, persoonlijk en diep bescheiden over boeken schrijft die anders in de vergetelheid verdwenen, dat ik mij graag van tijd tot tijd laat raken door haar bewonderens-waardige toonzetting. Wat een geluk toch dat deze dichteres een Nobelprijs won, want wie van ons had anders ooit van haar vernomen?&lt;br /&gt;Tegen deze box aan staan de energieke lichte ogen en witte snor en baard van Anton Heyboer op de cover van zijn boek 'De filosofie van een oorspronkelijke geest', een boek om altijd bij de hand te hebben, zeker voor mensen zoals ik die in hun grond toch somberig zijn aangelegd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Aan de andere kant van mijn tafel staat een Frans woordenboekje en nare boekjes over vervoegingen en andere lastige franse grammaticale hoofdbrekens. Ze staan er al ongeveer zo lang als deze tafel er staat. Ik kan niet zeggen dat ik er veel mee opschiet. Laten we het voorlopig houden op het cliché 'Frans is erg mooi en erg moeilijk'. Zoals veel cliché's bergen ze een hoop waarheid.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tot slot: de lege koffiekop, een zes dagen oude mandarijn, zo'n porseleinen tandenborsteldoosje (wit, goud randje) met pennen erin en het zeepdoosje met batterijtjes, sleutels van A'dam, USB-stick, een kandelaar, fles bronwater, een jadesteen waarmee ik op momenten van mijmering de energie op het hoofd en op de slapen wat kan opschonen, mijn vulpen en verschillende aantekenboekjes. Allemaal Moleskine. Verslaving. Fetisj. Fijn.&lt;br /&gt;En ja natuurlijk, de onmisbare laptop. Zo nieuw dat ie nog geen naam heeft.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik kijk naar buiten. De laatste rechtstreekse zonnestralen op de Geest van de berg. De wind heeft de hemel schoongeveegd. Deze maand nog geen adelaars gezien daar boven. Als mijn herinnering klopt zag ik ze in maart, toen we voor de eerste keer buiten aten. Hopelijk zitten ze nu op een nest. Ze komen zeker terug. Ze zijn nog altijd teruggekomen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zo. Ik ben begonnen. Met een blog.&lt;br /&gt;We kunnen aan tafel.&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/4774062455018434498-2348457220809328545?l=paulinemol.blogspot.com' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</content><link rel='replies' type='application/atom+xml' href='http://paulinemol.blogspot.com/feeds/2348457220809328545/comments/default' title='Reacties plaatsen'/><link rel='replies' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/05/aan-tafel.html#comment-form' title='0 reacties'/><link rel='edit' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/2348457220809328545'/><link rel='self' type='application/atom+xml' href='http://www.blogger.com/feeds/4774062455018434498/posts/default/2348457220809328545'/><link rel='alternate' type='text/html' href='http://paulinemol.blogspot.com/2009/05/aan-tafel.html' title='aan tafel'/><author><name>pauline mol</name><uri>http://www.blogger.com/profile/06422585480078320265</uri><email>noreply@blogger.com</email><gd:image rel='http://schemas.google.com/g/2005#thumbnail' width='16' height='16' src='http://img2.blogblog.com/img/b16-rounded.gif'/></author><thr:total>0</thr:total></entry></feed>
